Recensie

The ramen girl **

Regie: Robert Allan Ackerman
Met: Brittany Murphy, Toshiyuki Nishida, Kimiko Yo, Sohee Park

De Amerikaans-Japanse coproductie The ramen girl opent met de aankomst van een door Brittany Murphy vertolkt Amerikaans blondje in Tokio. Ze hoopt op een fijn weerzien met haar Amerikaanse vriend, maar de hippe vormgever pakt prompt zijn koffers om elders in Japan een klus te klaren en laat haar verloren achter in de grote stad. Dat doet verdraaid veel denken aan het onvergetelijk melancholische Lost in translation, waarin Scarlett Johansen precies hetzelfde overkwam.

Het is begrijpelijk dat de nog altijd tegen een doorbraak aanhikkende Murphy zich als ster en producente aan The ramen girl verbond, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat ze er net zoveel succes mee zal boeken als haar voorgangster. Na het déjà vu dat haar aankomst in Tokio oproept, ontwikkelt de film zich tot een culinair equivalent van Amerikaanse Oost-West vechtsportfilms als The karate kid. Het lijkt de jonge vrouw leuk om als ramen-kok aan de slag te gaan en ze kiest de meest norse chef van de stad als haar leermeester.

Wat volgt is het bekende karate kid-trainingstraject, waarbij de mokkende meester aanvankelijk louter ondankbare schoonmaakklusjes uit handen geeft, en er slechts met grote moeite een wederzijds respect tussen beiden groeit. Murphy maakt weinig indruk, en dat geeft tegenspeler Toshiyuki Nishida alle gelegenheid om de film naar zich toe trekken. De Japanse acteur speelde twee jaar geleden naast Quentin Tarantino een bijrol in Takashi Miike's maffe Sukiyaki western Django en maakt van de norse chef een mooi tragisch figuur dat zijn carrière zeker niet zal schaden.

De als speelfilmmaker debuterende tv-regisseur Robert Allan Ackerman werkte voor de gelegenheid met een grotendeels Japanse filmploeg, die een efficiënte aanpak zonder poespas moet hebben nagestreefd.

Met een vlakke digitale fotografie ziet The ramen girl er geen moment zo betoverend uit als Lost in translation en de karige uitbreng in een handjevol landen doet vermoeden dat dit vluchtige werkje voor de dvd-markt bedoeld was. (BART VAN DER PUT)