De meester zelf zei dat het goed was. Schrijver Tim Krabbé dankte afgelopen vrijdag zijn collega schrijver/wielrenner Thijs Zonneveld voor de uitnodiging om het eerste exemplaar van diens debuutroman De ereronde van de eland te ontvangen. Als voorbereiding had Krabbé het nulde exemplaar gelezen. Hij wist dus waarover hij sprak toen hij zei dat Zonneveld een prachtige roman met als onderwerp wielrennen had geschreven.

Er werd niet verteld dat het boek een lange ontsnapping beschrijft van een naamloze wielrenner tijdens een willekeurige Touretappe; diens gedachten, dromen en irritaties over zaken als wielrenvoedsel, watergooiende toeschouwers, collega-renners of een door het hoofd dreunend liedje van kindergroep K3. Net zo min werd gesproken over de keuze van auteur Zonneveld om de eenzame vluchter in hoofdstukken afwisselend in de ik- en hij-vorm te beschrijven.

Er was ook geen verwijzing naar het hoofdstuk getiteld 'Ik lieg dus ik besta' waarin sporters worden voorgesteld als mensen die hun eigen lichaam voor de gek houden en wielrenners als de grootste leugenaars onder de sporters. ''We zitten uren per dag op een martelwerktuig met wielen en we vernielen onze lichamen door te doen alsof we geen pijn voelen. We liegen.''

Een typering die extra diepte gaf aan verhalen over dopinggebruik ('Ik zit er niet mee. Wat ik door de dokter laat doen, is een fractie van wat de Spanjaarden, de Kazakken en de Italianen doen') of over veranderende dromen ('Langzamerhand begon ik minder over wielrennen te dromen').

Tijdens de presentatie werd de afloop van het verhaal - blijft de eenzame vluchter uit de greep van het op hem jagende peloton? - niet verklapt en bleef de titel - een verwijzing naar een natuurdocumentaire over een door wolven achtervolgde eland - onverklaard.

Krabbé haalde kort de vele gezamenlijke trainingsritten aan (''Thijs is altijd zo beleefd mij niet finaal weg te rijden'') en hij koos er verder voor te benadrukken dat het boek van Zonneveld tegelijkertijd over wielrennen ging én een roman was. Een prestatie die maar weer eens heeft bewezen dat een schrijver zich vooral op zijn onderwerp moet richten en zo goed mogelijk het verhaal vertellen. Lukt dat, dan komt de diepte vanzelf.

Zonneveld knikte instemmend. ''De eerste wet van Krabbé toch,'' zei hij met een toon van vanzelfsprekendheid over het richten op het onderwerp. Een streven dat ook zichtbaar is in de verhalen die hij na zijn afscheid als actieve wielrenner in 2008 als journalist in dienst van De Pers schrijft.

Meer dan dertig jaar geleden kreeg De Renner kort na verschijning een lovende recensie. Op vrijdag 9 juni 1978 schreef Nico Scheepmaker in zijn dagelijkse GPD-column Trijfel hoe Krabbé 'twee boeken in één klap sloeg'. ''Aan de ene kant is het een literair meesterwerkje, dat om die reden over honderd jaar nog gelezen zal worden. En aan de andere kant heeft hij met De Renner het beste sportboek geschreven in de Nederlandse taal.''

Dit citaat vergezelde De Renner sindsdien. Op menige herdruk werd het door de uitgever geplaatst. Met het verstrijken der jaren verwierven de woorden bestendigheid en verkreeg het citaat steeds meer kracht. Was wijlen Scheepmaker afgelopen vrijdag aanwezig geweest tijdens de boekpresentatie, dan had hij mogelijk even gedacht aan dit citaat. Maar Scheepmaker had zeker de symboliek gezien van het moment. De schrijver van De Renner die de schrijver van De ereronde van de eland voor het eerste exemplaar bedankte en zei: ''Meer dan alles is Thijs Zonneveld een geboren schrijver.''

De komende jaren zullen de bestendigheid en kracht van deze uitspraak bewijzen. (Arthur van den Boogaard)

Thijs Zonneveld - De ereronde van de eland
L. J. Veen, Amsterdam, €14.90