Opinie Bewaar

Zo, ik stel haar dus steeds teleur. Mooi

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

De ziekte van niks die ook zo voelt: verkouden. Ik stap mijn bed uit en wil weer naar bed. Ik kleed me aan, en wil me onmiddellijk uitkleden. De wereld kan me niks schelen.

Het lijkt of iemand mijn hoofd tussen duim en wijs­vinger heeft vastgepakt en wil fijnknijpen. Op mijn stembanden zit vastgeplakt snot. En mijn keel eist drop. Ik moet boodschappen doen, terwijl ik niks wil eten. Ik heb koorts.

Bij Albert Heijn is een buurtgenote die me iets wil zeggen. "Je moet ons moed geven. Je moet niet altijd zo chagrijnig zijn."

Ik luister niet echt, maar knik. De vrouw gaat door: "Je bent zo cynisch... Echt stomvervelend."

Ik vraag me met m'n zompige hoofd af of ik beledigd ben of niet. Ik ben te verkouden voor een goed oordeel en zeg: "Cynisme is prettig. Je ziet dan heel duidelijk dat optimisme uiteindelijk altijd tegenvalt." Daarna hoest ik, kuch ik en klopt er iemand met een hamertje op mijn kop.

"Hè wat stel je me weer teleur," zegt de vrouw. Ze loopt van me weg. De vrouw brengt me in een pesthumeur, terwijl ik dat al had.

Je moet ons moed geven. Je moet niet altijd zo chagrijnig zijn

Zo, ik stel haar dus steeds teleur. Mooi. Teleurstelling is een kleine onverwachte vernedering. En die kleine vernederingen breng ik haar graag toe.

Ik gooi mijn karretje vol en bij de kassa - ik lette niet op - sta ik achter haar. Ze ziet me zwijgen en ik merk dat ze naar woorden zoekt. Dan zegt ze: "Ik heb recht om cynisch te zijn. Als je mijn geschiedenis zou weten... dan zou je weten dat ik... dat ik het recht heb om altijd chagrijnig te zijn. Maar nee, ik blijf optimistisch."

"Dat is mooi," zeg ik.

Ze legt haar boodschappen op de band. Ze zal mijn leeftijd zijn. Voordat ze moet afrekenen, staan we weer even achter elkaar. 

"Ik vind hoop een plicht," zegt ze zomaar. "Er is steeds minder hoop."

Ze smijt haar boodschappen in haar tas. Heb ik haar in een slecht humeur gebracht? Ik krijg toch medelijden met haar. Ze rekent af en loopt weg.

Hoop een plicht. Dat vond mijn vader ook. Hij zei dat om de teleurstellingen van de oorlog niet een te groot verdriet te laten worden. 

Buiten passeer ik de vrouw. Ze kijkt me woedend aan.

"Ik ben verkouden," zeg ik.

"Erg hoor," zegt ze.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief

Reageren? t.holman@parool.nl