Kunst & Media Bewaar

Stadsgezichten: Valeriusstraat 55

Foto's Meriam de Lange
Foto's Meriam de Lange © UNKNOWN

Heel veel Amsterdammers kennen het. Het huis met de moderne gevel, in de lange Valeriusstraat. Een gevel in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid, zo afwijkend van de huizen links en rechts ervan dat ook veel mensen zich wel eens afgevraagd zullen hebben wat erachter zit.

Het antwoord is in eerste instantie eenvoudig. Het gaat hier om een huis dat in zijn oorspronkelijke vorm, met een andere gevel, gelijk met de meeste andere huizen in de straat is opgetrokken. Een huis waarvan de structuur karakteristiek is voor plaats en tijd, en typisch Amsterdams kan worden genoemd, met een bedrijfsruimte op de begane grond en drie woonverdiepingen daarboven. De huidige voorgevel is later aangebracht, dateert uit 1935 én geeft het huis een speciale betekenis.

Het ontwerp van die gevel is van architect L.H.P. (Léon) Waterman. Hij werd geboren in 1911 en studeerde aan het Voortgezet Hoger Bouwkunstonderricht (VHBO) waaruit later de Academie van Bouwkunst voortkwam. In 1946 vestigde hij zich als zelfstandig architect en kwam een carrière op gang die altijd nauw verbonden zou zijn met de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Tegelijk is opvallend dat veel van zijn werk ook al weer afgebroken is. Zijn uitbreiding van de Centraal Israëlietische Ziekenverpleging (1958), die tot 1979 in de Jacob Obrechtstraat was gevestigd, is kort daarna gesloopt en zijn synagoge voor de Liberaal Joodse Gemeente aan de Graafschapstraat in Amsterdam (1966) is nog niet zo lang geleden ten onder gegaan in de ontwikkelingen rond de RAI.

Te zien zijn wel nog woningen in de Fizeaubuurt bij het Amstel Station (1949), ontworpen samen met A. Bodon, een Joods Kindertehuis aan de President Kennedylaan (1966) en het interieur van de Hollandse Schouwburg aan de Plantage Middenlaan (1962). En bijzonder is dat veel architecten, veelal zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, een band met Waterman hebben. In het begin van de jaren zestig verbouwde hij namelijk het voormalige Huiszittenhuis en een deel van het Arsenaal, beide aan het Waterlooplein, tot Academie van Bouwkunst.

Toch is als herinnering aan de tot zijn dood in 1988 in de Lomanstraat woonachtige architect die ene gevel nog steeds het meest aanwezig in de stad. Een moderne gevel waarover zelfs de dienst Monumentenzorg zich, ondanks het afwijkend karakter ten opzichte van de klassieke sfeer in de straat, nooit negatief heeft uitgelaten. Een gevel die de straat verdeeld in een Valeriusstraat ervóór en een Valeriusstraat erná. Als beeld iets dat menigeen geneigd zal zijn te groeten in het voorbijgaan.

Voor wie dat doet is het misschien aardig om te weten dat de architect in de annalen voortleeft als een wat irritante, betweterige man, maar zeker een beschaafd intellectueel, een cultureel zeer onderlegde Oud-Zuidmijnheer was. Daarbij was hij - actueel op het moment dat er in Amsterdam veel wordt gesproken over de relatie tussen architectuur en muziek én ook de cellobiënnale weer voor de deur staat - een begaafd musicus. Sterker: een aan het conservatorium afgestudeerd cellist. (ARCAM/MAARTEN KLOOS)