Opinie Bewaar

Wanhoop zit achter het stuur en hij brengt me naar nergens

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

James Worthy schrijft deze week geen columns, maar een kerstverhaal.

Aflevering 1

Hij staat naast de schuifdeuren van het tankstation een spelletje op zijn telefoon te spelen. Het is geen moeilijk spelletje, maar het houdt hem rustig. Iedere keer als hij zijn highscore verbetert, weet hij dat de dag niet voor niets is geweest. Het balletje rolt over de duinen en zolang het balletje niet stilvalt, blijft zijn puntenaantal omhoog gaan.

Met een duim gaat hij over de barst heen die in het scherm van zijn telefoon zit. Ook de barst houdt hem rustig. De barst zit er al meer dan een jaar. Die blijft wel. De barst houdt hem als het ware bij elkaar.

Dan valt het balletje stil.

"Dit is een soort overval!" schreeuwt hij als hij het tankstation binnenloopt. Hij houdt een pistool onhandig hoog de lucht in, alsof iemand die kleiner dan hij is het vuurwapen van hem af probeert te pakken.

"Oké, maar wat wil je dat we doen?" vraagt een vrouw die met vier blikjes kattenvoer in de rij staat.

"Moeten we op de grond gaan liggen?" vraagt een man die al een halfuur in het tankstation aanwezig is, omdat hij maar niet kan kiezen tussen chips of drop.

"Ik wil dat jullie naar mij luisteren," zegt hij. Hij kijkt naar de blikjes kattenvoer, en de vrouw ziet dat hij kijkt. Ze voelt zich schuldig. De vrouw begrijpt dat als je echt van katten houdt, je nooit je voer bij een tankstation hoeft te kopen.

"Ik was even vergeten dat ik katten had," zegt de vrouw.

Nee, ik wil geen geld. Ik wil aandacht. Jullie aandacht. Ik wil gewoon een verhaal vertellen. Meer niet

"Hoe kun je nou vergeten dat je katten hebt? Katten doen juist iedere dag hun best om niet vergeten te worden. Daarom hebben katten ook nagels. Alleen daarom hebben ze nagels. Zodat je aan ze denkt als je op je werk naar de krabben op je onderarm kijkt," zegt de overvaller. 

"Ik was ze gewoon even vergeten. Dat kan toch? Soms ben ik zo druk met leven, dat ik vergeet dat ik leef. Begrijp je dat?"

"Nee, soms ben je zo druk met jezelf, dat je iedereen om je heen vergeet."

"Serieus? Ben je een overvaller of een psycholoog?" vraagt de kattenvoervrouw venijnig. 

"Moet ik geld in een tasje doen?" vraagt de man achter de balie. Hij heeft net een slok koude koffie genomen uit een mok waarop staat dat hij de beste vader van de wereld is. Soms kijkt hij naar de mok en dan probeert hij zich de namen van zijn drie kinderen te herinneren. 

"Nee, ik wil geen geld. Ik wil aandacht. Jullie aandacht. Ik wil gewoon een verhaal vertellen. Meer niet. Ik wil dat jullie in een kringetje om me heen gaan zitten. Willen jullie dat doen?"

"Het gaat er niet om wat wij willen, wij hebben geen pistool," zegt de twijfelende man, voordat hij in kleermakerszit op de grond gaat zitten met een zak drop in zijn schoot.

De overvaller pakt een halve liter bier uit de koelkast, slurpt een grote slok vloeibare moed zijn lichaam in en begint zijn verhaal. 

"Als je lang genoeg in een web vastzit, word je vanzelf een spin."

Aflevering 2

Buiten begint het te sneeuwen. De vlokken dwarrelen treuzelend naar beneden, ze willen nog niet landen. Niet vandaag in ieder geval.

Een paar vlokken landen met tegenzin op een fietszadel. Gedwongen door de zwaartekracht.

De overvaller kijkt vanuit het tankstation naar het zadel. Er zijn maar weinig dingen mooier dan een ondergesneeuwd fietszadel.

Grotendeels ­omdat we allemaal sneeuwvlokken op een zadel zijn. We liggen er zalig en we liggen er mooi, maar ooit komt er een hand die ons naar een andere plek zal swipen. En op die dag worden we van de aarde geveegd als sneeuw van een fietszadel.

De overvaller praat tegen de mensen die hij aan het gijzelen is. Hij is blij dat ze luisteren. Als hij geen pistool bij zich had gehad, hadden ze niet naar hem geluisterd. Het vuurwapen heeft hem ononzichtbaar gemaakt.

