Buitenland Bewaar

De diepe spijt van een Britse spion

Sir Anthony Blunt, voor zijn ontmaskering. Foto ANP
Sir Anthony Blunt, voor zijn ontmaskering. Foto ANP © UNKNOWN

'Dat was de grootste fout uit mijn leven,' schreef Blunt kort voor zijn dood in 1983 . Het memorandum van zo'n 30.000 woorden belandde een jaar later bij de British Library, op voorwaarde dat het de komende 25 jaar niet openbaar zou worden gemaakt.

Die kwart eeuw is nu verstreken en Britse kranten hebben veel ruimte gereserveerd voor de ontboezemingen van 'de vierde man', lid van het gezelschap van Britten uit de betere klasse die spioneerden voor de Sovjet-Unie.

Blunt, Guy Burgess, Kim Philby en Donald Maclean studeerden in de jaren dertig aan de universiteit van Cambridge. Ze waren verenigd in hun afkeer van het fascisme.

Het document biedt weinig nieuws over Blunts spionageactiviteiten, maar geeft wel inzicht in de manier waarop hij werd gerekruteerd. Dat gebeurde door de charismatische Guy Burgess, net als Blunt 'gay'. Ze deelden lang een flat in Londen, maar volgens Blunt waren ze geen minnaars.

Blunt schrijft dat hij had overwogen lid te worden van de Britse Communistische Partij, zoals veel studenten in Cambridge. Maar Burgess, die al door Moskou was overgehaald te spioneren, bezwoer hem dat niet te doen. ''Ga ondergronds en vind een baan bij de overheid,'' aldus Burgess' advies. Blunt schrijft: ''De atmosfeer in Cambridge was zo intens, het enthousiasme voor anti-fascistische activiteiten zo groot, dat ik de grootste fout van mijn leven maakte.'

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte Blunt voor de geheime dienst MI5, en speelde hij de Russen documenten toe. Hij beschrijft de inhoud echter niet, tot teleurstelling van de Britse media.

Na de oorlog trachtte Blunt de spionage voorgoed de rug toe te keren en zijn loopbaan als kunsthistoricus weer op te nemen. Zijn expertise had hem een functie opgeleverd van Surveyor of the King's Pictures, beheerder van de collectie schilderijen van koning George VI en, later, van diens dochter Elizabeth II.

Anthony Blunt: 'Ik was teleurgesteld in zowel het marxisme als in Rusland. Ik hoopte nooit meer van mijn Russische vrienden te horen. Maar natuurlijk was het niet zo simpel, omdat ik op de hoogte was van de activiteiten van Guy, Donald en Kim, die met hun spionageactiviteiten doorgingen.''

Burgess en Maclean, allebei diplomaten, vluchtten in 1951 naar Moskou. Philby had hen getipt dat Maclean op het punt stond te worden ontmaskerd. Blunt schrijft dat een vroegere Russische contactman hem adviseerde ook te vluchten. 'Maar ook al wist ik welke risico's ik liep door in Londen te blijven, dat deed ik liever dan naar Rusland te gaan.'

Blunt en Philby werden ook verdacht, maar wisten lang ontmaskering te voorkomen. Blunt schrijft dat hij dankzij zijn contacten bij MI5 de flat van Burgess wist binnen te komen om er documenten weg te halen die hem en Philby fataal konden worden.

Philby werkte tot 1963 voor MI6, de inlichtingendienst voor het buitenland, totdat ook hij naar Moskou vluchtte. Kort daarop werd Blunt erbij gelapt door Michael Straight, ook een oud-spion die in Cambridge was gerekruteerd. Alles speelde zich nog achter de schermen af.

Blunt bekende, in ruil waarvoor hij zijn adellijke titel mocht houden, net als als zijn functie van beheerder van de schilderijen van de vorstin en van docent aan het Courtald Institute of Art.

Anthony Blunt: 'Ik was zo naïef om te denken dat ik mijn geheim zou meenemen in mijn graf.'
Maar in 1979 werd hij als de 'vierde man' ontmaskerd in het boek The Climate of Treason van de schrijver Andrew Boyle. Sir Anthony raakte nu zijn titel, verkregen in 1956, wél kwijt, met zijn erefuncties in de kunstwereld.

Premier Margaret Thatcher informeerde het Lagerhuis over het verraad van een dienaar van de kroon.

Blunt: 'Ik overwoog zelfmoord. Maar dat zou laf zijn jegens mijn familie en vrienden. Liever concentreerde ik me op whisky en werk.'

Anthony Blunt stierf in 1983 op 75-jarige leeftijd. (AP)