RONALD OCKHUYSEN

Ben Sombogaart is een regisseur met een mooie staat van dienst. Zijn oeuvre is gevarieerd: succesvolle kinderfilms als 'Het zakmes' (1992) en 'Abeltje' (1998) wisselt hij af met grootschalig kwaliteitsamusement als 'De Tweeling' (2002) en 'Kruistocht in spijkerbroek' (2008).

Afgelopen maandag was Sombogaart in het Filmmuseum. Daar lichtte hij aan een clubje journalisten zijn nieuwste project toe. Samen met producent Alain de Levita en de acteurs Barry Atsma en Syvia Hoeks sprak hij over De storm, een film die zich afspeelt tijdens de watersnoodramp in 1953. Een emotioneel verhaal moet De storm worden, over een ongehuwde moeder, maatschappelijke conventies, en het noodlot.

Het is fascinerend filmmakers kort voor een eerste opnamedag te spreken. Ze pompen zich vol met optimisme, terwijl hen eigenlijk een helse opdracht wacht. Reken maar dat Sombogaart wel eens wakker schrikt, en zich dan suf piekert over het aanvaardbaar in beeld brengen van een nationale ramp.

De storm kost zes miljoen euro. Dat is voor Nederlandse begrippen veel geld. Internationaal geldt een dergelijk budget als een koopje. Opnamen in de Engelse Pinewood Studios, de specialist op het gebied van woeste waterscènes, zitten er niet in. Sombogaart moet het doen met een Vlaamse polder.

Van de medewerkers aan De storm is de regisseur één van de weinigen die zich de nacht van de ramp kan herinneren. Hij was toen zes jaar oud. Atsma stamt uit 1972. Hoeks werd in 1983 geboren.

Na afloop van de bijeenkomst keek ik nog even naar de acteurs, de regisseur en hun producent. Ze spraken over hun naderende klus, en vertelden over de gevoeligheden rondom dit onderwerp. Ik fantaseerde intussen over de ochtend na de première, ergens in 2009? Worden ze zielsgelukkig wakker? Of met een vieze smaak in de mond, omdat een recensent de film 'een drama in alle opzichten' noemde?

Oscar Wilde zei het al: ''Een dromer is iemand die zijn weg alleen in het maanlicht weet te vinden. Het is ook zijn lot dat hij als eerste de ochtenddauw waarneemt.''