"Ik heb alles gedaan zoals ik het had moeten doen. Ik heb mijn school afgemaakt, ik waste mijn handen na het plassen, ik ben gaan studeren en weet je wat ik nu ben?" vraagt hij.

Nog voordat iemand antwoord op zijn vraag kan ­geven, verklapt hij het antwoord.

"Postbode, ik ben postbode. Ik heb alles bij elkaar zo'n twintig jaar geleerd en wat doe ik met mijn kennis? Ik loop door grijze buurten alwaar ik blauwe enveloppen in brievenbussen laat glijden. Weet je dat ik gewoon blij ben dat mijn moeder dement is? Haar vergeetachtigheid doet mij veel minder pijn dan haar schaamte. Haar zoon de postbode. Hoe krijg ik het voor mekaar?"

"Ik heb alles gedaan zoals ik het had moeten doen. Ik werd verliefd, ging nooit vreemd, kreeg een kind, trouwde en kreeg nog een kind. En op een dag kwam mijn vrouw binnen en die zei, net toen ik pannenkoeken aan het bakken was, dat ze verliefd was geworden op een andere man. Verliefd, dat woord gebruikte ze. Ze had ook kunnen zeggen dat ze gevoelens had ontwikkeld voor iemand anders of zoiets, aangezien gevoelens ontwikkelen aanzienlijk minder pijn doet dan verliefd."

"Ze was verliefd op iemand anders en een week later was mijn huis leeg. Op de kamer van mijn oudste zoon hing nog maar één poster. Het was een poster van Bojan Krkic in het shirt van Ajax. En in de kamer van mijn jongste zoon stond alleen nog een hobbelpaard. Weet je wat het is? Als een vader zijn kinderen meeneemt is het ontvoering, maar als een moeder haar kinderen meeneemt is dat haar recht."

"De eerste drie weken wist ik niet eens waar mijn kinderen woonden. Nu zie ik ze ieder weekend, maar zij zien mij niet. Ja, ze zien me wel, maar ze zien niet de vader die ik wil zijn. Ik moet zo hard werken om rond te komen dat ik in de weekenden te moe ben om langer dan een paar uur leuk te zijn."

"Soms zie ik mijn zoons naar me kijken en dan zien ze precies waarom hun moeder verliefd op een andere man kon worden. Ik ben dat geworden wat mijn ex-vrouw dacht dat ik was. Een wrak. Ik ben de laatste jaren zo diep gezonken dat ik tussen de resten van de Titanic zou kunnen wonen."

De overvaller kijkt door het raam naar de besneeuwde zadels.

Dan gaat de wc-deur open. Een vrouw in een glitterjurk verschijnt. Ze is mooi, te mooi voor dit tankstation. Te mooi voor ieder tankstation.

De overvaller legt een hand op zijn buik, hij kan de gevoelens in zich voelen ontwikkelen.

Aflevering 3

Als je niet dieper kunt zinken, zwemt de hoop terug je leven in.

De overvaller kijkt naar de vrouw in de glitterjurk. Hij is blij dat hij zo diep is gezonken, want in de buurt van de bodem zwemmen blijkbaar de allermooi­ste vissen.

Hij kijkt naar haar. Ze leeft in haar eigen wereld en loopt op blote voeten door het tankstation. Je kunt zien dat ze recentelijk gehuild heeft. Ogen als bolognesesaus.
Ze pakt een blikje energiedrank uit de koelkast en ziet dan pas wat er aan de hand is.

"Is dit een overval?" vraagt ze, haar roestige stem doet hem denken aan de periode in zijn leven dat hij verslaafd was aan het bellen van sekslijnen.

"Ja, maar maak je niet al te druk, dit is niet zo'n overval die je in films ziet. Ik wil niet snel rijk worden, of zo, dit is geen ondoordachte daad van banditisme. Ik wil gewoon dat mensen een keer naar me luisteren. Vanochtend werd ik wakker en toen voelde ik dat ik vandaag mijn aandacht moest gaan opeisen. Iedereen heeft recht op aandacht, toch?" vraagt hij.

