Kunst & Media Bewaar

Stadsgezichten: De Van Gendthallen

Foto's Charlotte Labrie
Foto's Charlotte Labrie © UNKNOWN

Enigszins afgelegen op het Oostenburgereiland, ook wel bekend als het Init-terrein waar onder meer Het Parool, de Volkskrant en Trouw huizen,  ligt een bijzonder Rijksmonument: de Van Gendthallen. In 2001 hebben de gebouwen deze status gekregen dankzij de architectuur en de industriële geschiedenis die het complex vertegenwoordigt.

De vijf geschakelde hallen zijn in fasen opgebouwd. In 1897 werd begonnen aan de bouw van de drie westelijk gelegen hallen, die ruimte moesten bieden aan de vervaardiging van scheepsmotoren. Architect en ingenieur A.L. van Gendt kreeg van het bedrijf Werkspoor de opdracht voor het ontwerp. In deze periode werd bij de bouw van industriële complexen vaak teruggegrepen op al bestaande bouwvormen.

Zo doen de Van Gendthallen denken aan een middeleeuwse kerk met middenschip en zijbeuken: de middelste hal is hoger dan de twee naastgelegen hallen. Zes jaar later werd in dezelfde stijl en wederom naar ontwerp van Van Gendt, een vierde hal gebouwd op enige afstand van de andere drie. Hoewel dit een enkele hal is, doet ook deze denken aan een kerk, vanwege de knik in de daklijn.

De tussenruimte tussen de twee complexen is in 1905 opgevuld met een vijfde hal, die plaats bood aan de turbinestelplaats. Dit onderdeel van het complex kenmerkt zich door een geheel andere stijl, waarin zakelijkheid en functionaliteit voorop staan. Als geheel is het complex zodoende vanuit architectonisch oogpunt bijzonder, omdat het verschillende stijlen van industriële bouwkunst vertegenwoordigt.

Het complex is tevens een icoon van de Amsterdamse industriële geschiedenis. Het industrieverleden van het Oostenburgereiland, waarop de hallen liggen, gaat terug tot 1660. Omstreeks dat jaar werd het terrein aangelegd, ten behoeve van de havenindustrie. De Verenigde Oost-Indische Compagnie legde er vanaf deze periode scheepswerven, pakhuizen en andere gebouwen aan. Toen de VOC werd opgeheven, werd de industrie door andere bedrijven voortgezet.

In 1826 startte ondernemer Paul van Vlissingen in dit gebied zijn industriële activiteiten, die hij in de loop der jaren uitbreidde. In 1891 ging zijn bedrijf failliet, maar al snel maakte het een doorstart als de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, welke later werd omgedoopt tot Werkspoor. De Van Gendthallen zijn zodoende te plaatsen in een lange geschiedenis van Amsterdamse industrie. Bovendien zijn er nog maar weinig fabriekscomplexen van rond de eeuwwisseling over in Amsterdam.

De Van Gendthallen hebben medio jaren negentig hun oorspronkelijke functie verloren. Sindsdien is er gezocht naar een definitieve bestemming voor het complex. In 2003 werd woningcorporatie Stadgenoot eigenaar van de hallen, waarmee realisatie van woningen in het complex voor de hand lag.

Stadsdeel Centrum zag echter veel in het Oostenburgereiland als bedrijventerrein en wilde zo min mogelijk aantasting van het Rijksmonument. Stadgenoot heeft er inmiddels voor gezorgd dat het complex niet meer leeg staat: de duizenden vierkante meters zijn verhuurd aan verschillende bedrijven. De huurcontracten eindigen uiterlijk op 31 december 2014. Wat de Van Gendthallen daarna voor functie zullen krijgen is nog onbekend. (ARCAM/Charlotte Labrie)

Architect: A.L. van Gendt
Opleverjaar: 1897-1905


In een andere fabriekshal op het Oostenburgereiland, waarin nu restaurant Rosa & Rita gevestigd is, wordt in de avond van 16 mei de Amsterdamse Architectuurprijs (de Gouden A.A.P.) 2011 door ARCAM uitgereikt.