Kunst & Media Bewaar

Marlene Dumas: 'Pas in Amsterdam begon ik ideeën te ontwikkelen over mijn eigen kunst'

Marlene Dumas
Marlene Dumas © Hollandse Hoogte/Merijn Doomernik

Marlene Dumas (61), sinds 1976 Amsterdammer, geldt als één van de invloedrijkste kunstenaars van deze tijd. Haar werk, te zien in een groot retrospectief in het Stedelijk Museum, doorbreekt de illusie en het vooroordeel. 'Wat ik doe, gaat nooit over geld.'

Bio

1953 geboren in Kaapstad

1972-75 studie schilderkunst aan de Michaelis School of Fine Arts van de Universiteit van Kaapstad

1976 verhuist naar Amsterdam en vestigt zich als kunstenaar

1978 groepstentoonstelling in het Stedelijk Museum

1984 eerste solotentoonstelling in Centraal Museum Utrecht

1989 geboorte van Helena, dochter van Dumas en haar partner Jan Andriesse, ook kunstenaar

2006 het schilderij 'The teacher' wordt bij Christie’s geveild voor 3,34 miljoen dollar

2008-13 solotentoonstellingen in onder meer Warschau, Milaan, Istanboel, New York, Tokio, Johannesburg, München, Houston

2010 eredoctoraat aan de Rhodes Universiteit Grahamstown, Zuid-Afrika

2011 Rolf Schockprijs

2013 Johannes Vermeerprijs

Marlene Dumas doorzoekt een stapel tekeningen. Ze buigt zich voorover bij een tafeltje in één van de drie aan elkaar geschakelde werkruimtes in Atelier Dumas in de Amsterdamse De Pijp.

Aan schilderen komt Dumas momenteel niet toe, maar voor het retrospectief 'The image as burden', vanaf zaterdag in het Stedelijk Museum, heeft ze nog wel enkele kleinere werken gemaakt: nieuwe portretten voor 'Great men', een serie portretten van vermaarde homoseksuele mannen waarvan de eerste delen in het voorjaar van dit jaar naar buiten kwamen en waarmee de kunstenares stelling neemt tegen de intolerante wetgeving jegens homo's in Rusland.

Kijk! Dumas heeft, tussen tientallen schetsen en tekeningen, een portret van de Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder te pakken. Een donker en tegelijk bijna cartoonesk portret. Ze kijkt er vertwijfeld naar. 'Lastig,' zegt ze.

Onderop de stapel bevindt zich een ander portret van Fassbinder, een serener beeld, waarop de Duitse regisseur het gezicht ietwat afwendt. Dumas is duidelijk: dit werk is niet goed. Ze mist de minachting in zijn blik. Die krijgt ze, op één of andere manier, niet erin.

Marcel Proust
En wat te denken van Marcel Proust? Dumas - wereldwijd geroemd om haar werk met dun opgebrachte verf, vervormde, bijna abstract ogende lichaamsdelen, en opvallende kleurcontrasten - vraagt haar bezoek om een oordeel. Wat doe je dan? Is het niet vreemd tegen één van de invloedrijkste kunstenaars van dit moment te zeggen dat deze schets misschien net die extra laag mist, waardoor Proust wat braafjes oogt?

Dumas lacht. Ze had Proust allang opzij gelegd, bij de stapel met werken die de galeries en musea niet gaan halen. 'Ik zie dat het wat mist, en dat komt vooral door het materiaal. Dit papier zuigt te veel op. De kracht gaat eruit.' Ze bedoelt maar: er bestaat geen duidelijke receptuur voor goede kunst. 'Ik stel mezelf natuurlijk zekere eisen. Die verschillen per werk. Daar probeer ik vervolgens aan te voldoen. Dat lukt, of dat lukt niet.'

Voor Dumas is 'The image as burden' de tweede grootschalige overzichtstentoonstelling in relatief korte tijd. In 2008 was 'Measuring your own grave' in onder meer Los Angeles en New York te zien, een overzicht van haar werk van de laatste dertig jaar. 'The image as burden', dat na Amsterdam ook Londen en Bazel aandoet, gaat nog verder terug in de tijd. In het Stedelijk gaat het om het meest omvattende overzicht van haar werk tot op heden - er wordt werk geëxposeerd vanaf het begin van de jaren zeventig tot de dag van vandaag.

