Ook Spanje heeft zijn 'vermisten', slachtoffers van de Burgeroorlog van 1936 tot 1939. Nu pas komt er een onderzoek. Het onderzoek van de Spaanse rechter Baltasar Garzón naar de 180.000 vermisten uit de Spaanse burgeroorlog leidt tot felle reacties. ''Hiermee rakel je de zwartste bladzijde uit de Spaanse geschiedenis op,'' vindt Mariano Rajoy, leider van de rechtse Partido Popular, de grootste oppositiepartij.

De nabestaanden van de slachtoffers van het Francoregime daarentegen zijn tevreden. ''Dit is een historisch moment,'' aldus Emilio Silva van de belangrijkste organisatie van oorlogsslachtoffers.

Rechter Garzón heeft het ministerie van Defensie, gemeenten, parochies en andere archiefbewaarders opgedragen alle gegevens over de vermisten uit de Burgeroorlog en de 36 jaar durende dictatuur erna, te overhandigen aan zijn medewerkers.

Garzón hoopt hiermee een einde te maken aan de onzekerheid van duizenden Spanjaarden die al tientallen jaren op zoek zijn naar de rustplaats van hun familieleden. ''Over dit soort dingen mocht je nooit spreken, het was een taboe,'' aldus Emilio Silva.

Er is nog altijd geen officieel cijfer over het aantal mensen dat is omgekomen tijdens en na de Burgeroorlog. Republikeinse tegenstanders van het regime werden gefusilleerd en in massagraven begraven zonder dat hun naasten werden ingelicht.

Eén van hen was de beroemde dichter Federico García Lorca, die vermoedelijk in een massagraf ligt langs een weg bij Granada.

Sinds een paar jaar zijn families op eigen houtje begonnen hun overledenen op te graven, bijgestaan door historici en archeologen. Dit levert traumatische taferelen op, zoals in Izagre, in het noorden van Spanje, waar deze week is begonnen met de opgraving van tien dorpsbewoners die op 9 oktober 1936 werden gefusilleerd. Na de executie werden de lichamen aangetroffen door boeren, die ze bij elkaar in één graf hebben begraven.

Cynisch genoeg moesten de families jarenlang pacht betalen aan de eigenaar van het stukje grond.

Het initiatief van Garzón is een breuk met meer dan dertig jaar stilzwijgen. Garzón is bekend van de arrestatie van de voormalige Chileense dictator Augusto Pinochet en de vervolging van Argentijnse militairen. Slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog klaagden dat Garzón te weinig belangstelling toonde voor zijn eigen land.

Garzón wil nu een landelijk register aanleggen waarin niet alleen de namen van de vermisten zijn te vinden, maar ook de plaats waar ze zijn begraven en de omstandigheden waaronder ze zijn gedood.

Garzón kan rekenen op de steun van de regering-Zapatero en van sommige gemeenten. Veel zal afhangen van de bisschoppen. Zij moeten hun parochies opdracht geven de archieven te openen. Het grootste massagraf van Spanje ligt onder de basiliek van de Valle de los Caídos bij Madrid, het monument waar Franco is begraven. Volgens historici beschikken de paters die de basiliek beheren over lijsten met de namen van 34.000 Republikeinen die er zijn begraven. (HENK VAN DEN BOOM)