Binnenland Bewaar

De Zilvermeeuw (1973-2015): einde van ondergronds koekblik

De eerste rit met de Zilvermeeuw.
De eerste rit met de Zilvermeeuw. © Gemeente Amsterdam

Na veertig jaar trouwe dienst verdwijnt de Zilvermeeuw uit de Amsterdamse metro. De metrostellen zaten onder de graffiti, waren retro en edgy, maar bovenal een puik stukje techniek.

Treinstel 18 heeft de eindstreep niet gehaald, maar dat was een kwestie van vandalisme

Martijn Roos, metrofanaat

Mooi van lelijkheid, misschien is dat de beste uitdrukking. De Zilvermeeuw is vooral te vergelijken met een koekblik. Hoekig, dof-glanzend en een tikje knullig. Je hoeft geen hipster te zijn om de eerste Amsterdamse metro als prettig heel erg van-de-vorige-eeuw te omschrijven. Zo retro als cassetterecorders, bruine gordijnen en fotobehang. Of misschien beter, om in vervoersperspectief te blijven: de Lada. Je ziet de Zilvermeeuw en je denkt aan Turks fruit en aan de tijd dat Zuidoost nog gewoon de Bijlmer was.

Vandaag neemt de Zilvermeeuw afscheid, na zo'n veertig jaar trouwe dienst. Van de lijnwerkplaats in Diemen rijden genodigden en metroseksuelen naar Gaasperplas in Zilvermeeuw 23. Voor de laatste keer zal het oldskool 'plingplong' klinken. Het is, zoals de Dienst Metro meldt, het einde van een tijdperk.

Het was de vooruitgang die zijn intrede deed met de komst van een metro in Amsterdam. Amerikaanse toestanden. En dan was die Zilvermeeuw ook nog zo lekker blikkig, het deed zo fijn denken aan die diners in New York en tegelijk aan de metro's in diezelfde stad, die we kenden van televisie. Dat de Zilvermeeuwen in minder dan geen tijd het favoriete canvas werden van graffitiartiesten, hielp ook al mee bij dat gevoel. Voeg daarbij de talloze brandplekjes van heroïnegebruikers in de kozijnen van de achterste compartimenten van de metro en je kunt zeggen dat de metro in Amsterdam edgy was. Andere koek dan zo'n streekbus.

Proefritten
Over die datum van de eerste Zilvermeeuw valt nog wel iets te zeggen. Op 14 oktober 1977 waren het namelijk prinses Beatrix en prins Claus die met diezelfde wagen 23 het eerste deel van het Amsterdamse metronetwerk openden. Het ging hier echter om het type M2; de tweede generatie metro's. Vanaf 27 april 1973 werden op een speciaal aangelegd proeftraject tussen Venserpolder en Verrijn Stuartweg al proefritten gereden met vier Zilvermeeuwen van het type M1.

Het leek er toen nog niet op dat de Zilvermeeuwen zo'n lang leven beschoren zouden zijn. Sterker: na forse kostenoverschrijdingen is er sprake van geweest dat de NS met sprinters de lijn zou gaan exploiteren. Uiteindelijk werd toch besloten het GVB de metro te laten rijden.

De metro's werden gemaakt in Duitsland, bij de fabriek van Linke-Hofmann-Busch (LHB) in Salzgitter nabij Braunschweig. Dat in dezelfde fabriek de klassieke gele gelede trams werden gemaakt die ook lang in Amsterdam rondreden, zal met terugwerkende kracht weinig mensen verrassen. LHB ging in 1998 trouwens op in Alstom, dat ook de nieuwste metrostellen levert.

Zéér betrouwbaar
De Zilvermeeuw was een puik stukje techniek, zegt metrofanaat Martijn Roos. Technisch zéér betrouwbaar, aldus Roos. 'Er is in al die jaren min of meer probleemloos mee gereden. Ja, treinstel 18 heeft de eindstreep niet gehaald, maar dat was een kwestie van vandalisme: het brandde volledig uit.'

Ach, dan die M5/M6-serie die de toekomst is, die zal gaan rijden op het tracé van de Noord/Zuidlijn. Prachtig allemaal hoor. Veel capaciteit, van alle gemakken voorzien met moderne informatiegadgets en doorkijk van voor naar achter. Maar naast de Zilvermeeuw oogt het allemaal zo steriel, zo plastic, zo braaf. En misschien wel het ergste: de M5/M6 heeft een soort piepje in plaats van een plingplong.

Bekijk hieronder de beelden van het afscheid door fotograaf Alphons Nieuwenhuis en de Dienst Metro en Tram van de Gemeente Amsterdam.