Bomvol
De weken voor de opening zitten bomvol, mede doordat Dumas overal zicht op wil houden. Ze stelde zelf de catalogus samen, maakte een historische tijdlijn om haar werk en leven in een bredere context te plaatsen en selecteerde citaten uit recensies, essays en persoonlijke notities. Ze had een duidelijk doel: 'Ik wilde binnen het ordeningsprincipe van de chronologie blijven. Die opdracht heb ik mezelf gegeven. Ik moet streng zijn en scherp blijven. Het is verleidelijk om werken door elkaar te husselen en ze een plek te geven waar ze beter lijken te passen in het beeld dat ik zelf van mijn kunst heb.'

Ook is ze al weken bezig met de bepaling van de juiste route van de expositie. 'Ik wil overzicht bieden en tegelijk moet er genoeg ruimte blijven zodat iedereen zijn eigen verhaal kan maken. Het beeld van mijn werk dat hier wordt geconstrueerd, moet niet als het enige beeld worden ervaren. Ik wil niets opdringen.'

De voorbereidingen op 'The image as burden' stemmen haar weemoedig. De tijd vervliegt. Ze is erachter gekomen dat ze delen van haar eigen werk min of meer is vergeten.

'Het is in mijn herinnering verkleurd of veranderd. In die zin is dit retrospectief ook voor mij een nieuwe kennismaking. Er zijn werken bij die jaren geleden uit mijn leven zijn verdwenen, die naar verzamelaars en musea zijn gegaan. Die ken ik alleen nog van de foto's die ervan zijn gemaakt. Die foto's zijn niet meer dan een aftreksel van het origineel. Zo blijft op een foto van de textuur van een schilderij niets over. Ik moet, als er weer een werk is opgestuurd, soms echt goed kijken. Omdat het een heel andere gloed of kleur heeft dan ik in de loop der jaren ben gaan denken.'

Misverstand
Het is een geruststellende gedachte dat iedereen met interesse in haar schilderijen, tekeningen en collagewerk de komende maanden in het Stedelijk naar haar echte werk kan kijken. Want er gaat niets boven de originelen. 'Er zijn steeds meer mensen, vrees ik, die vinden dat het niet zoveel uitmaakt. Die denken dat het bij een schilderij niet nodig is het werk zelf te zien, vooral niet als je zoals ik gebruik maakt van beelden die met fotografie te maken hebben. Dat is een misverstand. Een schilderij heeft specifieke eigenschappen die verdwijnen op een foto. Een reproductie ziet er per definitie uit als een foto.' Met stemverheffing: 'Omdat het namelijk een foto ís.'

Een gesprek met Dumas is een onderhoud met een gesprekspartner wier gedachten en vertellingen zich als een labyrint presenteren, om uiteindelijk altijd weer een duidelijke richting aan te nemen. Dumas praat veel en toont zich tegelijk nieuwsgierig. Ze wil voortdurend de mening weten van haar gesprekspartner en stelt veel wedervragen.

Op internet is een filmpje te vinden van een gesprek met haar tijdens de opening van de tentoonstelling 'Tronies' in München. Daarin vertelt ze dat haar moeder, op de boerderij in Zuid-Afrika, haar er vroeger al eens op wees dat ze wat rustiger moest praten. 'Ze zei: je komt oppervlakkig over, je maakt je zinnen nooit af. Zo gaan de mensen je verkeerd begrijpen.'

Waarheid
Er is sindsdien niet veel veranderd, erkent ze. Praten is voor haar tasten naar de waarheid. 'Ik wil graag veel vertellen. Al pratend verder komen. Daarom vind ik het ook vreemd als ik een interviewaanvraag krijg en er wordt gezegd dat het me echt niet veel tijd zal kosten. Ik wil juist dat het veel tijd kost. Anders heeft het geen zin.'

Haar verhaal heeft veel kanten. Dumas groeide op een boerderij op in Kuilsrivier bij Kaapstad, met haar twee oudere broers en haar moeder. Ook haar oma's en opa en twee nichtjes woonden enkele jaren bij hen in. Haar vader, die overleed op haar twaalfde, was wijnboer, en hield ook wat schapen, kippen en koeien. 'Het was een voorrecht in het echt de geboorte van lammetjes en kalveren te zien, en hoe een kip nog rondliep nadat hem de kop was afgesneden, omdat hij die avond opgegeten ging worden.'

