Opinie Bewaar

Verdriet is een minnares die naar me lonkt

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

Als ik opsta, heb ik geen idee dat het zo'n dag zal worden.

Het heeft geregend, maar de zon likt mijn voorruit warm. Ik rijd naar Den Haag.

Ed Sheeran kwezelt over een verloren liefde en ik zing mee als was het een hoempapaplaat.

Ik knal mijn auto lukraak op de gracht, trippel naar mijn afspraak, zeg enkele verstandig bedoelde dingen en sta plotsklaps buiten met een vrije middag in het verschiet.

Ik heb er geen tel over nagedacht toen ik besloot een broodje te eten op de Denneweg. Waarom heeft niets me gewaarschuwd?

Want opeens komt ze naast me lopen. Ze steekt haar kleine hand friemelend in mijn jaszak. Ik geef een kneepje.

"Lekker hè. Het wordt al lente."

"Fijn, schat. Heb je wel tijd om met mij te winkelen?"

"Voor jou? Natuurlijk."

"Maar je bent zo druk."

"Valt wel mee hoor."

"Straks val je er nog bij neer."

"Jaja. Straks val je er zelf bij neer. Nee joh, geintje. Maak je nou maar niet druk, mamsie. Alles is goed."

Verdriet is een minnares die naar me lonkt, maar zich telkens terugtrekt

Alles is goed. Alles is goed. Ik herhaal het terwijl ik doorstap, blikken van voetgangers negerend. Weten ze dat ik ineens haar Elizabeth Arden-zalf ruik? Praat ik per ongeluk hardop zoals zij soms ook deed?

Hoe kan ik zijn vergeten dat ik met haar was, de laatste keer dat ik hier liep? Ik dwong haar een taartje te eten en kletste de lunchroom vol. Ze glimlachte, maar ze keek zo moe.

Buiten sleurde ik haar mee naar een schoenenwinkel. "Kijk, wat een mooie laarsjes." Ze stond er aarzelend mee in haar handen. Voor ze het wist, griste ik ze weg. "Je krijgt ze van mij. Laat me je verwennen. Kom. Het is een mooie dag!"

Een mooie dag. Een mooie dag. Een jaar geleden kocht ik witte laarsjes voor haar. Nu loop ik door dezelfde straat en zet ze onzichtbare voetstappen naast me.

Ik moet hier weg, maar kan mijn auto niet vinden. Ik dwaal door, mijn voeten doen pijn en ik denk almaar: nu zou ik moeten huilen. Er komt niets.

Verdriet is een minnares die naar me lonkt, maar zich telkens terugtrekt. Ze verschuilt, verhult en versluiert zich. Ik voel haar aanwezigheid, toch houdt ze me bij zich vandaan. Ze loopt hier, net als mijn moeder. Zij die er nooit meer kan zijn. En juist daardoor zo prominent aanwezig is.

Misschien is dat wat het meest pijn doet; het huilen waar ik niet bij kan. Ik denk dat ik het red, maar dan loop ik door een straat en voel haar handje. "Heb je wel tijd om met mij te winkelen?" Eindelijk terug in de auto merk ik dat ik nog steeds kneepjes geef.

's Avonds kijk ik verweesd naar The Voice Kids. Een engelmeisje zingt een liedje over een verloren liefde. Die ellendige Ed Sheeran. Pas dan opent het verdriet haar armen voor me. Ik vlei me tegen haar aan.

Naast me staat een onzichtbaar paar witte laarsjes.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. 

r.schlikker@parool.nl