Opinie Bewaar

Wat er zo leuk is aan Amsterdam

Thomas Acda
Thomas Acda © Wolff

Ik ben bij een vriend op bezoek in Los Angeles. Hij en ik delen een liefde voor grote supermarkten. Lellen van hallen met... dingen. XL-superstores met álles. Wij Nederlanders zijn calvinisten - doe maar gewoon - maar Amerikanen vinden shoppen tot ze droppen heel gewoon. Letterlijk.

Soms hangt er een achterover in zo'n XL-karretje. Dood, denk ik. Want ik ga echt niet kijken. De motor loopt nog. En dat karretje rijdt dan zachtjes steeds weer tegen het stalletje van de meneer die een ijsmaker voor nog geen 19 dollar aan de man staat te brengen.

Je was nog bij de motor? Ze hebben gemotoriseerde winkelwagentjes. Waar je in kunt zitten. Zie je geen fuck meer als je daar een Mister Coffee Maker, een plastic bak met veertig als croissants vermomde deegballen en een 'kan het breder? Natuurlijk kan het breder'-televisie ingooit, maar dat mag geen enkele pret drukken. Dan zetten ze het karretje vast bij de kassa en stappen ze in een ander.

Ik hou van supermarktketen Costco. Wat een ordinaire bedoening. Schaamteloos. Ooit was ik in een Walmart waar, midden in de winkel, 21 tractoren stonden. Van zo'n grasmaaiermodel waar je op kunt ­zitten tot een waar je naar de stoel moest klimmen. Of er ging een lift, dat weet ik niet meer. Fantastisch. Sprakeloos.

Daar verheug ik me op. Amsterdammers die op elke niet gestelde vraag een antwoord hebben

Terwijl we lopen en praten, vertelt mijn vriend dat ze terugkomen naar Amsterdam. Dochter studeren, vrouw nieuw ­filiaal geopend, hij kijkt erbij alsof hem ­onbegrijpelijk leed is aangedaan en lacht verontschuldigend. Hij kijkt er niet naar uit.

"Vertel me wat er ook alweer zo leuk is aan Amsterdam." Met zijn linkervoet duwt hij een kind weg dat met een doos van vijfhonderd bevroren hamburgers - de strijd is opgegeven - midden in het gangpad ligt.

"Ja, Amsterdam..." En ik hoor mezelf zeggen wat alle kinderen zeggen als ze geen argumenten meer hebben. "Je weet toch...?"

Nee, hij had geen idee.

"Alles is klein, en bij de hand...." probeer ik.

"Ja, daar verheug ik me op. Bijdehante Amsterdammers die op elke niet gestelde vraag een antwoord hebben."

Nou, ik kennelijk even niet. Nog een ­poging. "Alles is met de fiets te bereiken!"

"Ja, in de regen."

"Nee,' zeg ik, want ik weet inmiddels wat mijn taak is, "regenen doet het er niet meer."

Hij lacht zuur en zet een doos met 16.000 aardbeien in mijn shopping tractor. De motor gromt, maar wint.

"Nou ja," zegt ie, "het is er in ieder geval goedkoper."

Hm, misschien toch te lang weggeweest, denk ik bij mezelf, terwijl hij vijf dollar afrekent voor zijn aardbeienverzameling.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.