"Veel vormen van criminaliteit zijn niets meer dan een schreeuw om aandacht. Dat heb ik een keer gelezen in een boek van een ex die criminologie studeerde. In feite draait alles om aandacht. Je hoeft alleen maar naar de buren van seriemoordenaars te kijken op de dag dat de politie op al die lijken in de kelder is gestuit en de busjes van alle nieuwszenders in de straat staan geparkeerd. De buren van seriemoordenaars zeggen steevast dat het zo'n stille jongen was. O, hij was zo'n stille jongen. Maar iedere jongen is stil als niemand met hem praat," zegt ze, terwijl ze het blikje opent.

De vrouw in de glitterjurk en de overvaller dansen door het tankstation

"Mag ik vragen waarom je energiedrank drinkt?" vraagt hij.

"Ik kan al heel lang niet slapen en ik weet maar niet waarom. Als ik energiedrank drink, heb ik tenminste een daarom. Het is niet de echte daarom, maar het is een daarom."

De andere mensen in het tankstation kijken aandachtig naar de vrouw in de glitterjurk en de man die een ­pistool vasthoudt. Dit is de merkwaardigste romantische komedie die ze ooit hebben gezien. 

De overvaller gaat eventjes naar buiten, pakt de minst lelijke bos bloemen uit de emmer die naast de schuifdeuren staat en geeft de lekkende bos aan de vrouw in de glitterjurk. Ze glimlacht. 

"Waar heb ik dit troosteloze doch aardig bedoelde ­benzinepompboeket aan te danken?" 

"Ik ben zo blij dat je hier bent. En ik ben zo blij dat ik hier ben. Eerlijk waar. Ik lag in duizend stukjes op de bodem en toen zwom jij opeens langs. De mooiste vis die ik ooit heb gezien. Mijn lieve meerval. Ik dacht dat ik nooit meer voor iemand zou kunnen vallen, maar ik kan niet meer vallen dan dat ik nu voor jou val."

"Je bent best poëtisch voor een overvaller slash gijzelaar."

De overvaller vraagt de man achter de balie of hij de radio kan aanzetten. De vrouw in de glitterjurk en de overvaller dansen door het tankstation. De eerste politieauto's parkeren voor het tankstation. Hun zwaailichten lijken op discolampen.

"Kijk ons eens op de bodem dansen," zegt zij.

"Ja, kijk ons eens wonderschoon op de bodem dansen," zegt hij, voordat hij zijn hoofd op haar schouder legt.

Aflevering 4

De vrouw in de glitterjurk kijkt naar het bosje bloemen. Als ze een bosje bloemen ziet, moet ze steevast aan dat ongeluk denken. Haar moeder die haar huilend opbelde en maar niet uit haar woorden kwam. De radeloosheid had haar woordenschat reusachtig doen krimpen. Het enige wat ze kon zeggen was: 'je pappa, je pappa, je pappa'.

In de jaren na het ongeluk heeft ze veel van dit soort bosjes bloemen op de plek waar haar vader stierf neergelegd. Het is een klein stukje asfalt tussen twee lantaarnpalen in. En precies op dat stukje asfalt schijnt hij te zijn doodgebloed.

Ze denkt vaak aan de liters bloed die in de grond zijn getrokken en aan alle bomen in de buurt die weten hoe het bloed van haar vader smaakt. Als ze dronken is, en dat is ze best vaak, loopt ze naar de plek toe en gaat ze met haar tong over het asfalt.

Maar ze heeft al zeker een jaar geen bloemen meer op de plek neergelegd. Ze keek een keer van een afstandje naar het stukje asfalt en naar al die bosjes bloemen die erop lagen en toen voelde ze zich schuldig.

Ze keek naar alle plekjes waarop haar vader niet was gestorven en begreep niet waarom ze geen bloemen op die plekjes had neergelegd. Juist de plekken waarop niemand is gestorven, zou je met een bosje bloemen moeten belonen.

De zwaailichten kleuren de wereld blauw. De overvaller telt twaalf politieauto's en aan de overkant van de straat staan allemaal mensen met hun telefoons te filmen. Ze filmen hun buikjes rond om zo hun honger naar sensatie te stillen.

"Ik heb iemand van de politie voor je aan de lijn," zegt de man achter de balie.

"Zeg maar dat ik er niet ben," lacht de overvaller.

Pa, waar ben je mee bezig? Dit is toch niet de manier, man?

"Hij wil weten wat je wilt."

"Wat ik wil? Ik wil dat mensen een keer naar elkaar gaan luisteren. Zeg dat maar tegen hem."

"Meneer wil dat de mensen een keer naar elkaar gaan luisteren," herhaalt de tankstationmedewerker.

