Bij zijn aftreden als wethouder zei Tjeerd Herrema vol trots dat de problemen met taxi's voorbij waren door de invoering van kwaliteitstaxi's bij het Centraal Station. Een paar maanden later is het alweer hommeles. Waarom lukt het niet om de problemen met taxi's op te lossen? En waarom spelen deze problemen alleen in Amsterdam?

Toegegeven, zo erg als begin 2000, toen de nieuwe Taxiwet net was ingevoerd en in Amsterdam een heuse taxioorlog woedde, is het nu niet. De tijden van corruptie bij TCA zijn voorbij; net als de kloppartijen en het klemrijden van rivalen. De TCA'ers lijken nu gewend aan het idee dat ze de taart moeten delen met andere chauffeurs. Begin 2008 kwamen er zelfs kwaliteitstaxi's. De rust op de standplaats leek te zijn weergekeerd.

En toch is het nog steeds nauwelijks mogelijk om op een standplaats een fatsoenlijke taxi te krijgen. Zeker als je niet ver weg hoeft.

De taxiproblemen zijn het gevolg van de bijzondere situatie in Amsterdam. Zo zijn er in de hoofdstad heel veel taxi's. Schattingen lopen uiteen van 2400 tot 3000 taxi's, meer dan Rotterdam (1300), Den Haag (500) en Utrecht (375) samen. Dat zijn er veel te veel, daarover zijn alle partijen het eens. Zeker nu er door de economische crisis veel minder werk is.

Nadat de taximarkt in 2000 werd geliberaliseerd, steeg het aantal taxi's explosief. En doordat er meer taxi's zijn, is de kans op incidenten natuurlijk groter.

Het grote aantal taxi's is vooral een gevolg van de enorme stroom toeristen dat de stad bezoekt. Die zorgt voor de helft van het 'straatwerk' van heel Nederland. En daardoor konden ook chauffeurs die niet bij een centrale zijn aangesloten, lange tijd goed geld verdienen in Amsterdam. Vooral op de lucratieve tijdstippen wordt de stad overspoeld door taxi's.

Lastig in toom te houden
Omdat ze volgens de nieuwe Taxiwet van 2000 nauwelijks aan voorwaarden hoeven te voldoen, is de taxi een eenvoudige carrièrestap, zeker voor mensen met weinig andere opties, zoals nieuwkomers die nauwelijks Nederlandse spreken .

Deze vrije rijders zijn lastig in toom te houden: een TCA-chauffeur die in de fout gaat, wordt bestraft door de centrale, maar een vrije rijder hoeft met niemand rekening te houden. Ook niet met de klant, want de kans dat dezelfde klant twee keer in dezelfde taxi stapt, is nagenoeg nihil.

Wie nu op de standplaats gaat kijken, moet concluderen dat de liberalisering van de taximarkt is mislukt. Er zijn meer taxi's, maar de prijzen zijn niet gedaald, en de service is niet verbeterd. Van zelfregulering en marktwerking - de gevleugelde termen waarmee de liberalisering van de taximarkt werd gelanceerd - komt niets terecht.

De gemeente staat vrijwel machteloos, omdat de regelgeving voor taxi's inmiddels een rijksaangelegenheid is geworden. De Tweede Kamer drong daarom bij staatssecretaris Huizinga aan op maatregelen waardoor de liberalisering van de taximarkt gedeeltelijk zou worden teruggedraaid.

Vorig jaar juni ging Huizinga overstag, en kwam ze met plannen voor strengere eisen aan de chauffeurs en meer mogelijkheden voor de gemeente om in te grijpen. Wethouder Herrema reageerde destijds verheugd op die plannen.

Zijn opvolger, Hans Gerson, is degene die de vruchten zal plukken van de koerswijziging. Helaas voor hem zal het nog wel even duren voordat de wetswijziging een feit is en hij kan ingrijpen.

Tot die tijd moet Gerson zich redden met lapmiddelen, zoals extra toezicht. Daar begint hij op zijn vroegst over drie weken mee. De chauffeurs op de standplaatsen bewijzen ondertussen elke dag opnieuw dat dat niet snel genoeg geregeld kan worden. (JASPER KARMAN)