Binnenland Bewaar

Ruim vijftig jaar in ban van Johnny Jordaan

Johnny Jordaan (links) en tante Leen in Amerika in de jaren vijftig. Bij Peter Pols (Amsterdam, 1948) kwam Johnny Jordaan op de eerste plaats. Foto Het Parool
Johnny Jordaan (links) en tante Leen in Amerika in de jaren vijftig. Bij Peter Pols (Amsterdam, 1948) kwam Johnny Jordaan op de eerste plaats. Foto Het Parool © UNKNOWN

'Wie wat bewaart, die heeft wat,'' zei Peter Pols en dat deed hij. Tientallen jaren verzamelde Pols materiaal van Johnny Jordaan en Tante Leen. Bij zijn dood, maandagnacht, was zijn flat in Diemen een waar museum van de Amsterdamse fado.

Pols was fan, verzamelaar, kind aan huis en ook chauffeur van Johnny Jordaan. Hij bezat niet alleen alle mogelijk opnamen van hem, maar ook een carnavalspet van Jordaan en diens Ausweis uit de oorlog.

Aan zijn vinger droeg Pols de ring die Jordaan ooit van platenmaatschappij EMI kreeg als best verkopende Nederlandse artiest, uitgereikt door Cliff Richard. Verder bezat hij een jurk van Tante Leen. ''Ik zal er niet in lopen,'' had hij haar kinderen beloofd. Het glazen oog van Jordaan had hij van de familie in bruikleen.

Bij Peter Pols (Amsterdam, 1948) kwam Johnny Jordaan op de eerste plaats, dan Tante Leen, dan Willy Alberti, dan operette en daarna zijn familie. Vriendin en zangeres Corine Roos: ''Johnny en Tante Leen waren zijn grote liefde.'' Vriend en zanger René Riva: ''Hij kende iedereen en iedereen kende hem.'' En Pols vroeger zelf: ''Kijk, je kunt wel fan zijn van Streisand of Sinatra, maar die krijg je nooit te zien.''

Roos: ''Hij was een echte Amsterdammer. Je kent dat wel, grote mond, klein hartje. Op zijn sterfbed nam hij afscheid van vrienden en zei hij: ''Tot op de crematie, hè.'' Altijd die Amsterdamse grote mond. Maar hij was heel gevoelig, dat Amsterdamse sentimentele. Lief voor iemand zijn, dat is Peter. Mensen blij maken.''

Pols was acht jaar toen hij Johnny Jordaan voor het eerst hoorde zingen. Hij lag op zijn slaapkamer met zijn oor tegen de vloer om de platenspeler van zijn ouders te kunnen horen. Hij vond het mooier dan speelgoed.

In 1970 leerde hij Jordaan kennen en er ontstond een vriendschap voor het leven. Roos: ''Peter had zelf best een redelijk stem, maar hij durfde niet. Daarom was hij zo gek op artiesten; hij wilde zelf zo graag.''

Pols werkte als postbode en later was hij magazijnbeheerder bij het Gemeentelijk Energiebedrijf en weer later bij Nuon. Tijdens zijn werk als postbode leerde hij Willy Alberti kennen, destijds eigenaar van platenzaak Disco Alberti op het Osdorpplein. En een deel van het GEB-pand heeft hij nog eens gebruikt voor een expositie over Johnny Jordaan. Riva: ''Dat vond niemand erg.''

Pols beschouwde het als missie dat alles, maar dan ook alles van Johnny Jordaan bewaard zou blijven. Hij stelde talloze compilaties samen en voor EMI een box met drie cd's met niet eerder uitgebracht materiaal, Geef mij maar Amsterdam. Op de vraag wat dan op die cd's moest komen, antwoordde Pols: ''Alles natuurlijk.''

Zijn tentoonstelling Geef mij maar Amsterdam was in 2006 - Pols was toen al ziek - met veel succes in het Amsterdams Historisch Museum te zien. En hij liet bij de notaris vastleggen dat zijn gehele nalatenschap naar het Stadsarchief zou gaan. Pols: ''Ik vind het wel een fijn idee dat alles in goede handen is als ik strakkies mijn ogen dichtdoe.'' (HANS VAN DER BEEK)

Foto Peter Pols door Maartje Geels