In 2001 kwam met de roman De correcties, zijn derde, in eigen land en internationaal de grote doorbraak van de Amerikaanse auteur Jonathan Franzen (1959). Hij mengde de moeilijkheden binnen een 'gewoon' gezin, bestaande uit oudere ouders en opgegroeide kinderen, met de wereldpolitiek en schreef een en ander gedetailleerd, sterk invoelend en soms wat protserig op (openingszinnen: 'De razernij van een najaarskoufront dat van de prairie komt. Je kon het voelen: er ging iets verschrikkelijks gebeuren') en het succes was daar. Bij alle ellende die werd geschetst, viel ook wat te lachen, en het boek eindigde zelfs hoopvol. Focussend op de moeder van het uit elkaar vallende gezin luidde de slotzin: 'Ze was vijfenzeventig en ze ging een paar dingen veranderen in haar leven.'

Dat verklaarde gedeeltelijk het succes van Franzen: die brede greep, maar vooral ook die vrouwelijke, invoelende kant, die aanstekelijk werd gecombineerd met aandacht voor 'harde zaken' als economie en oorlog. Alle seksen werden bediend, zou je kunnen zeggen. De verwachtingen wat betreft een volgende roman waren hooggespannen.

En die roman zal niemand tegenvallen. De titel is Vrijheid, en wederom zit daar, in de titel alleen al, iets gelikts in. Toch vergeet je die handigheid van Franzen, die tegen hem zou kunnen werken, als je eenmaal begint te lezen. Het openingsdeel, Goede buren getiteld, is ijzersterk. In plaats van dat je aan handigheid denkt, komt al snel het woord vakmanschap bij je op. Amerikaanse auteurs besteden vaak aandacht aan de vorm van hun boeken, en dat lees je er bij Franzen aan af.

Deze keer draait het wederom hoofdzakelijk om een gezin. De ouders zijn Walter en Patty Berglund en ze hebben twee kinderen: zoon Joey en dochter Jessica. Ze worden in dat eerste stuk geraffineerd geïntroduceerd door de ogen van de buren, en op bladzijde 34, als dit eerste deel af is, is al eigenlijk niets van deze mensen over. Walter is door de mand gevallen als milieuactivist en blijkt een soort oplichter te zijn. Patty is een hysterische Amerikaanse moeder die volkomen blind is voor de karakterzwaktes van haar zoontje. Deze Joey is op twaalfjarige leeftijd al compleet oversekst en een abjecte manipulator van de gevoelens van anderen, en dochter Jessica is een tutje. Ga er maar aanstaan om hier nog wat mee te doen in de resterende ruim vijfhonderd bladzijden van het boek.

Franzen laat meteen zien dat dit zal lukken. Want na deze opening laat hij Patty aan het woord. En dan niet in de obligate ik-vorm, nee, hij laat 'een autobiografe' aan het woord die in de derde persoon enkelvoud over Patty schrijft. Autobiografe en Patty zijn een en dezelfde persoon, en het is hier weer de vorm, de manier hóé hij vertelt, die ervoor zorgt dat Franzen je in zijn ban houdt. En passant ontstaat toch een iets ander beeld van Patty, die immers al na 35 bladzijden afgeserveerd leek te zijn; ze is geestig en op een bepaalde manier stoer en ze heeft zelfspot. Je móét het beeld van haar kortom wel bijstellen.

En zo gaat dat door deze hele roman heen. Dat klinkt misschien een tikje clichématig - hoe vaak is in romans de truc al niet toegepast dat je in alternerende hoofdstukken of delen door de ogen van weer een ander personage kijkt dat met zijn of haar visie de hele boel weer op zijn kop zet - maar doordat Franzen telkens iets bijzonders met de vorm bedenkt, blijft het in dit geval boeien.

En dat is wat uiteindelijk Vrijheid zo'n prettig boek maakt om te lezen: hoewel Franzen weer van alles en nog wat overhoophaalt - het boek loopt van grofweg 1960 tot nu en politiek, milieu en cultuur uit deze hele periode komen uitgebreid aan de orde - biedt hij in de eerste plaats toch vooral amusement. Dit boek lijkt met veel plezier geschreven te zijn, in elk geval lees je het met veel plezier. (ARIE STORM)

Jonathan Franzen: Vrijheid
Vertaald door Peter Abelsen, Prometheus, €19,95.