Kunst & Media Bewaar

Aafje Heynis (1924-2015) was te verlegen en beschroomd voor opera

Willem Duys vond Aafje Heynis 'een wel buitengewoon zoetgevooisde vogel in onze vocale volière'
Willem Duys vond Aafje Heynis 'een wel buitengewoon zoetgevooisde vogel in onze vocale volière' © ANP

Woensdag overleed op 91-jarige leeftijd zangeres en zangpedagoog Aafje Heynis. Wie haar hoorde zingen, met dat nachtblauwe timbre, dat snelle, ondiepe vibrato en die schitterende dictie, hoorde het geluid van een engel.

Ze had een stem die de grootste, stoerste kerels in oncontroleerbaar snotterende wrakken kon veranderen.

Engeland had Kathleen Ferrier, maar Nederland had Aafje Heynis. Heynis was een van de allermooiste alten van de twintigste eeuw. Ze had een stem die de grootste, stoerste kerels in oncontroleerbaar snotterende wrakken kon veranderen. En dat heeft ze vanaf 1958, toen ze met de Altrapsodie van Brahms, uitgevoerd met het Concertgebouworkest onder Eduard van Beinum, doorbrak, decennialang gedaan.

Aafje Heynis, geboren in Krommenie en altijd een Zaankanter gebleven, liet haar bijzondere stem voor het eerst aan een publiek horen op 6 mei 1945, toen ze in Wormerveer een ad hoc openluchtconcertje gaf, nadat een man een piano naar buiten had gesleept. Ze zong Händels Dank sei Dir, Herr (met een door de nazi's aangepaste tekst, zonder het volks Israëls) en het is niet moeilijk voor te stellen dat er in diepe ontroering naar zal zijn geluisterd.

Hitlijsten
Ruim vijftig jaar later haalde datzelfde arioso zelfs de hitlijsten, nu via een opname uit 1956 in de door Philips uitgebrachte cd-serie Dutch Masters. Heynis was al vijftien jaar eerder gestopt met zingen, in 1983, op het toppunt van haar roem, om voor haar zieke echtgenoot te zorgen. Maar aan het einde van de vorige eeuw was ze even populairder dan ooit. Draaien deed ze die oude opnamen zelf niet meer. Ze raakten haar te veel.

Heynis' talent werd al vroeg onderkend door Jo Vincent en Aaltje Noordewier-Reddingius (grote namen halverwege de vorige eeuw). Van Noordewier leerde ze in drie jaar 'alles wat er te leren viel' en daarna, met hulp van dirigent Anthon van der Horst, begon ze aan een glansrijke carrière. Ze trad op en nam op met dirigenten van naam en faam als Van Beinum, Haitink, Klemperer, Sawallisch en Münch en richtte zich hoofdzakelijk op het oratorium. Dat leverde haar het epitheton 'evangelisatiezangeres' op, al was haar repertoire breder dan alleen Bach en Händel. Maar ze zong nu eenmaal geen opera. Te verlegen, te beschroomd.

Engel
Het deed er ook niet toe. Wie Heynis hoorde zingen, met dat nachtblauwe timbre, dat snelle, ondiepe vibrato en die schitterende dictie, hoorde het geluid van een engel. Haitink roemde haar eerlijkheid, haar warsheid van trucjes en noemde haar 'een exponent van een echte Hollandse zangeres, zonder buien en opgelegd sentiment'. Willem Duys vond haar 'een wel buitengewoon zoetgevooisde vogel in onze vocale volière'.

In 1995 maakten Inge Le Cointre en Camille Verbunt de fraaie documentaire Stem van de Ziel, die aan de wieg stond van Heynis' wedergeboorte in de oren van de muziekliefhebbers. Philips bracht als de bliksem oude opnamen uit om in de vraag te voorzien (er was weinig meer te krijgen).

Zangpedagoge
Na haar zelfgekozen pensioen werd Heynis een voortreffelijke zangpedagoge, die onder anderen Charlotte Margiono de kneepjes van het vak leerde.

Tot slot een persoonlijke anekdote. Toen schrijver dezes in 1997 de Amerikaanse stersopraan Renée Fleming een blinddoektest afnam, draaide hij Ombra Mai Fù, gezongen door Heynis. Fleming was na afloop in tranen.