Opinie Bewaar

Wat ik heb geleerd? Amsterdam bestaat ook zonder mij

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

De afgelopen twee maanden woonde ik in Leens. Een hartveroverende krimpgemeente in noordoost Groningen. Ik sliep er in de vleugelkamer van een in 1868 ­gebouwd landhuis. Ik liep er door de oneindige tuin op kaplaarzen die ooit van iemand anders waren geweest.

Op de ochtenden dat ik door de tuin liep, had ik altijd een emmer bij me. Deze emmer vulde ik met op de grond gevallen kastanjes.

Aan het einde van de tuin wist ik nooit wat ik met al die kastanjes aan moest. ­Kastanjes zijn perfect om op te rapen, maar als je ze eenmaal hebt opgeraapt, kun je ze jammer genoeg niet nog een keer oprapen.

Meestal probeerde ik de kastanjes over de autoweg die voor het huis lag te gooien.

Over de autoweg, over het fietspad, over de sloot en in de aardappelvelden. Als de kastanjes op waren, ging ik in het gras naast de weg zitten. Iedere automobilist die langsreed, knikte beleefd naar me en iedere fietser zei op z'n Gronings binnensmonds goedemiddag tegen me.

Niemand vroeg waarom ik daar in het gras zat, wat ik overigens erg fijn vond, want ik wist het zelf ook niet.

Soms reed er een bus langs. Voor mijn gevoel ging bus 65 naar het einde van de wereld, en ik was niet de enige die er zo over dacht, want bus 65 was negen van de tien keer helemaal leeg.

In de bus van 15.55 uur zat zo nu en dan een meisje. Ze zat altijd op het allerachterste bankje van de bus met lippenstift en een spiegeltje. Op een woensdag stapte ik de bus in en ging op het bankje voor haar zitten.

"Waarom stift je zo vaak je lippen?" vroeg ik.

"Omdat ik er goed uit moet zien voor als ik die man ­tegenkom."

"Welke man?"

"Die man die hier niet vandaan komt. Die man die mij meeneemt en mij bevrijdt van dit dorp waar nooit iets gebeurt."

"Geloof mij, je hebt het echt goed hier."

"Goed? Het huis van mijn ouders staat al vijf jaar te koop, maar niemand wil het kopen vanwege die aardbevingen. De mensen die hier wonen, zullen hier sterven. Mijn ouders zijn al twee jaar gescheiden. Papa woont in een caravan in onze tuin. Hij heeft een nieuwe vriendin. Zij woont ook in de caravan. Soms kan ik ze horen vrijen. Papa huilt tijdens het vrijen. Hij huilt de pauwen van de buren wakker."

"Ik woon in Amsterdam. Dat is ook niet alles, hoor. De vuilniszakken op het balkon, de flats die je naam niet willen weten. En de overtreffende trap is er een brug naar de maan geworden. Weet je wat ik in jouw dorp heb geleerd, meisje? Dat niets mij nodig heeft om te kunnen bestaan. Amsterdam bestaat ook zonder mij. De aarde bestaat ook zonder mij. De echte bevrijding kun je pas vinden als je je eigen onbelangrijkheid hebt ontdekt. Ik ben niets. Ik ga de wereld niet veranderen. Uniek is wel het allerlaatste wat ik ben."

"Ben je gek of zo?" vroeg het meisje, haar zojuist gestifte lippen glinsterden als kerstpakketknakworsten.

"Of ik gek ben? Nee hoor, ik ben gewoon een kastanje."

Niet veel later stapte ik uit de bus. Op kaplaarzen keek ik naar de horizon. De populieren. En de wolken. Ik keek naar het niets dat boven Groningen gaat.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl