Sport Bewaar

Ajax Dossier: De angst voor degradatie

Henk Groot, toen speler van Feyenoord, passeert in het seizoen 1963-1964 de doelman van SC Enschede, Piet Lagarde.	Foto ANP
Henk Groot, toen speler van Feyenoord, passeert in het seizoen 1963-1964 de doelman van SC Enschede, Piet Lagarde. Foto ANP © UNKNOWN

Ajax is een grote cub met een rijk verleden. Het Parool belicht de belangrijkste periode. Tussen 1965 en 1966 vormde Rinus Michels Ajax om tot een profclub. Deel 12: Ajax redt het vege lijf.

'Hoeveel punten verzamelde Ajax? 26? Jemig, ik weet wel dat het niet goed ging met de club, maar dat is écht niet best.''

Henk Groot was in 1965 bezig aan zijn tweede seizoen bij Feyenoord, maar van de grote rivaal uit Amsterdam hadden de Rotterdammers weinig te duchten. De enige concurrentie uit de hoofdstad kwam van DWS, dat in 1964 al landskampioen was geworden en nu als tweede zou eindigen, vijf punten achter Feyenoord.

''We pakten dat jaar de dubbel, de titel en de beker, voor het eerst in de geschiedenis van Feyenoord,'' zegt Groot. ''Er stond ook een prachtig elftal met Coentje Moulijn, Frans Bouwmeester, Eddy Pieters Graafland, Guus Haak, Piet Kruiver.''

En Ajax? Dat ploeterde voort, ook na de komst van Rinus Michels halverwege het seizoen '64-'65. De beginnende trainer wist wat hij wilde, maar hij kon niet toveren. Groot: ''Aanvankelijk werd er nog wat lacherig gedaan over het feit dat Ajax wel eens zou kunnen degraderen, maar gaandeweg het seizoen sloeg de angst in Amsterdam toe.''

Ajax moest op de blaren zitten. De club had Groot een jaar eerder notabene aan Feyenoord verkocht - de midvoor die in 1961 liefst 41 maal scoorde in de competitie, een aantal waarmee hij nog altijd tweede staat op de eeuwige topscorerslijst van de eredivisie achter PSV-speler Coen Dillen (43).

''Het was een centenkwestie,'' zegt Groot over zijn vertrek. Hij wilde meer verdienen, maar ving bot bij het Ajaxbestuur onder leiding van voorzitter Jan Melchers. ''Ik wilde niet weg bij Ajax. Ik ben niet zo'n verhuizer. Als Ajax had willen betalen wat Feyenoord betaalde, was ik nooit weggegaan uit Amsterdam.''

Maar door de halsstarrigheid - en verkeerde zuinigheid - van Ajax liet Groot zich op de transferlijst plaatsen. ''In Valkenburg, tijdens een vakantie, hoorde ik dat ik was verkocht aan Feyenoord. Voor 250.000 gulden. Ik heb met de overgang ingestemd. Feyenoord was een mooie club, maar het was deels ook koppigheid mijnerzijds jegens Ajax.''

Groot ging er financieel en sportief op vooruit. In zijn tweede seizoen in Rotterdam, het jaar van de dubbel, vernederde Feyenoord zijn oude club met 9-4.

 Op 19 april 1965 eindigde de return in 1-1. ''Dat was al knap van Ajax,'' zegt Groot. ''Wij vonden het wel best, want nu konden wij een week later in De Kuip tegen GVAV kampioen worden.''

Groot scoorde die middag namens Feyenoord, Sjaak Swart doelpuntte voor de thuisploeg. Het was het 26ste en laatste punt dat Ajax dat seizoen haalde.

Met nederlagen tegen Fortuna'54 (2-0) en SC Enschede (2-1) en het schaamrood op de kaken struikelden de Amsterdammers als dertiende over de eindstreep. De nummers vijftien en zestien van de ranglijst, Sittardia en NAC, degradeerden. Groot: ''Dichter bij de onderste plaatsen is Ajax nooit meer geweest.''

Michels had de teugels in Amsterdam stevig in handen genomen, maar de overwegend jonge selectie had ook behoefte aan een kwaliteitsimpuls. De jonge trainer maakte zich na het hoe dan ook memorabele seizoen 1964-1965 bij de nieuwe voorzitter Jaap van Praag sterk voor de komst van drie spelers: doelman Gert Bals, verdediger Co Prins én Henk Groot, die een ton méér kostte dan het bedrag waarvoor hij in 1963 was verkocht. (DICK SINTENIE)