"En ik wil mijn kinderen terug. Het is toch niet eerlijk dat ik niet meer iedere dag in hetzelfde huis als mijn zoons mag ontwaken, omdat mijn vrouw haar hart niet in bedwang kon houden? Zij werd verliefd op een andere man en werd voor haar ontrouw beloond."

"De agent zegt dat je oudste zoon je wil spreken."

"Wil Archie me spreken? Nu?"

"Ja."

"Archie, hoe is het jongen? Gaat het goed op school?"

"Pa, waar ben je mee bezig? Dit is toch niet de manier, man?"

"Ik ben zo blij om je stem te horen. Ik mis je iedere dag."

"Maar je ziet me ieder weekend."

"Die andere vijf dagen zijn een hel. Soms denk ik dat het beter is dat ik jullie maar helemaal niet meer zie. Ik denk dat dat minder pijn zou doen. Laatst zei je toch dat je het gevoel had dat er iemand anders in je bed had geslapen. Nou, dat was ik. Iedere dag dat jij niet bij me bent, slaap ik in jouw bed. Als ik je maar kan ruiken, is het bijna weekend."

De vrouw in de glitterjurk veegt met een wijsvinger de tranen van de wangen van de overvaller. Buiten begint het weer te sneeuwen. Een agent neemt een onnodig grote hap uit een krentenbol. 

Aflevering 5

Zijn oudste zoon praat nog steeds tegen hem, hij luistert naar zijn stem. Vroeger toen zijn oudste zoon nog zijn jongste zoon was, had hij zo'n breekbaar stemmetje, maar nu heeft hij de stem van een man.

Het leven gaat te snel, denkt de overvaller, terwijl hij naar buiten kijkt. Alle politieagenten hebben een wapen in de handen. Ze zijn op alles voorbereid, maar niet op het feit dat het wapen van de overvaller een aansteker is. Zijn zoon hangt op.

"Waar denk je aan?" vraagt hij aan de vrouw in de glitterjurk.

"Wil je dat echt weten? Ik loop echt al jaren met dezelfde vraag in mijn hoofd."

"Welke vraag?"

"Waar is de speen van een kannibalenbaby van gemaakt?"

"Dat is best een goede vraag. Waarom draag je eigenlijk een glitterjurkje?"

"Ik heb geen bijzondere reden of zo, al mijn andere jurkjes zaten gewoon in de was."

"Het is een mooi jurkje. Toepasselijk ook. Je bent de discobal in mijn donkerte."

"Wat was je plan?"

"Welk plan?" vraagt de overvaller.

"Had je geen plan?"

"Nee, natuurlijk niet. Alleen gelukkige mensen kunnen plannen maken. Ik heb al heel lang niets meer te vertellen over wat ik doe. Wanhoop zit achter het stuur en hij brengt me naar nergens."

"Heb je ook een naam?"

'Je huid is zo zacht dat ik er een kussensloop van wil maken,' zegt hij

"Ja, maar ik wil je mijn naam niet geven. Als ik je mijn naam geef, ga je me googelen. En als je mijn naam intypt in een zoekmachine, vind je de grootste mislukkeling van Amsterdam. Alles wat ik aanraak, verandert in fout."

"Raak mij eens aan dan," zegt de vrouw in de glitterjurk.

Hij raakt haar gezicht aan.

"En wat voel je?"

"Je huid is zo zacht dat ik er een kussensloop van wil maken," zegt hij.

"En ben ik in iets veranderd? Heeft jouw aanraking mij schade toegebracht?"

"Nee, je bent nog steeds de mooiste."

"Ik wil jullie moment niet verstoren hoor, maar wanneer mag ik naar huis? Ik krijg zo eters," zegt de kattenvoervrouw.

"Jullie mogen nu naar huis. Loop maar door de schuifdeuren naar buiten. Het is goed zo. Ik heb dat gevonden wat ik niet zocht, maar wel nodig had."

Buiten is het gestopt met sneeuwen. De overvaller kan zijn oudste zoon zien staan.

Hij zwaait naar hem. 

"Mag ik je bellen als ik terug ben van vakantie?" vraagt de overvaller.

"Je mag me ook bellen als je nog op vakantie bent."

"Je bent lief. Trouwens, ik weet denk ik het antwoord op je vraag."

"Welke vraag?"

"Waar de speen van een kannibalenbaby van is gemaakt."

"Wat is het antwoord dan?" vraag de vrouw in de glitterjurk.

"Van het hart van zijn of haar vader."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. 

Reageren? james@parool.nl