Opinie Bewaar

Zijn enige klant draagt haar roes als een prinsessenjurk

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Hij verkoopt de drugs aan haar in de Kuiperssteeg. Ter hoogte van het Gebed Zonder End geeft ze hem de twintig euro die ze nog niet heeft in de vorm van een onderdanig knikje.

"Volgende week?" lacht hij.

"Ik beloof dat je al je geld hebt voordat de maand juni is begonnen."

"Dat zeg je nu al dertig maanden op rij."

"Ja, maar je kunt me niet verslaafd maken, me verslaafd houden en dan ook maar enige vorm van eerlijkheid van me verwachten. Je kunt de hond die je vals hebt gemaakt niet om een poot blijven vragen. Toch? Ik zal je ooit gaan betalen. Maar hoe voelt het eigenlijk?"

"Wat?"

"Dat jouw geldkraan zich in mijn allerdiepste put ­bevindt? Voel je je nooit schuldig of zo? Over dat mijn ondergang jouw hemelvaart is?"

"Je moet weten dat ik al een paar jaar met dealen ­gestopt ben. Ik verkoop alleen nog maar aan jou."

"Alleen aan mij? Maar ik betaal nooit. Hoe verdien je je geld dan?"

"Ik help een paar ochtenden per week met de opbouw van de Albert Cuypmarkt en ik ben redelijk goed in het gokken op voetbalwedstrijden. Ik red me wel."

"En ik ben dus je enige klant? Waarom ben ik je enige klant?"

"Omdat ik niet meer zonder je kan. Ik ben afhankelijk van je geworden."

Zijn enige klant draagt haar roes als een prinsessenjurk

"Ben je verliefd op me?" vraagt ze.

"Al zo'n vier jaar."

"Waarom probeer je me dan niet van dat spul af te krijgen?"

"Dat heb ik al honderden keren geprobeerd, poes. Weet je nog in het begin? Toen je alleen nog maar coke gebruikte? Zeker de helft van dat spul bestond uit multivitaminepoeder."

"Nu weet ik waarom mijn haar er in die tijd zo gezond uitzag."

Ze zit in een tramhalte op het Waterlooplein. Hij kijkt vanuit de avondwinkel naar haar. Ze heeft net gebruikt. Zijn enige klant draagt haar roes als een prinsessenjurk. Ze maakt met speels gemak een paleis van de tramhalte.

Met een zak honingdrop en een flesje sportdrank dat echte sporters nooit drinken, gaat hij naast haar zitten. Ze is vredig aan het dobberen op een plek waar ze niets hoeft te voelen.

Een tram stopt bij de halte. Een moeder stapt met haar dochtertje uit. De dochter kijkt naar de vrouw die aan het dobberen is.

"Wat is er met die vrouw aan de hand, mama?"

"Die vrouw is gewoon erg gelukkig."

"Waarom is ze zo gelukkig?"

"Misschien maakt die man haar zo gelukkig?"

"Meneer, maakt u haar zo gelukkig?"

"Nog niet, meisje. Nog niet."

Hij stopt snel twee bolletjes heroïne in haar binnenzak, ritst haar jas dicht, aait haar kapsel een beetje in model en probeert dan zonder om te kijken in de richting van het Rembrandtplein te lopen.

Maar op de Blauwbrug kijkt hij om.

"Het komt goed. Nog even. Ooit zal zelfs jouw verslaving haar Waterloo vinden. Het komt goed, poes."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl