Opinie Bewaar

Verdomme, wat had hij haar graag willen vinden

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Op de dag dat zijn moeder stierf, was er geen voetbal op televisie. Buiten was het windstil. De telefoon ging toen hij een blikje tonijn aan het openen was. Het was een normale dag. Misschien zelfs een saaie. Het was net of zijn moeder de alledaagsheid uit zijn donderdag wilde sterven.

Zijn zwager had haar onderaan de trap gevonden. Hij vond het betreurenswaardig dat die haar had gevonden. Dat was zijn taak. Hij had haar moeten vinden. Door een schoonzoon gevonden worden, zijn moeder had allicht een mooier afscheid verdiend.

Verdomme, wat had hij haar graag willen vinden. Dan was hij naast haar gaan liggen. Daar onderaan de trap van zijn ouderlijk huis. De trap met de vriendelijkste treden.

Hij had haar handen vastgepakt. De vingers die pijnloos splinters uit zijn lichaam konden trekken. De vingers die het stuur van zijn fietsje vastpakten als hij weer eens op het punt stond om te vallen. Ja, hij had haar handen vastgepakt. Haar vingers geteld daar onderaan de trap. De meeste stervelingen hebben tien vingers, maar zijn moeder had er minstens twaalf.  

Hij had haar zo graag willen vinden. De vrouw die naar hem kon kijken alsof hij iemand was. Dan had hij haar knobbelige voeten volgeplakt met pleisters. Het is drie uur lopen naar de hemel. En vet veel trappen.

Als hij zijn moeder had gevonden, had hij haar misschien nog wakker kunnen praten. Zijn woorden hadden als vlugzout kunnen fungeren. Dan had hij zijn allerdierbaarste herinnering in haar oren gefluisterd om haar opnieuw bij bewustzijn te brengen.

Zijn moeder had gelijk gekregen, maar hij heeft nooit tegen haar gezegd dat ze die dag gelijk had

Als hij zijn moeder had gevonden, had hij haar mee­genomen naar die dag op het strand. Hij was zeven jaar oud en ze waren op vakantie in Zuid-Frankrijk. Ergens in de buurt van moerassen, je kon niet aan die geur ontsnappen. Zijn moeder graaide wat in de rieten tas die ze twee dagen eerder in een winkeltje op de boulevard had gekocht.

"Kom even met je rug tegen me aan zitten, jongen," zei ze. Hij kon haar adem ruiken. Zijn moeder poetste nooit haar tanden als ze op vakantie was. Ze geloofde simpelweg niet dat een mens gaatjes kon krijgen op een vakantie. Vijf jaar later had ze een kunstgebit.

"Niet opstaan, ik moet je voeten nog insmeren. Niet wegrennen! Je voeten gaan verbranden. Oké, prima, ga maar, maar verwacht geen medelijden van je moeder vanavond," hoorde hij haar zeggen, terwijl hij door het warme zand sprintte met een luchtbed onder zijn arm. "En niet in slaap vallen op je luchtbed, want dan drijf je af en word je morgenochtend wakker in een ander land."

Die avond, in hun vouwtent, kon hij maar niet in slaap vallen, omdat zijn voeten waren verbrand. Zijn moeder had gelijk gekregen, maar hij heeft nooit tegen haar gezegd dat ze die dag gelijk had. Als hij haar onderaan de trap had gevonden, had hij dat tegen haar gezegd.

"Je had gelijk. Mijn voeten waren hopeloos verbrand. Als je nu wakker wordt, mag je mijn voeten insmeren. Je mag voor altijd mijn voeten insmeren. Doe je ogen open. Drijf niet af, mamma. Je mag niet wakker worden in een ander land."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl