Recensies Bewaar

De oerknal in Pierre Boulez' oeuvre is verbluffend en virtuoos (*****)

Pierre Boulez in 2010
Pierre Boulez in 2010 © AFP

Een intimiderende klankervaring, bloedstollend, versplinterende virtuositeit, waanzinnig en watervlug. De twee concerten in Muziekgebouw aan 't IJ ter ere van componist Pierre Boulez waren een betoverende ervaring.

Pierre Boulez

Ons oordeel: ★★★★★

Wie: Pierre-Laurent Aimard en Tamara Stefanovich (piano), Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard, met Cécile van de Sant
Wat: piano- en ensemblewerken
Gehoord: 25 en 26/3
Waar: Muziekgebouw aan ’t IJ

Pierre Boulez werd gisteren negentig. Dat werd in het Muziekgebouw aan 't IJ gevierd met twee memorabele concerten, die onderstreepten dat de Franse componist een van de grote geesten van de twintigste-eeuwse muziek is. Of was. Volgens insiders is de gezondheid van Boulez snel aan het verslechteren. Hij kan als gevolg van een oogkwaal nauwelijks meer zien en is aan het dementeren. Het is na de twee concerten vol levenskrachtige muziek nauwelijks voor te stellen dat hij de 91 wellicht helemaal niet gaat halen.

Het concert van woensdag stond geheel in het teken van Boulez' pianomuziek, waarmee hij in de jaren vijftig gewelddadig de revolutie predikte. Zo'n Eerste Piano­sonate (1946), geschreven op zijn eenentwintigste, barst bijna uit elkaar van woede en agressie, waarmee hij het lied aanhief dat alles anders moest. De onvermijdelijke vadermoord doet zich ook voor in zijn zo mogelijk nog harder razende en tierende Tweede pianosonate uit 1948, met Schönberg en Messiaen als vaders van de rekening. Boulez als punk.

Verbluffend
Beide stukken, na elkaar op het hoogste denkbare niveau uitgevoerd door Pierre-Laurent Aimard en Tamara Stefanovich, leverden een intimiderende klankervaring op. Met name de versplinterende virtuositeit die Stefanovich aan de dag legde in het bloedstollende laatste deel Vif van sonate nummer twee, was verbluffend.

Vooral dat deel is te beschouwen als de oerknal in Boulez' oeuvre, een groots moment waarin al het latere werk even, in een fel oplichtende flits, wordt geopenbaard. De dialectiek van de spanning tussen stilstand en beweging krijgt hier voor het eerst in zijn volledige uitdrukkingskracht gestalte. Boulez zou dat waanzinnige moment in zijn latere stukken steeds verder uitwerken.

Een ander hoogtepunt was de uitvoering van Structures II (1956/1961), het vervolg op het muziekhistorisch beroemdere Structures I, dat overigens vreemd genoeg ontbrak op het als 'Boulez' complete pianowerk' geafficheerde concert.

Structures I is een gortdroge oefening in seriële rigiditeit, al zouden Aimard en Stefanovich ook dit opwindend hebben gespeeld, maar in Structures II laat Boulez de pianisten meer vrijheid, zoals die aan de speler ook al in de Derde Pianosonate werd gegund.

Raffinement
Het mooie aan zo'n hele avond Boulez is dat je de compositorische constanten, de voorliefdes en de eigenheid van de klankwereld rijkelijk krijgt ingepeperd. Het watervlug schakelen van momenten van stasis naar intense actie, het betoverende spel met resonanties, het ongelooflijke raffinement van de instrumentbeheersing.

Dit werd daags erna door het Nieuw Ensemble onder leiding van Ed Spanjaard naar een verbijsterend hoogtepunt gevoerd met twee schitterende uitvoeringen van Éclat, voor vijftien instrumenten - een van Boulez' allerfraaiste werken - en van het eeuwig mysterieuze Le Marteau Sans Maître (1953/'55), voor mezzosopraan, fluit, altviool, gitaar, vibrafoon, xylorimba en percussie.

Le Marteau is Boulez' kubistische verwerking van invloeden die hij altijd heeft benadrukt, uit de gamelan muziek van Bali, de theatermuziek van de Japanse Gagaku en Afrikaanse trommelmuziek. Voeg daar een zangeres aan toe die met een romantisch timbre regels zingt als 'ik droom mijn hoofd op de punt van mijn mes (...)' en het raadsel is compleet. Dit is een stuk waar je een heel leven mee vooruit kan, vermoedelijk zonder ooit tot aan de kern te geraken. 'Le marteau is de Prélude à l'Après-midi d'un Vibraphone,' moet Adorno na de première hebben gegrapt.

Bijzonder prachtig waren ook de uitvoering van Weberns Fünf Stücke für Orchester op. 10 en de fluitsolo van Harrie Starreveld in het liefdevolle Mémoriale. De Boulez van de Eerste Pianosonate had nooit kunnen vermoeden dat hij ooit nog eens zulke tedere muziek zou schrijven.