AMSTERDAM - De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in mei de afspraak gemaakt dat de IJslandse bank Landsbanki met dochter Icesave in het eerste jaar maximaal 500 miljoen euro Nederlands spaargeld zou binnenhalen. De IJslanders trokken zich er niets van aan, maar DNB stond machteloos.

In juni bleek dat Icesave de afgesproken grens al had overschreden. Toen DNB Icesave hierop aansprak, lieten de IJslanders in september weten zich niet aan de afspraak gebonden te voelen. Vorige week maakte de bank bekend niet meer te kunnen voldoen aan haar verplichtingen. In Nederland zijn 469 spaarders gedupeerd die meer dan 100.000 euro op een Icesaverekening hadden staan. Onder deze spaarders bevinden zich veel overheidsorganisaties.


Bos sluit rechtszaak tegen IJslanders niet uit

De Nederlandsche Bank moest lijdzaam toezien hoe spaarders, gemeenten en provincies hun geld overbrachten naar de IJslandse rentestunter. Minister Wouter Bos van Financiën verdenkt de IJslanders ervan verkeerde informatie te hebben verstrekt en sluit een rechtszaak niet uit. Toen in augustus bleek dat tienduizenden Nederlanders een spaarrekening hadden geopend bij Icesave - 5,25 procent rente, tegoed direct opvraagbaar - kreeg de president van DNB, Nout Wellink, al 'een gevoel van ongemak'. Wellink maakte zich zorgen over de IJslandse bancaire sector, die het kleine eiland ver boven het hoofd was gegroeid, en over Nederlandse spaarders die geld stortten op de aantrekkelijke Icesavespaarrekening. Het ging mis en Icesave moest de deuren sluiten.

Na het verlies volgt de onvermijdelijke schuldvraag. Daarbij wijst de vinger steeds vaker in de richting van de Nederlandse toezichthouder DNB. Hoe kon het gebeuren dat Wellink deze zomer zijn 'gevoel van ongemak' had, maar helemaal niets deed om spaarders, zakelijke klanten, gemeenten en provincies te waarschuwen?
Het antwoord van de centrale bank is eenvoudig: die bevoegdheid had Wellink niet, door de bijzondere positie van Icesave. Moederbedrijf Landsbanki had in Nederland slechts een bijkantoor onder de naam Icesave, geen Nederlandse dochteronderneming. Daardoor lag het toezicht bij de IJslandse centrale bank en moest Wellink vertrouwen op zijn IJslandse collega, David Oddsson.

DNB was, zegt de centrale bank, met handen en voeten gebonden. Waarschuwen kon Wellink niet: dat zou ertoe hebben geleid dat een run op de spaartegoeden zou ontstaan, waardoor Icesave het bankieren onmogelijk was gemaakt. Maar achter de schermen probeerde DNB wel de Nederlandse rekeninghouders te beschermen. Zo stelde de toezichthouder extra eisen aan Icesave op het moment dat de bank een vergunning aanvroeg - met moederbedrijf Landsbanki werd afgesproken dat Icesave in het eerste halfjaar niet meer dan een half miljard euro mocht ophalen.

In juni, een maand na de introductie van Icesave in Nederland, overschreden de IJslanders die grens al. DNB probeerde de IJslanders aan te spreken op het breken van hun beloftes, maar liep tegen een dichte deur aan. Ook overleg tussen de Nederlandse en IJslandse autoriteiten leverde niets op. Minister Wouter Bos wil de IJslanders hard aanpakken. DNB is waarschijnlijk verkeerd voorgelicht meent de minister. Bos overweegt naar de rechter te stappen, zei hij gisteren in Brussel.

Gemeenten eisen dat rijk opkomt voor hun belangen
Gedupeerde Nederlandse gemeenten en provincies hadden gisteren overleg over mogelijkheden om hun geld terug te krijgen, in totaal circa 200 miljoen. In een verklaring roepen ze het rijk op om op te komen voor hun belangen. De provincie Noord-Holland heeft haar huisadvocaat, die tevens landsadvocaat is, beslag laten leggen op bezittingen van Landsbanki. Noord-Holland had er 79 miljoen euro ondergebracht. (HET PAROOL)