Kunst & Media Bewaar

Het Concertgebouworkest moet zich schamen (****)

Componist Louis Andriessen neemt het applaus in ontvangst voor zijn nieuwe stuk 'Mysteriën'.
Componist Louis Andriessen neemt het applaus in ontvangst voor zijn nieuwe stuk 'Mysteriën'. © ANP

Een historisch moment: het Concertgebouworkest speelde voor het eerst 'Mysteriën', het gloednieuwe orkestwerk van Louis Andriessen. Het is een schitterend stuk, maar waarom speelt het orkest het maar één keer?

Amsterdam, 4 november 2013

Lief Concertgebouworkest,

Gistermiddag vierde u in het Concertgebouw de dag van uw 125-jarig bestaan met de eerste uitvoering van 'Mysteriën', het gloednieuwe orkestwerk van Louis Andriessen. We mogen gerust spreken van een historisch moment. Louis Andriessen had sinds 'Anachronie I' uit 1967 niets meer voor symfonieorkest geschreven. Dat vond hij niet meer van deze tijd. Misschien herinnert u zich ook de veelbeschreven, roemruchte Actie Notenkraker nog: op 17 november 1969 verstoorde Andriessen met zijn kompanen toen een concert van uw oud-collega's.

Dat hij 44 jaar na dato tóch weer iets voor u heeft geschreven, is vooral te danken aan Andriessens vader Hendrik, die zijn zoon in een droom kwam bezoeken en hem vertelde dat hij de strijdbijl maar eens moest begraven.

Lief Concertgebouworkest, u hebt geboft. 'Mysteriën' is een schitterend stuk geworden. Een hommage aan de liefde: van een zoon aan zijn vader, van een echtgenoot aan zijn vrouw. Ook een poëtisch verlangen naar minder 'lawaai van woorden' en meer waarheid, rechtvaardigheid en genade. Naar een betere wereld, kortom.

Andriessen ontleende het programma van 'Mysteriën' aan het lijfboek van zijn vader, 'Over de navolging van Christus' van de Augustijner mysticus Thomas van Kempen, na de Bijbel de grootste hit in de middeleeuwen. In het derde deel, 'Wat de waarheid ons zegt zonder het lawaai van woorden', citeert Andriessen uit zijn vaders orkestlied 'Magna res est amor'. Ik vind dat het allermooiste deel en niet alleen vanwege dat citaat. Betoverend zijn daar vooral ook de passages voor twee harpen en twee violen en later twee klarinetten, waarin kwarttoonsverschillen voor mysterieuze aura's zorgen.

Ook de overige vijf delen smeken om herhaalde beluistering. De Messiaenachtige opening met die akkoordzuilen, of het slot, met Vivierachtige parallelvoeringen, gevolgd door een angstige hartenklop van de pauken en helemaal aan het eind het helle licht van A majeur. Omdat de bastonen lang wegblijven, moet je bijna je ogen dichtknijpen door de felle schittering. En dan zijn er nog de kleine verwijzingen naar ouder werk: naar de 'Symfonie met losse snaren', 'Mausoleum', 'De staat'. Écht Andriessen en daarmee een fraaie uitbreiding van de orkestliteratuur.

U zou er trots op moeten zijn. Maar ik vraag me af of u dat wel bent, want u speelt het maar één keer. Eén keer! U neemt het niet eens mee naar Rusland en Australië waar u later deze maand speelt. U bent bang dat de mensen het niet mooi zullen vinden. Wat is dat voor een halfzacht soort muzikaal ambassadeurschap? Ik begrijp zelfs dat er nog niet eens een tweede uitvoering in de planning zit! U moest zich schamen. U speelde het prachtig hoor, daar niet van, maar wat is dit allemaal voor malligheid?

En nu ik me toch kwaad maak: wat bezielde minister-president Rutte toen hij in zijn toespraak rechtstreeks het woord tot Andriessen richtte en zei: 'Louis, volgens mij heb jij een tijd geleden geprotesteerd; gezegd dat dit orkest en gebouw niet meer van deze tijd zijn. Klopt dat? Blij te zien dat jullie nu weer nader tot elkaar zijn gekomen.' Ben ik de enige die dit gênant, neerbuigend en respectloos vond?

Lief Concertgebouworkest, ik houd erover op. O, en nog gefeliciteerd trouwens. Dat er nog 125 jaren in voorspoed mogen volgen.


Koninklijk Concertgebouworkest
Dirigent: Mariss Jansons
Werk: Louis Andriessen-Mysteriën, Strauss-Ein Heldenleben
Gehoord: 3/11
Waar: Koninklijk Concertgebouw