Sport Bewaar

Stekelenburg: 'We stonden als een huis'

Luis Suarez verslikt zich in de Anderlechtverdedigers Olivier Deschacht (links) en Guillaume Gillet. Foto ANP
Luis Suarez verslikt zich in de Anderlechtverdedigers Olivier Deschacht (links) en Guillaume Gillet. Foto ANP © UNKNOWN

BRUSSEL - De verdediging van Ajax capituleerde in Brussel vijf minuten voor tijd alsnog (1-1). Toch stond de achterhoede de hele avond als een huis, vond Maarten Stekelenburg. De man van de achterste linie is content. "We raken steeds beter op elkaar ingespeeld."

Het was een redding die hij niet meer dacht te hoeven maken. Ajax speelde immers met een man meer, door de rode kaart voor Jelle van Damme, tien minuten voor tijd. Toch bonkte Anderlecht ineens nadrukkelijk op de deur, die Ajax een wedstrijd lang ferm gesloten had weten te houden.

Het schot kwam van ver. Stekelenburg dook naar links, laag naar de grond. Met zijn hand tikte hij de bal weg van zijn doel. ''Dan denk je, dit is het; de winst is binnen,'' aldus de keeper die naar eigen zeggen stukje bij beetje weer naar zijn topvorm groeit.

Even viel het publiek achter hem stil, maar bij de volgende Brusselse aanvalsgolf, begon de harde kern van Anderlecht weer uit volle borst te zingen en te roepen. Stekelenburg hoort het niet meer. Daarvoor heeft hij al te veel meegemaakt, zegt hij. Nu hij weer zeker is van zijn basisplaats, is 'de ruis in het hoofd' weer verdwenen.

Na zijn knappe redding stuurde hij zijn verdediging weer aan, zoals hij dat voor de wedstrijd ook al had gedaan. In de kleedkamer neemt hij een leidersrol op zich, zegt Urby Emanuelson. ''Hij is de meest ervaren speler van de verdediging. Hij pakt ons één voor één apart, en wijst ons op het belang van de nul houden. Daar zijn we nu echt mee bezig. Eerst hadden we individueel goede verdedigers. Nu hebben we een goede verdediging.''

Organisatorisch staat het steeds beter bij Ajax. Er groeit iets, zegt Stekelenburg. ''De verdediging staat als een huis. De kampioen is vaak ook de ploeg met het minst aantal doelpunten tegen. Dat beseffen we steeds beter. We winnen nu met 6-0 van NAC. Dat zou vorig seizoen best wel eens 6-2 geweest kunnen zijn.''

Jan Vertonghen en Toby Alderweireld krijgen de meeste lof toegespeeld voor het slinkende aantal tegendoelpunten. Dat vindt Stekelenburg te kort door de bocht. Hij wijst op het goede spel van de vleugelverdedigers Urby Emanuelson en Gregory van der Wiel, maar prijst vooral de rol van Demy de Zeeuw. ''Verdedigen begint voorin. Demy is zo slim, hij weet precies wanneer je druk moet zetten.''

Toch kon ook De Zeeuw niet voorkomen dat Anderlecht met nog een paar stuiptrekkingen gevaarlijk kon worden. Vier minuten voor tijd moest Stekelenburg toezien hoe al zijn verdedigers vergaten het zestienjarige wonderkind Lukaku voor de voeten te lopen. De spits mocht op slechts enkele meters van het doel de bal vrij aannemen alvorens tot een schot te komen. ''Dat mag niet op dit niveau,'' aldus Stekelenburg, die de volley van Lukaku nog wel met zijn vuisten kraakte, maar in de rebound alsnog gepasseerd werd door Jonathan Legear.

Na het laatste fluitsignaal had Stekelenburg slechts een korte ruk nodig om het klittenband van zijn rechterhandschoen los te trekken. De ontblote hand was bedoeld voor de scheidsrechter, maar woelde onderweg naar de middenstip eerst nog kort door het haar van Alderweireld, die met gehurkte knieën verslagen naar het gras staarde.

De troost van Stekelenburg was oprecht, want van paniek wil hij niks weten, zei hij met het besef dat de Europese campagne nog vier wedstrijden duurt. Dat belette de doelman echter niet om terug in de kleedkamer de jonge verdediger wel de les te lezen. ''De bal was lang onderweg. Daar moest iemand naar toe,'' aldus Stekelenburg. ''Maar ik moet zeggen: ondanks het tegendoelpunt stond de verdediging weer als een huis. Alleen het resultaat is zuur.'' (THOMAS RIJSMAN)