Opinie Bewaar

Zijn smaakpapillen zijn inmiddels net zo dood als zijn vader

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Er staat een blikje tonijn op tafel, maar hij heeft geen zin in tonijn. Niet weer. Hij is blij met de hulpverleners en de voedselpakketten, echt waar. Hij is blij dat ze zijn moeder en hem proberen te helpen, maar zijn smaakpapillen zijn inmiddels net zo dood als zijn vader en zijn oudere broer. Hij kan geen linzen, dadels of thee meer zien.

Niet dat hij ondankbaar is, nee, maar deze oorlog is al zeven jaar aan de gang. Hij is dertien en een half jaar oud. Misschien is hij te oud om in halve jaren te tellen, maar hij kent volwassen mannen die in weken tellen. Zo is zijn buurman eenenvijftig jaar en zestien weken oud.

Soms beklimt hij de hoogste toren van de stad en dan kijkt hij in de verte of het einde al in zicht is, maar het einde is niet in zicht, net als het begin niet in zicht was. De oorlog was er opeens. Hij kreeg geen brief of zo. Het was er gewoon opeens, net als zijn eerste schaamhaar. Of zijn zusje.

Zijn zusje is gek op tonijn. Op het openen van het blikje. Het is net of ze elke dag een cadeautje mag openmaken. Van de lege tonijnblikjes maakt ze torens in haar slaapkamer. Ze heeft er al vijf. Omdat er ooit vissen in die blikjes woonden, noemt ze ze geen wolkenkrabbers, maar golvenkrabbers.

Alles is kapot. Soms kijkt hij naar zichzelf in een leeg tonijnblikje

Af en toe komt de buurman langs en dan gooit hij al haar torens om. Hij is boos als gevolg van een zin die op de blikjes staat. Iets over dolfijnvriendelijk gevangen tonijn.

"De rest van de wereld geeft meer om dolfijnen dan om ons," schreeuwt hij dan. De moeder probeert hem dan enigszins tot bedaren te brengen en vertelt hem voor de zoveelste keer dat dolfijnen bijzonder ­intelligente dieren zijn, maar dan lacht de buurman maniakaal en zegt hij: "Alles wat dolfijnen kunnen, kan ik ook."

Hij begrijpt de buurman wel. Hij las ooit ergens dat een dolfijn zichzelf kan herkennen in de spiegel. Hij zou zichzelf ook wel in een spiegel kunnen herkennen, maar er zijn geen spiegels meer. Alles is kapot. Soms kijkt hij naar zichzelf in een leeg tonijnblikje.

Zijn moeder komt binnen met een kartonnen doos vol dadels, linzen, rijst, zout en tonijn. Hij ziet dat ze huilt en maakt een zakdoek van een wijsvinger.

"Je wilt niet weten wat ik voor dit eten heb moeten doen, jongen," snikt ze.

"Heb je lang in de rij moeten staan?"

"Ja, dat is het. Ik moest zo verschrikkelijk lang in de rij staan."

"Vandaag kook ik voor je, mamma. Waar heb je trek in?"

"Waar jullie trek in hebben. Ik ga even douchen."

Hij ziet dat zijn moeder een pak zout meeneemt naar de badkamer, maar hij stelt geen vragen. Met een vork lepelt hij de moederonvriendelijk gevangen tonijn uit het blikje. Hij kan de buurman horen schreeuwen. In de douche scrubt zijn moeder de hulpverleners van haar lichaam af. "Maakt de oorlog de mensen gek of maken de mensen de oorlog gek?" fluistert hij in het lege blikje.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

james@parool.nl