Recensie
Shutter Island ***
© UNKNOWN

Shutter Island ***

Regie: Martin Scorsese
Met: Leonardo DiCaprio, Mark Ruffalo, Ben Kingsley, Michelle Williams, Max Von Sydow

Net als Stanley Kubrick gebruikt Martin Scorsese bij voorkeur bestaande muziek in zijn films. In Shutter Island benut hij verontrustende stukken van Krzysztof Penderecki en György Ligeti, die eerder met succes door Kubrick in The shining werden ingezet. Wanneer grootmeesters met een horrorthema aan de haal gaan, wordt van hen verwacht dat ze het genre naar een hoger plan tillen, en dan kan het geen kwaad om op de schouders van Penderecki en Ligeti te klimmen.

Het onderstreept de connectie tussen beide romanverfilmingen, waarin een van de buitenwereld afgesloten labyrint het decor voor een afdaling in escalerende waanzin vormt, en verwoestend natuurgeweld een metafoor voor de vertroebelde geest wordt. Shutter Island opent net als The shining met de aankomst van de held op de plek des onheils, en opnieuw maken regisseur en steracteur snel duidelijk dat we naar een man met een troebel geweten kijken.

Op de boot naar het oude vesting­eiland, dat anno 1954 als psychiatrische inrichting dienst doet, wordt Leonardo DiCaprio als een ziekelijke, ongeschoren en sjofel geklede inspecteur geïntroduceerd. De formele plot van de film draait om zijn onderzoek naar een verdwenen patiënte, maar flashbacks en dromen benadrukken dat de speurneus zelf minstens zo belangrijk is. De man wordt geplaagd door gruwelijke visisoenen van de bevrijding van Dachau, waar hij als soldaat bij betrokken was, en de dood van zijn vrouw, die later bij een brand het leven liet.

Shutter Island is gebaseerd op de gelijknamige roman van Dennis Lehane, waarin genrespecifieke elementen rond een ondoorgrondelijk mysterie aan verwijzingen naar de Koude Oorlog, complottheoriën en ontwikkelingen in de psychiatrie worden verbonden. Al die zaken komen ook in het filmscenario aan bod, in gesprekken tussen de onderzoeker en een bonte stoet mogelijk onbetrouwbare bijfiguren. Het levert fraaie losse scènes op, waarin alle acteurs uit het sterrenensemble sterk uitpakken, maar het geeft de film ook een gekunsteld en fragmentarisch karakter.

Als gebruikelijk pakt Scorsese als stilist en cinefiel echter bijzonder fraai uit, waarbij invloeden uit een kleine eeuw aan genrefilmgeschiedenis de revu paseren. De regisseur verbindt Shutter Island nadrukkelijk met de Duitse klassieker Das Cabinet des dr. Caligari, Sam Fullers Shock corridor en de films waarin Alfred Hitchcock waanzin en psychiatrie centraal stelde (Spellbound, Vertigo, Psycho). Het labyrint van Caligari, de paranoia van Fuller en de symboliek van Hitchcock krijgen bij Scorsese een imposant monumentale weerslag, die benadrukt dat de filmmaker meer belang hecht aan cinefiele retrospectie dan aan vernieuwing.

Het maakt Shutter Island tot een minder verrassende bijdrage aan het genre dan The shining, waarmee Kubrick een ijzingwekkend en stilistisch vernieuwend meesterwerk afleverde. Waar zijn beroemdste voorganger de kijker met een provocerend slotakkoord in verwarring achterliet, wordt het mysterie in de finale bij Scorsese uitvoerig verklaard.

Ook dat is geheel in de traditie van Hitchcock, maar omdat we inmiddels vijftig jaar verder zijn, kan menigeen het konijn uit de hoge hoed ruim van tevoren zien aankomen. De goochelact wordt magistraal uitgevoerd, maar verbluffend is de truc allang niet meer. (BART VAN DER PUT)
Voor de trailer kijk op de website