PRONKSTUK

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of in de bestuurskamer. Verscholen in een hoekje van de kantine, of achter de struiken rond veld twee. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van het amateurvoetbal. Vandaag: het Gouden Kruis in het Ajaxmuseum.

'Het Amsterdamse voetbal kon wel wat promotie gebruiken,'' zegt Evert Vermeer in zijn boek Ajax 100 jaar. We schrijven het jaar 1900 en de toenmalige secretaris van de Nederlandse Voetbalbond Hekkenberg deed de suggestie aan de Amsterdamsche Voetbalbond (AVB) een toernooi te organiseren tussen de acht sterkste clubs van de stad. Zo geschiedde. De winnaar van de wedstrijdenserie won het Gouden Kruis, een wisseltrofee die na de prijsuitreiking weer meeging in de koffer van de bondsbestuurder.

Ajax werd al twee jaar na de oprichting in 1900 uitgenodigd voor dit officieuze kampioenschap van Amsterdam. Een grote eer. Tegenstanders waren pioniers van het Amsterdamse voetbal als RAP, Quick en Steeds Voorwaarts. Het eerste succes volgde in 1906. AFC werd in de finale met 4-3 geklopt.

De Europa Cups in het Ajaxmuseum zuigen je de glorietijd van de club binnen. In de schaduw van het gepoetste zilver uit de jaren zeventig staan de vitrines die gewijd zijn aan de beginjaren. Het eerste elftal poseert voor de Gouden Kruisfinale van 1910, onder hen Frans Schoevaart. Zijn zoon Wim (89) is nog altijd een bewaker van de voetbalhistorie. Een levend pronkstuk, net als zijn 'assistent', oud-bestuurslid André Kraan, die de clubarchivaris nog overal naar toebrengt. Kraan: ''Ik ben pas tachtig.'' Ze vragen Wim Schoevaart wel eens wanneer hij gaat stoppen. ''Niet, zeg ik dan.''

In de spelonken van de Arena is een voormalige spreekkamer zonder ramen omgetoverd tot zijn archiefruimte. Kasten staan vol met jubileumboeken; alle clubbladen vanaf het eerste nummer in 1916 zijn gebundeld. Aan de muur is geen ruimte meer voor een foto, vaantje of spotprent. Op een kladje heeft Schoevaart de jaren geschreven dat Ajax het Gouden Kruis won: 1906, 1909, 1910, 1911 en 1924.

Tijs Lindeman komt de kamer binnen. De oud-directeur van het Ajaxmuseum heeft een vaal blauw doosje in zijn hand. Onder het morsige deksel ligt op een paars fluweel bedje het originele Gouden Kruis, een trofee van meer dan honderd jaar uit, misschien wel de oudste overgebleven trofee van Amsterdam. ''Je mag hem wel even pakken,'' zegt Lindeman. Het kroontje is nog mooi verguld. De sierlijke metalen krullen daaronder zijn wat kaal. Het komt het gevoel van echtheid ten goede. In het hart van het kruis staat 'AVB Kampioen'. ''Het Gouden Kruis in het Ajaxmuseum is een replica dat Ajax ooit heeft laten maken,'' zegt Lindeman. ''Waarschijnlijk na één van de overwinningen.''

De AVB wordt na de oorlog een district binnen de KNVB met een afdeling voor zaterdag- en zondagclubs. De kampioenen van beide afdelingen spelen op neutraal terrein om het Gouden Kruis. Ajax heeft in 1983 een zaterdagafdeling opgericht, die begint in de laagste klasse van de AVB. ''De pioniers werden we genoemd,'' zegt David Endt, speler van het eerste uur. Eén telefoontje en de woorden Gouden Kruis zijn voldoende om de huidige teammanager naar de archiefkamer te lokken.

Endt: ''Het was helemaal niet de bedoeling met Ajax zaterdag naar het hoogste amateurniveau door te stoten, tot Johan Cruijff technisch directeur werd.'' Cruijff zag in Ajax zaterdag een tweede Jong Ajax waar de laatbloeiers uit de opleiding werden opgevangen en weerbaarheid konden trainen. ''Bobby Haarms werd teruggehaald uit Volendam. Sjaak Swart kwam over van VVGA,'' zegt Endt. ''Bobby liet Cruijff soms in de kleedkamer komen voor de wedstrijdbespreking. En Johan wilde je zeker niet teleurstellen.'' Ze speelden ook geregeld in De Meer. ''Dat maakte indruk op de tegenstanders.''

De ene promotie volgde op de andere en in 1989 werd Ajax zaterdag kampioen van de hoogste klasse in de AVB. Voor het eerst sinds 1924 zou Ajax weer een finale om het Gouden Kruis spelen, deze keer tegen zondagkampioen Zaliger Petrus Canisius (ZPC). Endt: ''We wilden graag winnen. Het Gouden Kruis was een historische trofee.'' Schoevaart citeert uit het clubblad van mei 1989: 'ZPC met onder meer de oud-Ajacieden Martin Wiggemansen en Jan Weggelaar in de ploeg won niet onverdiend met 1-0.'

ZPC kreeg zo een plek op het plaatje waarin de winnaars zijn gegraveerd. SNA, Schellingwoude, Sporting Zuid, Madjoe. Namen die nog slechts in jubileumboeken tot leven komen. De laatste winnaar was NFC in 1996. De AVB ging op in het nieuwe district West I. Het Gouden Kruis lag jaren te verstoffen op de burelen van de KNVB. Tot een medewerker toevallig de replica in het Ajaxmuseum herkende. De KNVB schonk de trofee aan Ajax, dat het Gouden Kruis zorgvuldig koestert namens alle clubs die ooit in de AVB hebben gespeeld. Het ligt op een prominente plek in de Arena naast een groteske barokke schaal van een toernooi bij Real Madrid. Die valt in het niet. (STEVEN VAN DER GAAG)