De overstap van haar Afrikaanstalige school naar een op Britse leest geschoeide universiteit viel haar zwaar. 'Zoveel was nieuw. Ik was 19 en ik had nog nooit met gekleurde mensen les gehad. Ik had nog nooit bij een joodse of een mohammedaanse familie gegeten. Ik kwam in aanraking met gedichten van Allen Ginsberg en zag films van Alain Resnais en Jean-Luc Godard.'

In 1976 vertrok ze naar Amsterdam, met een beurs. De afkeer die haar ouders van de vroegere kolonisator Groot-Brittannië hadden, speelde daarin een rol. 'Mijn moeder vertelde dat zij in haar studententijd weigerde op te staan als 'God save the Queen' werd gespeeld. Het werd Amsterdam in plaats van Londen, ook vanwege de taalverwantschap van het Nederlands met het Afrikaans, en omdat ik Nederland zag als een tolerante provincie in Europa, een goede plek om een start te maken.'

Afkeer van psychologiseren
In haar werk is dat leven nadrukkelijk terug te vinden, maar dat is geen onderwerp waarover Dumas graag spreekt. Ze schilderde weliswaar haar dochter Helena regelmatig, en ook haar eigen jeugd komt vaak voorbij; zo zijn 'The teacher (Sub A)' en '(Sub B)' uit 1987 gebaseerd op twee klassenfoto's uit de jaren zestig.

Maar Dumas heeft, bondig gezegd, een afkeer van identificeren en psychologiseren. 'Wat kan ik erover zeggen? Mensen gaan er bijvoorbeeld nogal makkelijk van uit dat Zuid-Afrika en de apartheid mijn belangrijkste inspiratiebronnen zijn geweest. Als je daarover iets zegt, gaat dat een eigen leven leiden. Zo wordt het steeds moeilijker om mijn werk onbevangen, zonder vooroordeel, te bekijken.'

Ze heeft lang moeten uitleggen dat ze niet alleen uit het Zuid-Afrika van de apartheid komt. 'Ik heb er ook veel geleerd. Over schilderen en over kunst in het algemeen. Het was mijn theoretische periode: van alles in me opnemen en overal aantekeningen van maken. Pas in Amsterdam begon ik ideeën te ontwikkelen over mijn eigen kunst. Toen bleek ik in staat te zijn die ideeën te vertalen naar de praktijk.'

De onbevangen blik op haar werk is ook vertroebeld geraakt door de succesverhalen over haar werk. Zeker nadat doeken van haar op veilingen over de grens van één miljoen dollar waren gegaan, wordt ze steevast aangeduid als de 'best verkopende vrouwelijke schilder' van dit moment. Een kwalificatie die haar tegenstaat - om het mild uit te drukken. 'Er ontstaat een sfeer waarop ik geen enkele greep heb. Dan zit ik thuis een blaadje te lezen en kom je ineens je eigen naam en hoofd tegen. En dan altijd in verband met geldbedragen en cijfers. Dat is vervreemdend om mee te maken. Hier, in mijn atelier, gaat het daar nooit over. De waardering streelt me natuurlijk, maar wat ik doe, gaat nooit over geld.'

Pornoplaatjes en familiekiekjes
Geboorte, seks, geweld, sterven - dat zijn de grote onderwerpen in het werk van Dumas. Maar haar werk zoekt ook de spanning tussen kijken en bekeken worden en roept vragen op over het verschil tussen perceptie en projectie.

Dumas baseert zich meestal op bestaande afbeeldingen. Dat kan van alles zijn. Filmstills, pornoplaatjes, politiefoto's, familiekiekjes of kunstreproducties, die ze verzamelt in een beeldarchief - een mooi woord voor een kast vol mappen en enkele grote ladekasten afgeladen met knipsels en uitgescheurde foto's uit kranten en tijdschriften. 'Ik werk niet systematisch of volgens vaste principes. Alles ligt in de lades door elkaar. Afbeeldingen en teksten. Als ik met iets bezig ben, ga ik daarin zoeken. Dan kom ik die beelden en gedachten tegen en ontstaan er verbanden.'

Ze wil zich vanzelfsprekend niet met Picasso vergelijken, maar het is een leuke gedachte, vindt ze, dat de grote Spaanse schilder ook op zo'n manier werkte. 'Picasso zei: ik zoek niet, ik vind. Dat vind ik aantrekkelijk. Ik verzin niet wat ik ga doen. De onderwerpen komen op mij af. Of beter gezegd: ik reageer in mijn werk op onvoorziene situaties, op wat er om me heen gebeurt. Er is nooit één reden om iets te doen. Er is op een bepaald moment een samenvallen van indrukken en ideeën. Dat is wat ik onder inspiratie versta.'

