Binnenland Bewaar

Amsterdam lokt steeds meer nieuwe dieren

Amsterdam lokt steeds meer nieuwe dieren
© Jeroen Murré/art associates/shutterstock/nbtc

Fijn bericht op dierendag: de stad krijgt er voortdurend nieuwe dieren bij. Onder elf nieuwkomers in tien jaar zijn de langlob-ribkwal en de boommarter. En dat hier een wasbeer komt, is ook niet ondenkbaar.

Nieuwe dieren

Slechtvalk
Zwartbekgrondel
Kustnaaldkreeft
Plaagmier
Kraakcicade
Zeehond
Lepelaar
Bruinvis
Amerikaanse langlob-ribkwal
Blauwe metselbij
Boommarter

Scroll naar beneden voor meer informatie per dier.

Amsterdam is niet alleen voor mensen aantrekkelijk; ook dieren komen op de stad af. Elk jaar worden tientallen nieuwe diersoorten ontdekt die er nooit eerder zijn gezien of lange tijd zijn weggeweest. Exoten - dieren die van oorsprong niet in Nederland leven - komen vaak met menselijk transport mee: in auto's, vliegtuigen of met ballastwater in schepen.

Maar ook inheemse dieren bereiken de stad. Insecten en vogels komen aangevlogen, zoogdieren aangewandeld en vissen zwemmen via het Noordzeekanaal of het Amsterdam-Rijnkanaal het IJ binnen. Ze proberen hun leefgebied uit te breiden of komen hier per ongeluk terecht en besluiten zich te vestigen.

Dat het steeds meer dieren lukt in de stad te overleven, komt door de verbeterde water- en luchtkwaliteit. Ook is er genoeg eten voorhanden en worden de dieren niet verjaagd door jacht. Daarnaast zorgt de klimaatverandering voor verschuivingen van leefgebieden: steeds meer dieren rukken op.

We kunnen nog heel wat nieuwe soorten verwachten, volgens Amsterdamse stadsecologen. De eerste otters worden binnenkort verwacht, terug van weggeweest. Tot in de jaren vijftig leefde deze soort in het Amsterdamse Bos en de Sloterplas. Ook kunnen we ons klaarmaken voor de komst van de wasbeer.

De klimaatverandering heeft al voor heel wat nieuwe dieren in de stad gezorgd. Soorten die eerder alleen in Limburg, België of het Middellandse Zeegebied voorkwamen, worden nu in Amsterdam gesignaleerd. Vooral insecten verspreiden zich snel.

Stadsecoloog Martin Melchers ziet een opmars van de sikkelsprinkhaan, vuurlibel, smaragdlibel, wespspin en vlinders als bont zandoogje en gehakkelde aurelia. 'Deze dieren verschuiven langzaam hun areaalgrens. Voorheen zat de smaragdlibel tot Ankeveen, nu kom ik hem veel tegen op de Diemerzeedijk. De wespspin kwam vroeger alleen op de Pietersberg voor, nu zie ik hem in de Zaanstreek.' Door het warmere klimaat rukken deze dieren steeds verder naar het noorden op.

Klik hier voor de mobiele versie van dit artikel met een overzicht van alle nieuwe dieren in de stad.

Slechtvalk (2003)
In 2003 broedde er voor het eerst een slechtvalk in Amsterdam, op de schoorsteen van de Nuon Hemwegcentrale. Dit was het eerste broedpaar in heel Noord-Holland. Vanaf 2003 heeft hetzelfde vrouwtje bijna elk jaar in de nestkast twee tot vier eieren uitgebroed. Ook de nestkast van ABN Amro op de Zuidas is succesvol in gebruik: vorig jaar vlogen daar vier jongen uit, dit jaar drie.


Zwartbekgrondel (2006)
De zwartbekgrondel, uit de Kaspische zee, werd in 2006 voor het eerst ontdekt in Amsterdam. De vis is waarschijnlijk op eigen kracht naar Nederland gezwommen. Vanuit de Rijn is de vis aan een enorme opmars bezig, hij heeft Amsterdam in razend tempo gekoloniseerd. In het IJmeer is de zwartbekgrondel nu de meest voorkomende soort en hij zwemt ook in de grachten.


Kustnaaldkreeftje (2006)
In 2006 ontdekte bioloog Ton van Haaren de kustnaaldkreeft in het Noordzeekanaal. In 2013 haalde hij hem voor het eerst op de Nassaukade boven water, met een schepnetje. Het bleek een nieuwe soort te zijn, die naar Van Haaren werd vernoemd: sinelobus vanhaareni. Het is een pissebedachtig kreeftje van twee millimeter. Hij leeft in brak water, op een harde onderlaag. Waarschijnlijk is de exoot hier via scheepvaart terechtgekomen, maar waar hij vandaan komt is onbekend.



Plaagmier (2010)
Op de brug van de Willem Witsenstraat werd in 2010 een populatie plaagmieren ontdekt: de lasius neglectus. De plaagmier kan overlast veroorzaken door zijn graafwerk onder stoep- en terrastegels. Ook heeft hij de neiging om in gebouwen of in elektriciteitskasten te nestelen, maar meestal gedraagt hij zich onschuldig. De plaagmier werd in de jaren tachtig ontdekt in Boedapest. Hij lijkt zo sterk op de 'gewone' wegmier (de lasius niger) dat hij niet eerder was opgevallen. Waarschijnlijk is de populatie in Amsterdam ooit meegekomen met geïmporteerde planten. Waar hij oorspronkelijk vandaan komt, is onbekend.


