Eén op de vijf hoog­begaafden zit niet op de goede werkplek. De economie loopt daardoor veel kapitaal mis.  Het had weinig gescheeld of de hoogbegaafde Arjen van der Lely was zijn baan als buschauffeur kwijtgeraakt. Collega's vonden hem maar een vreemde vogel, die veel vragen stelde en als betweterig overkwam. Ze gingen klagen.

Arjen loste het probleem op door zich nergens meer mee te bemoeien. Uit tests bij ontwikkelingspsychologen bleek Arjen een IQ van boven de 130 te hebben, hij hoorde bij de kleine groep hoogbegaafden. ''Ik ben geaccepteerd, maar dat heeft wel een paar jaar geduurd. Binnen de groep functioneer ik, maar over mijn hoogbegaafdheid praat ik zelden.''

Van der Lely kan nu zijn ei kwijt op zijn werk, vertelt hij vlak voordat hij instapt voor een nieuwe rit: hij rijdt op verschillende lijnen, is altijd in voor een praatje met de klanten en kent hun verhalen. ''Iemand had een keer een abonnement laten liggen. Normaal zou een collega naar de afdeling gevonden voorwerpen zijn gelopen, maar ik niet. Ik herkende de foto en zocht uit wie het was. Dat zijn de krenten in de pap.''

De 37-jarige hoogbegaafde vindt dat hij als chauffeur redelijk terecht is gekomen, maar dat geldt lang niet voor alle hoogbegaafden (van hen zijn er 300.000 in Nederland). Een groep van 60.000 mensen (twintig procent dus) zit niet op de goede plek, zegt Frans Mönks, emeritu s hoogleraar ontwikkelingspsychologie. ''Dat is ernstig, want de economie lijdt daardoor veel verlies.''

''Hoogbegaafden wijken af van het gemiddelde, en veel organisaties kunnen daar niet mee omgaan,'' zegt Frans Corten, loopbaanbegeleider voor hoogbegaafden. ''Ze doen in de ogen van collega's te veel hun best. En als ze pech hebben, worden ze ook nog tegengewerkt door hun leidinggevende, die zich nogal eens bedreigd voelt.''

Wat het extra lastig kan maken, is dat hoogbegaafden vaak zelf niet weten dát ze hoogbegaafd zijn. ''Ze voelen zich van jongs af aan onbegrepen en hebben moeite zich in groepen te profileren,'' zegt Corten. ''Dat is zonde, want ze hebben veel te bieden: ze zijn creatief en komen met originele ideeën. Maar de samenleving geeft ze die kans niet. Veel van hen lijden daardoor een armzalig bestaan, het aantal hoogbegaafden met een minimuminkomen ligt ver boven het gemiddelde. Sommigen raken zelfs dakloos.''

Ook Arjen had moeite zijn draai te vinden. ''Op school vonden ze dat ik domme dingen zei.'' Hij was vuilnisman, fabrieksarbeider en taxichauffeur, maar nergens hield hij het lang uit. ''Het werd me te eentonig.'' Pas bij een nieuwe sollicitatie kwam hij erachter dat hij hoogbegaafd was. ''Het was alsof er allemaal puzzelstukjes in elkaar vielen. Mijn leven begon als het ware opnieuw.''

Ook als wel bekend is dat iemand hoogbegaafd is, is dat geen garantie voor succes. ''In veel organisaties is intelligentie taboe en moet je je bijna verontschuldigen als je slim bent,'' zegt Grethe van Geffen, voorzitter van Mensa, de vereniging van hoogbegaafden in Nederland. ''Er hangt al snel een sfeer van: doe maar gewoon, terwijl managers zich eigenlijk zouden moeten afvragen of ze alles eruit halen wat erin zit.'' Volgens Frans Corten moeten leidinggevenden minder bang zijn en juist openstaan voor iets nieuws: ''Echte innovatie is niet te plannen. Voor nieuwe ideeën is het noodzakelijk een beetje anders te zijn.''

Jeroen Komen van computerbedrijf Knoworries kijkt als hij mensen aantrekt altijd naar hun hobby's en of ze iets bijzonders in huis hebben. Voor hoogbegaafden is zijn onderneming een ideale omgeving. ''Er hangt hier een open sfeer, we kijken niet naar de korte termijn. Als klanten het moeilijk hebben, proberen we ze te helpen in plaats van een incassobureau op ze af te sturen. Dat betaalt zich uit. We komen de crisis zonder veel kleerscheuren door.'' (SAL STAM)

Intelligentiequotiënt
Beneden de 70: zwak begaafd, speciaal onderwijs.
70 tot 90: laag begaafd, moeite op school.
90 tot 110: gemiddeld begaafd, van vmbo tot vwo. Hieronder valt 84 procent van de Nederlanders.
110 tot 120: bovengemiddeld intelligent; hbo of universiteit is mogelijk
120 tot 130: begaafd.
Boven 130: hoogbegaafd; 2,5 procent van de Nederlanders.