Ze wijst naar een portretje aan de wand van Michelangelo Antonioni, de Italiaanse regisseur en maker van 'Blow-up' (1966), één van de vele films die zij koestert. 'Antonioni had ook zo zijn eigen methode. Die had natuurlijk een script en een plan. Omdat ook hij ergens moest beginnen. Maar als hij op de filmset kwam, kon alles weer veranderen. Dan lag alles weer open.'

Omverkegelen
Er is nog een overeenkomst met Antonioni. De Italiaan liet in zijn films zo veel ruimte dat iedereen er zijn eigen interpretatie aan kan geven. Vanuit de overtuiging dat er niet één waarheid is, wordt die waarheid van zijn glans ontdaan en aan het wankelen gebracht.

Dat geldt ook voor het werk van Dumas. Waarheden en stereotypes worden op 'The image as burden' omver gekegeld. Dat gebeurt bijvoorbeeld met 'The first people' uit 1990 - vier manshoge babyportretten. De kwetsbare en glazig-bleek ogende lichamen kielhalen het clichébeeld van de blije reclamebaby, die in westerse ogen de norm is geworden. 'Het moederschap is een schok,' zei Dumas nadat ze het werk had gepresenteerd. 'Omdat je je niet hebt gerealiseerd hoe baby's er in werkelijkheid uitzien.'

In de 'Black drawings' uit 1991-1992 zijn 111 tekeningen in een blok gegroepeerd tot één werk. Het zijn tekeningen in Oost-Indische inkt van gezichten van allerlei zwarte mensen: mannen en vrouwen, oud en jong, ieder met eigen individuele trekken en een eigen uitstraling. De 'Black drawings' zijn een verzet tegen het idee dat individuen als groep zijn weg te zetten.

Voor Dumas kleeft aan de 'Black drawings' ook een ander verhaal. Zij ging die kleinere tekeningen maken omdat ze destijds ander papier in huis had, dat door een vriend was achtergelaten. Het andere formaat leidde tot nieuw werk. 'Ik ontdekte dat ik een heel andere vorm van concentratie nodig had. Dat leidde tot een nieuw resultaat. Het was ook het eerste werk waarin ik een grote hoeveelheid zwarte inkt heb gebruikt. Ik bedoelde het in die zin niet als een politiek statement. Het is ook een eerbetoon aan zwart als kleur.'

'Models'
Enkele dagen later loopt Dumas door de zalen van het Stedelijk Museum. In de erezaal zijn haar wereldberoemde 'Models' allemaal bij elkaar te zien - in rijen hangen ze naast elkaar. 'Zo wordt duidelijk wat voor soort 'modellen' mij inspireren.' In de andere zalen hangt veel werk al op zijn plek, en restaurateurs zijn bezig om enkele werken nader te inspecteren op eventuele beschadigingen of krasjes.

Van schilderijen die nog onderweg zijn, heeft Dumas in allerijl dummy's gemaakt zodat ze toch een indruk kan krijgen hoe de werken in de zalen van het museum met elkaar corresponderen. Het is tasten. Hangt 'The image as burden', het donkere schilderij waarop een figuur is afgebeeld die een ander draagt en waaraan de naam van de tentoonstelling is ontleend, eigenlijk wel goed? Of moet het iets hoger?

In een zaaltje waar tekeningen en schetsen aan de muren komen, blijft ze geconcentreerd staan kijken. De werkjes hangen naar haar idee te veel in thema's bij elkaar. 'Ik ben er nog niet,' zegt ze met een lach.

Om daaraan toe te voegen dat de kwasten in haar schildersruimte inmiddels helemaal zijn uitgedroogd. 'Ik ben niet het soort schilder dat dagelijks aan het werk is. Na een tentoonstelling val ik zelfs meestal enige tijd stil. Dan moet ik omschakelen. Maar dat is nu anders. Dit retrospectief heeft mij tot zo veel zelfonderzoek gedwongen dat ik nu echt weer verlang naar het maken van een schilderij.'


Marlene Dumas: The image as burden
Stedelijk Museum, 6 september 2014 - 4 januari 2015

Morgen (5-9) wordt bij de NTR 'College Tour' uitgezonden met Marlene Dumas; NPO 3, 20.25 uur.