De metrobouw in Keulen en die in Amsterdam zijn na het instorten of verzakken van panden stopgezet. In beide steden lopen gebouwen gevaar door de aanleg van de Noord/Zuidlijn, in Keulen de Nord-Süd Stadtbahn. Er zijn meer overeenkomsten.

Zo weet men noch in Keulen, noch in Amsterdam wat precies de oorzaak is van de debacles. In Keulen lijkt een van de diepwanden van de bouwkuip te zijn bezweken.

In Amsterdam hadden de metrobouwers vorig jaar drie maal last van lekkages bij de aanleg van de stations aan de Vijzelgracht, waarbij twee keer panden verzakten.

Op 19 juni was sprake van een probleem in een voeg. Tweemaal, op 17 juni en op 10 september, ontstonden lekkages door achtergebleven vulvloeistof - bentoniet - in de betonbekisting, wat duidt op slecht beton. Maar, zo stellen de experts, onduidelijk is hoe het kwam dat bentoniet achterbleef en waardoor het beton slecht is. De oorzaak achter de oorzaak is niet bekend.

Stefan van Baars, universitair docent grondmechanica aan de Technische Universiteit Delft, noemt de metrobouw in Amsterdam, in het Financieele Dagblad, technisch een wereldprestatie.

Een wereldprestatie? Is het zo gevaarlijk?
Ja, zijn collega Frits van Tol - verbonden aan adviesbureau Deltares en steun en toeverlaat van de Amsterdammers - schetst het ondergronds bouwen als 'een aaneenschakeling van ongelukken'.

De hoofdcomplicatie van Amsterdam is, aldus Van Baars, dat de metro onder de palen van de huizen door moet. Normaal wordt tien meter diep gebouwd, maar in Amsterdam veertig meter diep. Dat levert veel meer grondwaterdruk en risico's op. Om de druk aan te kunnen, wordt gewerkt met de wandendakmethode. Men stort de wanden van de stations, zet er een dak op en graaft het station uit. Het storten gebeurt in zevenduizend stukjes, waarbij gewoonlijk 999 van de duizend voegen waterdicht blijken. Lekkages, zeven op de zevenduizend, horen bij het systeem. Ze moeten alleen niet te groot worden, want dan worden aaneenschakelingen van ongelukken debacles. Weverhuisjes en Maison Descartes verzakten.

Het boren op grote diepte - langs het stadhuis van Jacob van Campen, de Beurs van Berlage, de Munt, het Allard Pierson Museum, De Bazel, de ambtswoning van de burgemeester en zo meer - levert trillingsrisico's op. Vooral de bocht bij de Munt lijkt eng. Risico's vallen te ondervangen door de grond te bevriezen, maar dat is onbetaalbaar.

Victor de Waal, funderingsdeskundige: ''Als ondergronds bouwer weet je dat ongelukken laten gebeuren en repareren goedkoper is dan ze te voorkomen. Panden herfunderen aan twee kanten van de straat kost 70.000 euro per meter, ongeveer 500 miljoen euro voor het hele metrotraject.''

Het stilleggen van de bouwprojecten is ook duur. Daarom stelde de contractmanager van Projectbureau Noord/Zuidlijn op 18 juli voor, het werk aan de metro maar zonder nader onderzoek te hervatten. Van Baars schrijft het deze week weer: ''Stilleggen van het werk, zoals nu met de stations, betekent alleen onnodige vertraging en kosten.''
Tenslotte het Centraal Station van Pierre Cuypers.

Vanaf het begin stond vast dat de nieuwe fundering onder het deel van het station waar de metro's rijden, niet tot de zijkanten reikt. Dat is te duur. Het gevolg is dat een deel van het station op de oude fundering staat, waarop het pand sinds 1889 25 centimeter is gezakt, naast de nieuwe funderingstafel, die niet zakt. Met als gevolg het risico: kromtrekken van het gebouw met scheuren in de wanden. (TON DAMEN)