GENÈVE - Nederland heeft scherpe internationale kritiek gekregen op het euthanasiebeleid. Zowel over het grote aantal gevallen van actieve levensbeëindiging als over de procedure is het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (VN) ontevreden. ''Waarom zo veel gevallen van euthanasie?'' zei de Amerikaanse hoogleraar rechten Ruth Wedgwood gisteren in Genève. In 2008 werden meer dan 2300 meldingen bij de toetsingscommissies gedaan.

Het VN-comité is bezorgd dat terwijl de bevolking gemiddeld ouder wordt, euthanasie steeds gewoner lijkt te worden. ''Er is een groot vertrouwen in artsen en met name ouderen laten zich gemakkelijker beïnvloeden,'' zei Wedgwood, die er niet van overtuigd is dat 'zeventigers, tachtigers en dementerenden' voldoende worden beschermd. Ze vertelde over haar eigen vader, wiens laatste wil 'bijna door zorgverleners was herschreven'.

De Amerikaanse hoogleraar is buitengewoon kritisch over de Nederlandse procedure dat geen strafvervolging plaatsheeft wanneer de arts zich aan de voorschriften heeft gehouden. Ze maakte een vergelijking met de doodstraf in de Verenigde Staten. ''Elke uitvoering daarvan wordt op het laatst opnieuw door een rechter getoetst, omdat er geen terugkeer mogelijk is. Waarom wordt een euthanasieverzoek niet ook eerst door een rechter getoetst?''

Wedgwood wees er fijntjes op dat Europese landen vaak fel ageren tegen de doodstraf in Amerika. ''Die houding zou moeten leiden tot meer zorgen over euthanasie.'' De hoogleraar, lid van het VN-Mensenrechtencomité, vraagt zich af hoe de Nederlandse wetgeving zich verhoudt met het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten (Bupo-verdrag). Daarin is het 'recht op leven' vastgelegd.

Gistermiddag werd bij het VN-Mensenrechtencomité in Genève de eerste zitting gehouden over de vijfjaarlijkse Nederlandse rapportage over de uitvoering van het BUPO-verdrag. Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) zal op de zorgen over het euthanasiebeleid reageren. Over enkele weken verschijnen de conclusies en aanbevelingen.

De Brit Nigel Rodley, ook lid van het Mensenrechtencomité, roerde gisteren de omstreden opslag van vingerafdrukken aan. Vanaf september worden in Nederland bij het aanvragen van een paspoort vingerafdrukken genomen, die zowel in het paspoort als in een centrale database komen. Rodley zei te begrijpen dat overheden voor belangrijke uitdagingen staan wat betreft de aanpak van terreur. ''Het recht op privacy is dan ook niet absoluut, maar wel een niet te negeren recht.''

Rodley hamerde erop dat Nederland , 'dat zo veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling ervan', zelf de focus op mensenrechten niet moet verliezen. ''Mensenrechten vormen niet een willekeurig afwegingsproces. De criteria moeten telkens opnieuw zeer zorgvuldig worden onderzocht,'' zei Rodley over de opslag van biometrische gegevens. (HET PAROOL)