Binnenland Bewaar

Ger van Elk (1941-2014) wist het banale en verhevene perfect te combineren

September 2012
September 2012 © Jan van Breda (www.janvanbreda.com)

Elke keer denk ik: nu houd ik ermee op. Wat moet ik hier? Ik dwaal al jaren als een vreemde rond in de kunst

Eigenlijk was hij al heel lang bezig om afscheid te nemen. Veertig jaar geleden maakte Ger van Elk een serie fotowerken met de titel 'Adieu'. Op een schilderijtje zwaait de kunstenaar naar de toeschouwer, waarbij het schilderij wordt omgeven door een groot, donker theaterdoek. 

Zondag overleed de 73-jarige Van Elk in verzorgingstehuis Groenhof in de Marnixstraat. Hij was vorig jaar zomer getroffen door een hersenbloeding en de laatste maanden verslechterde zijn toestand steeds meer. 

In 2012 baarde hij nog opzien met twee galerietentoonstellingen in Amsterdam, bij Grimm en Borzo. Van Elk presenteerde melancholieke fotowerken over een verloren liefde, over een vrouw die hem plotseling dumpte. Door zijn kunstwerken probeerde hij haar terug te halen, zei hij toen. 'Het is een soort afscheid van de kunst. Elke keer denk ik: nu houd ik ermee op. Dat wil ik mijn hele leven al,' vertelde hij in Het Parool. 'Wat moet ik hier? Ik dwaal al jaren als een vreemde rond in de kunst.' 

Dat was grotendeels tegen beter weten in, want Van Elk besefte maar al te goed dat zijn werk allerminst leed aan een gebrek aan aandacht. In binnen- en buitenland werd hij geroemd om zijn pioniersrol in het ontstaan van de conceptuele kunst. Met Jan Dibbets, Marinus Boezem en Stanley Brouwn behoorde Van Elk in de jaren zestig tot een nieuwe generatie kunstenaars die het roer radicaal omgooide. 

Terwijl het werk van de voorgaande generatie werd gedomineerd door een persoonlijk handschrift of, in het geval van de pop-art, door grote doeken met een sterke visuele impact, was het werk van de conceptuele kunstenaars bewust onderkoeld. Het idee achter het kunstwerk werd net zo belangrijk als de fysieke verschijningsvorm ervan, of zelfs belangrijker. 

Van Elk nam deel aan invloedrijke tentoonstellingen als 'When Attitudes Become Form' (Kunsthalle Bern, 1969) en 'Op losse schroeven' (Stedelijk Museum, 1969), waarin de conceptuele kunst voor het eerst aan een groot publiek werd getoond. 

Tekenfilmindustrie
Ger van Elk woonde bijna zijn hele leven in zijn geboortestad Amsterdam, maar hij verbleef ook regelmatig in Amerika. Op achttienjarige leeftijd reisde hij naar Los Angeles, waar zijn vader in de tekenfilmindustrie werkte, voor Hanna & Barbera, bekend van The Flintstones. 'Ik vond het er fantastisch. Vooral op het Immaculate Heart College, een kunstacademie geleid door nonnen die in open Cadillacs reden - dat was nog eens wat anders dan dat suffe Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs waar ik in Amsterdam een paar jaar had rondgehangen.' 

Zulke ervaringen hebben er ongetwijfeld aan bijgedragen dat Van Elk in zijn werk op een meesterlijke manier het verhevene met het banale kon combineren. Hij werkte met allerlei materialen, maar vaak bestond zijn werk uit een combinatie van fotografie en schilderkunst. Ook experimenteerde hij met korte, vaak geestige films. In 'The Well-Shaven Cactus' (1969-1971) wordt een cactus met een tondeuse van zijn stekels ontdaan. In 'The Flattening of Brooke's Surface' (1972) doet de kunstenaar in een rubber boot zinloze pogingen om het wateroppervlak van een slootje glad te strijken. 

