Opinie Bewaar

Verval krijgt op de den duur een zoete geur

Verval krijgt op de den duur een zoete geur
© Wolff

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Ik stort mijn grofvuil aan de Seineweg. Hier liet mijn vader veel te grote koeien voor me loeien; ik hoorde uit hun kelen een klank waaraan ik later dacht wanneer ik niet werkelijk huilen durfde.

Nu loop ik langs de containers. Kapotte bankstellen, verbrijzeld glaswerk, gedeukte blikken, verfomfaaid plastic speelgoed - het lijkt een slagveld van protheses.

Verval krijgt op de den duur een zoete geur. Zoals dood ook een zoete geur kan hebben. Je schrikt ervan. Elk dier hoort van deze geur te schrikken. Onraad. Door gebroken huisraad.

"Ik ben nog nooit op zo'n begraafplaats geweest," zeg ik tegen een vriend die mij helpt sjouwen.

"Dit is de stront van de stad. Dat is ook wat je ruikt."

In een container zie ik vrijwel nieuw kinderspeelgoed liggen.

Waarom ligt dat daar?

Ik hoor de koeien uit mijn jeugd weer loeien. Ik jaag de gedachten weg die de aanblik van een muisgrijs wollen ezeltje en een redelijk frisse houten auto bij me oproept.

Er is ook een container waarin ik kledingstukken zie liggen, althans ik herken fragmenten van een spijkerbroek. En ik vloek, want ik zie ook kinderkleren. Niet naar kijken.

"Wat gooi jij eigenlijk weg?" vraagt mijn vriend.

"Het zijn de laatste resten van mijn ouderlijk huis."

"Lang bewaard," concludeert hij.

"Zo lang dat de herinnering aan wat het voor me betekende, vervaagd is. Ik weet niet meer waarom ik deze troep heb bewaard."

"Zo'n kapot kastje... dat zestig jaar geleden al waardeloos was... waarom heb je dat in hemelsnaam bewaard?"

"Omdat mijn vader het had gemaakt."

Mijn vriend zwijgt en wendt zijn hoofd af. Ik snap zijn schaamte wel, maar het hoeft niet. Het is een waardeloze prothese voor mijn herinnering die niet meer zo goed functioneert.

Ik gooi ook wat potten en pannen weg van mijn moeder en ik zie opeens dat er ook wat spullen tussen zitten van mijn ex.

"Je hebt dit nodig, want je hebt niks," hoor ik haar nog zeggen.

En zo verliet ik haar huis met een koffer in mijn ene hand en in mijn andere een AH-tas met wat kopjes en schoteltjes, een bakpannetje en een pan.

Een grote grijper - een hand van een ondergod - wacht tot we klaar zijn.

Als laatste gooi ik de wekker van mijn ouders in de container.

Er loeit een koe.

t.holman@parool.nl