Sport Bewaar

Ajax Dossier: Nog geen zaakwaarnemer

Ajax, seizoen 1963-1964. Boven vlnr: Henk Tijm, Ton Pronk, Werner Schaaphok, Sjaak Swart, Frits Soetekouw, Ron Boomgaard. Onder vlnr: Bennie Muller, Siem Tijm, Klaas Nuninga, Karel Vesters, Theo van Duivenbode
Ajax, seizoen 1963-1964. Boven vlnr: Henk Tijm, Ton Pronk, Werner Schaaphok, Sjaak Swart, Frits Soetekouw, Ron Boomgaard. Onder vlnr: Bennie Muller, Siem Tijm, Klaas Nuninga, Karel Vesters, Theo van Duivenbode © UNKNOWN

Ajax is een grote club met een rijk verleden. Het Parool belicht de belangrijkste periode. Tussen 1965 en 1966 vormde Rinus Michels Ajax om tot een profclub.

Siem Tijm onderhandelde in 1963 met zijn club Alkmaar'54 over een nieuw contract. Hij vroeg er een paar duizend gulden bij, maar de club wilde niet. ''Zet me maar op de transferlijst,'' zei ik.

''Ik was een jaar of twintig, werkte in Heerhugowaard en ik reisde met de trein. Op het perron kwam iemand naar me toe: Je bent verkocht, voor honderdduizend gulden, je gaat naar Ajax. Ik wist van niks.''

''Ik had nóóit iemand van Ajax gezien of gesproken, maar ik kreeg na verloop van tijd wel een brief met de dag waarop ik me in Amsterdam moest melden voor de training. Je stelde niks voor als voetballer; de clubs konden alles met je doen.''

''Nu staan voor iedere voetballer drie schoenpoetsers en vier lakeien klaar, maar wie kon mij helpen? Zaakwaarnemers bestonden niet. Ik kwam uit een groot gezin, maar moest ik mijn broers vragen hoe mijn contract eruit moest zien? Die wisten van toeten noch blazen.''

''Uiteindelijk heb ik voorzitter Jan Melchers van Ajax te pakken gekregen. Hij zat ergens in Zandvoort in een hotel. Ik was ontevreden met het contract dat hij bood, dus ik zei: goedemiddag. Na een hoop heen en weer gepraat kon ik een Simca krijgen van de club.''

''Maar het duurde nog een half jaar eer ik mijn rijbewijs haalde. Tot die tijd moest ik elke avond met de trein van Alkmaar naar Amsterdam om te trainen. Eerst naar het centraal en dan met lijn 9 naar de Middenweg. Ik was om een uur of elf thuis. En de volgende ochtend weer aan het werk. Later kreeg ik nog een naheffing van de belasting voor die Simca. Dacht ik slim te hebben onderhandeld. Wist ik veel.''

''In mijn eerste seizoen bij Ajax raakte ik zwaar geblesseerd aan mijn enkel. Trainer Jack Rowley haalde zijn schouders erover op. Salo Muller, de verzorger, kon niet direct iets vinden. De trainer vond dat ik moest voetballen, terwijl ik amper kon wandelen. Die patstelling werd maar niet doorbroken.''

''Ik kwam in Alkmaar bij toeval in contact met een chirurg. Hij wilde me wel onderzoeken. Er bleek een botsplinter in die enkel te zweven. De chirurg schreef een brief voor Ajax, dat een operatie noodzakelijk was, maar die scheurde Rowley doormidden. Dat heeft hij nadien nog twee keer gedaan. Het bestuur kreeg er lucht van en heeft een bezoek gebracht aan die chirurg. Toen was het snel duidelijk, dat betekende het einde voor Rowley bij Ajax.''

''Je stond er als voetballer alleen voor in die jaren. Aan het eind van mijn tweede seizoen bij Ajax, in  1965, moesten de spelers één voor één bij Rinus Michels op kantoor komen. Daar hoorde je of je mocht blijven. Mijn broer Henk was voor mij aan de beurt. Hij voetbalde al in het tweede elftal en kwam op de transferlijst terecht. Ik ging het kantoor in en dacht: wat moet ik hier dan nog? Michels wilde me houden, maar ik was eigenwijs. Niemand die me influisterde: houd effe je mond, die Michels gaat het hier groots aanpakken. Ik liet me ook op de transferlijst plaatsen. Ik ging terug naar Alkmaar'54. Even later hoorde ik dat Ajax overging op full professionalsime en de rest is geschiedenis.'' (DICK¿SINTENIE)