Trouwfoto zonder vader
Als kind leerde Van Elk al dat foto's allerminst betrouwbaar zijn om de werkelijkheid vast te leggen. Toen hij op twaalfjarige leeftijd in de secretaire van zijn moeder snuffelde, kwam hij foto's tegen die niet voor zijn ogen bestemd waren. 'Trouwfoto's van het huwelijk met mijn vader, alleen: mijn vader was eraf geknipt. Maar je zag nog wel ergens in beeld zijn hand. Iets later kwam ik erachter dat de communisten in de Sovjet-Unie iets vergelijkbaars deden met Trotski. Er zijn van die redevoeringen geweest op het Rode Plein, daar werden sommige mannen gewoon uitgeknipt en dan bleef alleen Lenin over.' 

Van Elks beroemdste werk uit deze tijd bleef jaren onverkocht: een klein wit kubusje dat als een kroonjuweel rust op een roodfluwelen kussen. Het geheel wordt afgedekt door een stolp van plexiglas. Het houten blokje werd in 1971 door Van Elk midden op de Atlantische Oceaan witgeverfd, op een plek waar de lucht zo zuiver is dat stof geen kans kreeg om zich op het natte oppervlak te nestelen. Het perfect geschilderd blokje werd door de kunstenaar La Pièce gedoopt. ­Enkele jaren geleden werd het aangekocht door het Kröller-Müller Museum. 

Van Elks rol in de nieuwe kunstvorm is onomstreden, maar zelf kon hij niet veel met het label 'conceptuele kunst'. Vakmanschap, het handschrift van de kunstenaar en de schoonheid van het werk waren in de conceptuele kunst allemaal ondergeschikt aan een goed idee. Daar kwam Van Elk later op terug. Hij voelde zich in de eerste plaats een dichter, die op zoek was naar poëtische schoonheid. 

Geen strenge conceptuele purist
Van Elk kreeg in de loop der jaren ook steeds meer belangstelling voor klassieke, picturale beeldmiddelen. Hij maakte bijvoorbeeld een serie werken over het Kinselmeer die doen denken aan zeventiende-eeuwse zeegezichten. Van Elk bleek uiteindelijk geen strenge conceptuele purist te zijn, maar een nieuwsgierige kunstenaar die de beeldtradities van de Europese kunst bestudeerde. 'Als je jong bent, wil je onderzoeken wat je vakgebied is. Later besef je dat de geschiedenis zich herhaalt. Als je naar die Vlaamse Primitieven in Brugge kijkt, Hans Memling, Rogier van der Weyden: de concentratie die uit die werken spreekt!' 

In Museum Boijmans Van Beuningen maakte hij een installatie met een reeks zeventiende-eeuwse landschappen en zeegezichten uit de collectie van het museum. Hij liet ze tegen elkaar aan hangen, zodat de horizon op de schilderijen één lange rechte lijn van meer dan twaalf meter vormde. Bij een tweede groep schilderijen, ditmaal uit de negentiende eeuw, deed hij iets vergelijkbaars, maar hier hingen de doeken op hun kop. 

De laatste jaren stopte Van Elk veel energie in zijn project 'Flatscreen'. Hij gebruikte lcd-schermen en verstopte deze achter een passe-partout en een eiken lijst. Het resultaat ziet eruit als een bewegende aquarel. Op die manier kon hij oude films van zichzelf opnieuw presenteren, maar hij maakte ook nieuwe video's voor deze flatscreens. 

Werk van Ger van Elk is te vinden in tal van musea in binnen- en buitenland. Op dit moment is op de tentoonstelling 'Bad Thoughts' in het Stedelijk Museum een zaal gewijd aan Van Elk. In het Kröller-Müller maken zijn flatscreens deel uit van de tentoonstelling over Georges Seurat. En in Kunstverein München is een solotentoonstelling van zijn werk.