Opinie Bewaar

Worstelen met de gentrificatie in de Spaarndammerbuurt

Op de stoep van de Spaarndammerstraat komt alles bij elkaar: honden, kratfietsen en hippe horeca
Op de stoep van de Spaarndammerstraat komt alles bij elkaar: honden, kratfietsen en hippe horeca © Julie Hrudova

In wat ooit een rebelse volksbuurt was, dreigt de terugkeer van de klassensamenleving, schrijft Hansje Cozijnsen. Kan zij straks zelf nog wel in de buurt blijven wonen?

Als ik vanaf de A10 mijn buurt binnenrijd, word ik begroet door wegomleggingen, hopen zand, hekken, steigers en vrachtwagens. Rondom de nieuw aangelegde tunnel, die het sjezende wegverkeer tussen de ringweg en het Centraal Station moet gaan reguleren, wordt de nieuwe wijk Spaarndammerhout gebouwd op de plaats waar vroeger de Houthavens lagen.

Deze huizen gaan deel uitmaken van de Spaarndammerbuurt; een oude volkswijk gelegen aan de rand van het IJ. De buurt ligt wat afgelegen van het centrum, gescheiden van de Staatsliedenbuurt door de spoorweg en het park, afgesneden van de Jordaan door de spoorwegtunnel. Die was vroeger het herkenningspunt van de wijk en de overgang tussen het chique centrum en de volksbuurt.

Voor toeristen is de omgeving vooral in trek vanwege de architectuur. Grote delen van de Spaarndammerbuurt zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School. Michel de Klerk bouwde in 1920 speciale huizenblokken als 'paleisjes' voor de havenarbeiders die toen in de Houthavens werkten.

Verderop in de buurt zijn er nog meer bijzondere appartementen te zien, ook ontworpen in de jaren twintig door de heren Bazel en Walenkamp. Het meest opvallende ontwerp is 'Het Schip', vroeger het postkantoor en nu een museum over de architectuur van deze buurt.

Moord- en brandbuurt
In die tijd werd de wijk ook wel de moord- en brandbuurt genoemd, omdat er relatief veel communisten, anarchisten en socialisten woonden, die bekendstonden om hun grote argwaan jegens gezagsdragers. Van oudsher dus een rebelse volksbuurt, lijkt ze nu ten prooi te vallen aan de gentrificatie die je in meer Amsterdamse wijken ziet.

Moord- en brandbuurt van weleer trekt nu toeristen en welgestelden

Tussen de vele sociale huurwoningen worden steeds meer blokken opgekocht en verbouwd tot luxe appartementen voor tweeverdieners. Koopwoningen voor starters en - in de nog in aanbouw zijnde wijk - vooral voor veelverdieners, drukken zo hun stempel op de oude buurt.

De huizenprijzen zijn torenhoog en ook de overige voorzieningen zoals winkels richten zich steeds meer op de welgestelden. Wat doet dat met een wijk? Hoe ziet de buurt er nu uit en wat is het probleem met gentrificatie eigenlijk? Leidt het tot slechter onderling contact en is dat een probleem? Of is er iets anders aan de hand?

Onooglijk winkeltje
De lange, licht afbuigende Spaarndammer­straat is het hart van de buurt. Hier zie je naast de oude plaatselijke winkeltjes nu vooral veel hippe horecatenten. Maar er is ook nog een oud onooglijk winkeltje waar een bordje in de deur hangt: 'We zijn open.'

Soms zie ik daar de eigenaresse staan, een struise Amsterdamse met opgestoken haar en zwaar opgemaakte ogen. Als ik de winkel binnenkom, struikel ik bijna over de vele artikelen en ruik ik het stof van jaren. Maar ze heeft alles: wekkers, lampen, kerstversieringen, fietstassen, stoffers.

In deze buurt wonen jonge mensen, stelletjes die allebei werken en net hun eerste eigen huis hebben gekocht. Ik zie ze overdag bijna nooit, behalve als ze met hun pasgeboren kindje in een buidelzak lopen, de baby gekleed in een leuk pakje van het winkeltje miniChiChi Club. De minder fortuinlijke ouders kleden hun kinderen naar de laatste mode van de plaatselijke Zeeman. Soms zie ik de tweeverdieners zitten met hun laptop in een van de koffiebars, 's avonds bevolken ze de vele eetcafés.

Er wonen nieuwe Nederlanders van verschillende generaties met en zonder kinderen. Zij begeven zich voornamelijk binnen hun eigen kringen. Dan wonen er ook de oorspronkelijke bewoners, de meesten oud en grijs, schuifelend achter hun rollator door de straat.

Echte Amsterdammers in hun directheid en hun taalgebruik. Maar er zijn ook fitte zeventigers die duidelijk maken dat ze al die hippe dingen maar lastig vinden en klagen over de veryupping van 'hun' buurt. Ten slotte wonen er velen in sociale huurwoningen. Op sommige plekken is er nog echte armoede. Dat steekt schril af tegen de welvaart van de nieuwe bewoner.

Weinig contact
Maar behalve deze verschillen zijn er nog niet veel problemen te merken tussen de groepen, al is er ook weinig contact. De jonge mensen werken hard om hun huis af te kunnen betalen, zijn vaak laat thuis en hebben weinig interactie met de oude bewoners.

Naast de inkomensvariaties is ook de generatie- en opleidingskloof een reden dat er niet meteen een band kan worden gesmeed. Ik ervaar dat niet als een probleem, maar meer als iets wat nou eenmaal hoort bij een grote stad. Bovendien moet de manier waarop bewoners met elkaar samenleven groeien en verandert de buurt steeds weer. Het zal dus altijd anders zijn dan dat het was.

Misschien ligt het probleem wel ergens anders en heeft het te maken met mijn angst dat ik als veertiger met een uitkering en een sociale huurwoning straks niet meer in deze buurt kan wonen. Ik ben bang dat de hoge huurprijzen zullen leiden tot verdringing van de 'armere' groepen. En op een gegeven moment zijn de oude bewoners vertrokken of overleden.

Dan worden de sociale huurwoningen verbouwd tot koopwoningen en is er geen plek meer voor de Amsterdammer die wat minder verdient, net begint of van een uitkering leeft. Het echte probleem van gentrificatie zit hem dan in de verandering van de samenstelling van de buurtbewoners; van een diverse groep tot een samenklontering van de rijke bovenlaag.

De klassensamenleving zal dan weer terugkeren en dat is de dood in de pot voor de stad, voor de mensen en voor de democratie.

Het begint klein; de plaatselijke slager is al uitgekocht.