Kraakcicade (2010)
In de bomenrij van de Nieuwe Keizersgracht naast de Hermitage werden in 2010 kraakcicades ontdekt. De cicades zijn meegekomen met de geïmporteerde iepen uit Avignon voor de Hermitage. Ook bij het Anne Frank Huis op de Prinsengracht zitten kraakcicades. De larven kruipen in droge zomers uit de grond. Op zomerse avonden is hun massale gezang al van verre te horen. Het is nog de vraag of de cicade zich in Nederland zal voortplanten: de beestjes die tot nu toe te horen waren, komen uit eitjes die nog in Avignon zijn gelegd. In Nederland is de Cicada orni verder alleen in Den Bosch gesignaleerd.



Zeehond (2010)
Vorig jaar werd een gewone zeehond in de Amstel gezien, vlak bij de Hermitage, en nog steeds zwemt er zeker één rond in het IJ. "We krijgen al een paar jaar meldingen binnen,' zegt Geert Timmermans. 'Het moeten er meerdere zijn. Er heeft er lange tijd eentje in De Diem gezeten.' Zeehonden kunnen in en rondom Amsterdam genoeg vis vinden, maar een probleem is het gebrek aan strandjes om rustig te zonnen. De zeehond kwam oorspronkelijk al voor in de Zuiderzee, maar liet zich na de aanleg van de Afsluitdijk niet meer rondom Amsterdam zien.


Lepelaar (2013)
In de lente van 2013 hebben voor het eerst in Amsterdam lepelaars gebroed. In het Sloterpark hadden ze tussen de wandel- en fietspaden nesten gebouwd. "Begin mei waren er vier paartjes in de kolonie blauwe reigers terechtgekomen," zegt Paul J. Marcus van de Vogelwerkgroep Amsterdam. 'En eind mei werd het eerste jong geboren.' De lepelaars schrokken van de harde muziek van een festival in het park, waardoor sommige het broeden staakten. Later in het jaar zijn er alsnog nog zeven jongen uitgevlogen. Waarschijnlijk kwamen de lepelaars uit de kolonie in Haarlem. Het aantal lepelaars is in Nederland door beschermingsmaatregelen sterk toegenomen.



Bruinvis (2013)
In het najaar van 2013 werden in het Noordzeekanaal ter hoogte van Zaanstad twee bruinvissen gesignaleerd. Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 was er nooit meer een bruinvis in deze streek waargenomen. In de Noordzee wordt een toename van bruinvissen geconstateerd, vooral bij de Zeeuwse wateren. Waarschijnlijk was het een vergissing van de bruinvissen om het Noordzeekanaal in te zwemmen. Een bruinvis is een tandwalvis met een lengte van maximaal 1,80 meter.


Amerikaanse langlob-ribkwal (2013)
De Amerikaanse langlob-ribkwal werd officieel in 2013 in het IJ en het Noordzeekanaal ontdekt. Stadsecoloog Martin Melchers ving de kwal tijdens de onderzoeksvaartochten die hij maakt met stadsvisser Piet Ruijter. In de warme zomer van 2013 waren er extreem veel kwalletjes. Waarschijnlijk is deze ribkwal in ballastwater meegekomen van de oostkust van Amerika.


Blauwe Metselbij (2014)
De blauwe metselbij werd begin juli voor het eerst waargenomen in Amsterdam-Noord, in de natuurtuin bij het Baanakkerspark. Onderzoeker Arie Koster ontdekte hem. Hij inventariseert op dit moment in opdracht van de gemeente de bijen van Amsterdam en herhaalt daarmee een onderzoek dat hij vijftien jaar geleden uitvoerde. Hij ontdekte dit jaar al drie nieuwe soorten bijen voor de stad: ook het tronkenbijtje en de grote klokjesbij. Waarschijnlijk kunnen deze soorten hier leven door het ecologische beheer van de gemeente. De blauwe metselbij komt vrij algemeen voor in het zuiden van Nederland; in het noorden is hij zeldzaam.


Boommarter (2014)
Deze zomer werd voor het eerst een levende boommarter op film vastgelegd door een cameraval op de Diemer Vijfhoek. Al eerder was een aantal dode boommarters gevonden: in 1987 op de Transformatorweg, in 2004 op de Weteringschans, in 2005 op de A10 ter hoogte van de Zeeburgertunnel, in 2012 op de Overtoom, in 2013 op KNSM-eiland en op Vuurtoreneiland. 'Ze worden steeds vaker gezien,' zegt stadsecoloog Geert Timmermans. 'Allemaal jonge mannetjes die vanuit het Gooi en vanuit de duinen nieuw leefgebied komen verkennen.' De stadsecologen verwachten dat de boommarter steeds verder zal oprukken in Amsterdam, net als de steenmarter. Van die laatste werd in 2012 voor het eerst een verkeersslachtoffer gevonden op de Johan Huizingalaan en een tweede in 2013 ter hoogte van Haarlemmermeerstation.