Opinie Bewaar

Wil ik in een Kamer zitten met iemand die een verrader is?

'Eigenlijk denk ik dat men een doofpot onder een tapijt gaat schuiven in een ondergrondse kluis van De Nederlandsche Bank.'
'Eigenlijk denk ik dat men een doofpot onder een tapijt gaat schuiven in een ondergrondse kluis van De Nederlandsche Bank.' © Jean Pierre Jans

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn nieuwe column uit Het Parool.

Slepen jullie me maar voor de rechter.

Als ik de minister van Binnenlandse Zaken was (minister Plasterk) dan gaf ik de AIVD de opdracht om uit te zoeken welke verrader er zo staatsgevaarlijk is door zeer geheime en gevoelige informatie te lekken. Dat kost de AIVD een halve dag. Vervolgens zou ik de commissie-Stiekem bij elkaar roepen en deze informatie aan de commissie meedelen. Op dat moment weten alle fractieleiders wie de dader is. Dat mogen zij natuurlijk niet lekken.

Maar... Als ik een christelijke politicus was, of een sociaaldemocratisch politicus, of een nationalistisch politicus, of een dierenpoliticus, of een groene politicus, dan zou mijn geweten ernstig opspelen. Ik zou denken: wil ik in een Kamer zitten met een verrader die eigenlijk achter tralies zou moeten? Ben ik hier niet aangesteld om de zooi te controleren en zo tevens voor de veiligheid van mijn land te zorgen? Ik ga onthullen wie de verrader is door zelf een verrader te zijn die onthult wat hij in de commissie heeft gehoord.

Ondertussen zou ik, als de oorspronkelijke verraderdader denken: ja, hallo zeg. Slepen jullie me maar voor de rechter. Daar ga ik betogen dat ik, als parlementariër, heb gehandeld in het landsbelang door te lekken uit de commissie-Stiekem. Immers: er was verkeerde informatie gedeeld, dat had ik in Stiekem gehoord, dus werd er gelogen, dus achtte ik het mijn parlementaire taak om te vertellen hoe de waarheid in elkaar stak.

De rechter moet dan de democratische taak van de parlementariër afwegen tegen de wettelijke geheimhoudingsplicht. Vindt hij het Leklid schuldig, dan wordt de democratische controle door parlemtariërs beperkt. Acht hij het Leklid onschuldig, dan kun je de commissie-Stiekem opdoeken.

Zo dachten vroeger terecht de communisten, die trouwens niet in de commissie-Stiekem mochten zitten, en zo denkt oud-communiste Ina Brouwer nog steeds.

Kortom: zeer binnenkort weten we wie het heeft gedaan en hoe machtig onze parlementaire democratie is. Houdt men zich aan de wet en kraakt men de democratie door de controle daarop niet zo belangrijk te vinden, of heeft men lak aan de wet en beschermt men een fractieleider die in feite een onbetrouwbare parlementariër is en ons land in gevaar zou kunnen brengen?

Eigenlijk denk ik dat men een doofpot onder een tapijt gaat schuiven in een ondergrondse kluis van De Nederlandsche Bank.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.