Sport Bewaar

Ajax Dossier: Een oeroud clublied

Het bakelieten singeltje, met op de achterkant: Ga je mee. Foto Marcel Israel
Het bakelieten singeltje, met op de achterkant: Ga je mee. Foto Marcel Israel © UNKNOWN

Ajax is een club met een rijke historie. Het Parool zoekt naar verhalen in de kantlijn en ontdekte een oeroud clublied.

'Ik heb een verrassing voor jullie!'' Hij zegt het op een toon alsof hij zijn kinderen op een dagje dierentuin trakteert. Zijn woorden kunnen nauwelijks meer contrasteren met zijn voorkomen. Harm van Nimwegen (57) heeft zware griep. Hij beweegt zich traag en is moeilijk verstaanbaar. Zijn penthouse, acht hoog in Buitenveldert, kijkt uit op de verlichte velden van AFC. Hoestend en met waterige ogen loopt hij naar een grote kast om zijn verrassing tevoorschijn te toveren.

Met een bakelieten langspeelplaat, zonder hoes, komt hij terug geschuifeld. Het is een singeltje dat op 78 toeren gedraaid moet worden. Met het oude Ajax embleem erop. Verder op het label: '1900-1950. Ajax Mars. Max van Praag.' Alsmede componist en tekstschrijver: 'E. Painparé en D. Knegt.' Het lied werd gemaakt voor het eerste kampioenschap van Ajax in 1918. Van Nimwegen glundert. ''Ik heb Michael van Praag en het Ajaxmuseum gebeld. Niemand heeft deze plaat, een uniek exemplaar uit 1950.'' Max was de jongere broer van Jaap van Praag, de latere Ajaxvoorzitter. Hij was bekend van liedjes als: Daar zijn de appeltjes van Oranje weer.

Van Nimwegen, hoogleraar bedrijfseconomie aan de VU en in Maastricht, komt uit een Ajaxfamilie. ''Geboren in De Meer. Mijn vader, topman bij de Amsterdamse Incassobank, draaide meestal Gustav Mahler. Maar op zondag ging het om Ajax, ook qua muziek. Daarom vind ik de B-kant eigenlijk nog mooier: Truce Speijk en Johan Boskamp met Ga je mee.''

Van Nimwegen begint, ondanks zijn verstopte neus, spontaan te zingen. 'Ga je mee, ga je mee naar het Ajaxstadion, daar staan de stoere knapen voor je klaar.' Maar we draaiden ook Johnny en Tante Leen. Mijn ouders gingen altijd naar Ajax, ook veel ooms en tantes.Die dronken dan veel sherry. En als de spelers het veld opkwamen, werd altijd de Ajax Mars gespeeld. Met 'Heil o Heil' in plaats van: 'Hup Ajax Hup'. Dat maakt deze plaat zo uniek.''

De platenspeler die van Nimwegen recentelijk aanschafte, is nog niet aangesloten. Terwijl de fotograaf de draden probeert te verbinden, vertelt Van Nimwegen over Ajax. ''Henk Groot was onze familieheld. Ik heb ook het eerste doelpunt van Cruijff bij GVAV gezien. Ik ging naar alle uitwedstrijden. Ook Liverpool, de 2-2 na de mistwedstrijd én Benfica in Parijs. Ik heb heel Europa gezien, tenminste de stadions.''

De zieke gaat verder, plots onvermoeibaar: ''Mijn oom is Jan Zwartkruis. Vlak voor het WK in Argentinië waren we op zijn verjaardag. Ik kan me herinneren dat mijn vader hem zei: Jan, jullie moeten met zwarte broeken spelen. Ome Jan vroeg waarom. Dan zal je naam altijd aan dat toernooi verbonden blijven. Jij bent toch Zwartkruis?! Je zag ome Jan twijfelen. Maar zo is het gegaan. Door mijn vader speelden we het WK in 1978 in zwarte broeken.''

Opeens is er geluid. Heel zacht weliswaar, omdat een versterker ontbreekt. ''Ik heb de plaat al twintig jaar niet gehoord,'' zegt Van Nimwegen.

En dan komt het: 'Heil o Heil, roodwitte Schare, Dapp're strijders fier en koen. Bevestigt uw roemrijke mare. Driewerf heil onz' kampioen'.

Hij is als een kind zo blij: ''Zie je wel! Ik zei het toch: 'heil'. Ik heb je niet bedrogen, toch?! Maar dat van driewerf heil, dat wist ik ook niet meer.'' Waarom het Heil - dat gezondheid betekent - verdwenen is, naar verluidt in 1963, weet ook Van Nimwegen niet. ''De oorlog ligt voor de hand, ja.'' (EDWIN SCHOON)

Bron foto: Marcel Israel, website: www.marisfo.nl