De moderne mens sjouwt zijn geliefde muziek mee op zijn iPod. Maar vijfhonderd jaar geleden ging het er wat omslachtiger aan toe. Als je rijk en aanzienlijk was, liet je de muziek die je graag hoorde bundelen in boekvorm. Maar dan had je nog steeds een koor of een groep instrumentalisten nodig om die muziek ten gehore te brengen.

De Medici Codex is zo'n boek. Paus Leo de Tiende, geboren als Giovanni de' Medici, liet het aan het begin van de zestiende eeuw vervaardigen. In 1518 gaf hij het als huwelijkscadeau aan zijn neef Lorenzo de' Medici, die met de Franse prinses Madeleine de la Tour d'Auvergne was getrouwd.

De Medici Codex is één van de mooiste overgeleverde bundelingen muziekmanuscripten die er zijn. Het bevat 53 motetten van de grootste componisten van die tijd. Paus Leo liet die muziek graag en vaak zingen door de pauselijke kapel, waarvoor hij ook al kosten noch moeite had gespaard. De beste zangers en instrumentalisten van die tijd waren bij hem in dienst.

Leo X was wat men noemt een hedonistische paus. Zijn pontificaat duurde acht jaar, een periode waarin hij het geld dat door zijn voorganger Julius II in de pauselijke kas was achtergelaten zo kwistig uitgaf dat er tekorten ontstonden, die hij opving door net zo kwistig in aflaten te handelen. Dat hij de naam van de rooms-katholieke kerk daarmee zwaar in diskrediet bracht en ermee in feite de basis legde voor de Reformatie, zal hij zich tijdens de talloze kostbare jachtpartijen en schransfestijnen niet hebben willen realiseren.

De tijd heeft niet bijzonder gunstig over Leo de Verkwister geoordeeld. Maar muziekliefhebbers denken daar iets genuanceerder over. Want dankzij Leo X, die een sterk ontwikkelde muzikale smaak had en een grote muzikale kennis, is er voor en rond het pauselijke hof aan het begin van de zestiende eeuw een grote hoeveelheid schitterende muziek geschreven, waarvan veel in manuscripten en drukwerk bewaard is gebleven. De Medici Codex is daarvan wellicht het kroonjuweel.

Cappella Pratensis, een Nederlands koor dat zich inspant voor het werk van Josquin des Prez en andere polyfonisten uit de Renaissance, heeft een cd opgenomen met een keuze uit de Medici Codex. Op Vivat Leo! staan negen stukken uit de Codex van vijf verschillende componisten, die allen in hun tijd tot de absolute top behoorden.

Alleen de twee stukken van Andreas de Silva stonden er niet in, wat in het geval van zijn Gaude felix Florentia verbaast, omdat het hier een elf minuten lange onwaarschijnlijk flatteuze lofzang op Leo de Verkwister betreft. 'Zijn indrukwekkendheid doet elke vorstelijke macht teniet, zoals ook het licht de duisternis verdrijft (...) Leve Leo, zingen we in koor, dat hij mag leven en gedurende vele jaren voorspoedig mag regeren.'
De tekst mag dan de overtreffende trap van slijmballerij zijn, de muziek is van een verbluffende schoonheid. En onder leiding van dirigent en eminent musicoloog Joshua Rifkin (de man die in 1981 voor het eerst de optie om de koren in Bachs Matthäus-Passion enkelvoudig te bezetten presenteerde) doet Cappella Pratensis de muziek alle eer aan.

Behalve van de minder bekende Andreas de Silva staan er op deze cd stukken van onder anderen, Adriaan Willaert, Jean Mouton en Josquin Des?prez, alle drie zéér grote namen in die tijd. Ze schreven allen geniale muziek met eeuwigheidswaarde.

Het beroemdste stuk in de codex is Josquins Nymphes des bois, geschreven ter nagedachtenis van zijn grote voorganger Johannes Ockeghem. Maar het allermooiste is toch Josquins Miserere mei, Deus, waarin de tenorstem niet minder dan 21 maal om erbarmen smeekt. Alleen al door zijn omvang onderscheidt Josquins zetting van psalm 50 (ruim veertien minuten bij Cappella Pratensis) zich al van alle motetten van zijn tijdgenoten. Dit is zo'n stuk dat een nietsvermoedend mens verslaafd kan maken aan muziek uit de renaissance. Pracht-cd. Kopen. (ERIK VOERMANS)
(Challenge Classics)