Opinie Bewaar

Wat zou het mooi wezen als alle kindjes op crèches veilig waren

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

"Spreid uw benen. Blijf rustig. Dit kan even pijn doen."

Amsterdam, eind jaren negentig. Een wit bed. Het staal van de eendenbek voelt koud, het zweet op mijn onderrug ook.

Het telefoontje was een paar dagen eerder gekomen. Na wat buikklachten had de dokter een standaardtestje willen doen. "Niets bijzonders, hoor."

Hij klonk anders toen hij de uitslag doorbelde. "Ga even zitten. Het is niet goed."

Verkeerde cellen. "Ze moeten worden weggehaald. Echt zo snel mogelijk. Dat doen we door een hap uit je baarmoedermond te nemen."

Een piepgeluid. "Wat als ik kinderen wil?"

"We gaan er alles aan doen om te zorgen dat dat kan."

Een halfjaar na de ingreep. Nog een test. "Hopelijk is alles weg en ben je veilig."

Helaas. Het is niet goed. Opnieuw een wit bed.

"Spreid uw benen. Blijf rustig. Dit kan even raar ruiken." De geur van barbecue verspreidt zich door de dokterskamer. Mijn verschroeide vlees. "Eens kijken hoe dit heelt."

Weer een halfjaar later. "Het is niet goed." Het zoveelste witte bed. Na het happen en branden volgt het snijden onder narcose. "Spreid uw benen. Blijf rustig. Tel af van tien tot één."

Tien, negen, acht, zeven.

Tweehonderd tot tweehonderdvijftig vrouwen gaan in Nederland jaarlijks dood aan baarmoederhalskanker

Engeland, jaren zestig. Olivia, het dochtertje van de schrijver ligt stilletjes in bed. Haar vader leest haar voor. Urenlang.

Op een ochtend, als ze aan het herstellen lijkt, zit hij naast haar te knutselen. Als ze meedoet, merkt hij dat haar vingers en brein niet samenwerken. "'Are you feeling all right?' I asked her. 'I feel all sleepy,' she said. In an hour, she was unconscious. In twelve hours she was dead."

Roald Dahls dochter had de mazelen, zo schreef hij later in een hartverscheurende openbare brief. Ik het HPV-virus. Het meisje werd slechts zeven. Mijn leed staat in een verre schaduw van het hare. Na twee jaar behandelen, hielden de foute cellen zich koest.

Maar voor velen komt hulp te laat. Tweehonderd tot tweehonderdvijftig vrouwen gaan in Nederland jaarlijks dood aan baarmoederhalskanker. Wereldwijd sterven vierhonderd kinderen per dag aan de mazelen.

Wat zou het fantastisch zijn als vrouwen niet meer in hun binnenste hoeven laten branden om te voorkomen dat daar kanker gaat woekeren. Wat zou het mooi wezen als alle kindjes op crèches veilig waren, omdat besmettelijke ziektes domweg uitgeroeid zijn.

Wat was haar ouders veel leed bespaard als in de jaren voor Olivia stierf een prik tegen de mazelen bestond. Wat had het duizenden vrouwen veel angst gescheeld als er een middel was dat beschermt tegen het HPV-virus.

Wat zouden we in onze handen mogen knijpen als we vaccins hadden tegen polio, difterie, en meningokokken, waardoor minder baby's hoogkoortsig sterven aan een hersenvliesontsteking.

Wat zou dat fantastisch zijn.

O, wacht.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.