Opinie Bewaar

Wie heeft het in Nederland voor het zeggen?

Een stembureau in het Haagse stadhuis bij de vorige Kamerverkiezingen
Een stembureau in het Haagse stadhuis bij de vorige Kamerverkiezingen © ANP

Democratie is ver te zoeken in de Nederlandse politiek, schrijft Daan Brouwer. Zelfs bij zoiets cruciaals als een oorlogsbesluit regeert de achterkamer.

Meepraten? Dat kan onder dit artikel.

Hoe democratisch is de Nederlandse politiek? Hebben de burgers het echt voor het zeggen? Met de Tweede Kamer-verkiezingen voor de deur is die vraag nog meer van belang dan anders.

Om hem te beantwoorden is het nodig om onderscheid te maken tussen de formele spelregels en structuren, en de feitelijke gang van zaken. Het is de politieke praktijk, de harde werkelijkheid, die het antwoord op ­bovenstaande vraag bepaalt.

Kleine minderheid
Een belangrijke aanwijzing voor het feitelijke functioneren van de parlementaire democratie levert de verdeling van bezit en inkomen. Die is behoorlijk scheef, en roept daardoor al twijfel op aan de macht van de meerderheid.

Een wezenlijke rol in het geheel spelen de ­politieke partijen. Allereerst valt op dat slechts een heel kleine minderheid van de Nederlanders lid is van een politieke partij. En dan doet maar een klein deel van deze minderheid in zijnof haar partij echt mee.

Statistisch bezien heeft de bevolking als geheel nagenoeg geen bemoeienis met de manier waarop de lijsten tot stand komen met de namen van de weinige Nederlanders die in de Tweede Kamer kunnen worden gekozen. Waar een zware pijler onder de parlementaire democratie zou moeten zitten, zien we een zwak dun paaltje.

Hoe democratisch zijn de politieke partijen zelf? Met uitzondering van de PVV ziet het er formeel allemaal prima uit. Er zijn statuten, ­reglementen, procedures, partijraden, congressen. In feite maakt een kleine kring van insiders in de meeste gevallen de dienst uit. Slim gebruik van de regeltjes is een van de methoden.

Sisser
Als onder gewone partijleden eens een keer een initiatief opkomt dat de topbestuurders niet zint, is meteen het hele land in rep en roer. ­Bijna altijd loopt het met een sisser af, en gaat de top weer verder alsof er niets gebeurd is.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer is de bevolking als geheel aan zet. Misschien voelen velen intuïtief aan dat het aankruisen van een naam uit door anderen opgestelde lijsten geen waarborg is voor werkelijke invloed. In ­ieder geval is ook in Nederland de partij van de niet-stemmers meestal verreweg de grootste.

Veel kiezers geven hun stem aan partijen ­zonder te weten waar die precies voor staan. Heel weinig kiezers zijn op de hoogte van partijprogramma's, en - nog belangrijker - van het stemgedrag van de partijen in het parlement.

Manipulatie van het ­kiezersvolk
In navolging van de Verenigde Staten leunen de partijen steeds meer op het advies van ­communicatie-experts, die in de commercie gangbare technieken toepassen. We kunnen langzamerhand wel spreken van manipulatie van het ­kiezersvolk. Bovendien schrikken partijen niet terug voor onversneden bedrog. Vóór de verkiezingen is de AOW heilig, na de verkiezingen blijkt dat een leugen.

Een belangrijke vraag is vervolgens of de leden van de Tweede Kamer de macht hebben om te bepalen wat er op politiek gebied in Nederland gebeurt. Wat voor kabinet komt er, wat is de inhoud van het regeerakkoord, wie nemen zitting in het kabinet, wie wordt de premier?

Op internationaal gebied is de Nederlandse ­politiek bijna altijd ondergeschikt aan de Duitse en de Amerikaanse

In de praktijk zien we dat een kleine kring van kopstukken van de betrokken partijen een doorslaggevende rol speelt bij het formeren van een nieuw kabinet. De fractievoorzitters doen meestal meer hun best om hun fractie in het ­gareel te houden, dan om haar wensen in de ­onderhandelingen te realiseren.

Achterkamertjes
Is het kabinet eenmaal aan het werk, dan is zelfs de invloed van de regeringsfracties heel beperkt.

Ayaan Hirsi Ali, ooit Tweede Kamerlid van de VVD, keek september 2006 in een vraaggesprek terug op die tijd: "In die drieënhalf jaar zijn de belangrijkste beslissingen ­genomen in achterkamertjes (...) We kregen als fractieleden na het sluiten van het regeerakkoord alleen het onderhandelingsresultaat te zien."

"We konden geen verbeteringen aanbrengen (...) Net zo ging het met het besluit de oorlog in Irak te steunen (...) Het besluit is door een handjevol mensen buiten de fracties genomen. Door de minister-president, de vicepremiers en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen. Op dat niveau gebeurt het. Daar is geen onderscheid tussen Kamer, de controlerende macht, en regering, de macht die gecontroleerd moet worden. Die mensen zitten op ­elkaars schoot."

Jan Terlouw
Mogen we hopen dat dan tenminste de regering in ons land het voor het zeggen heeft? Helaas, de werkelijkheid is vaak anders. Zoals de voormalige D66-leider Jan Terlouw onlangs nog ­signaleerde, hebben de grote ondernemingen in industrie en handel, en de financiële mammoetconcerns grote macht, en dat veroorzaakt erosie van de politieke macht.

Veel politieke macht is uit Den Haag wegge­sijpeld naar Brussel (EU) en Frankfurt (ECB). Op internationaal gebied is de Nederlandse ­politiek bijna altijd ondergeschikt aan de Duitse en de Amerikaanse.

Hoe democratisch is de Nederlandse politiek? Dat was de vraag. Het antwoord is inmiddels wel duidelijk.