Opinie Bewaar

Terwijl mijn vuist door de lucht zweefde, kwam het besef

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

Plotseling wist ik het. De vrouw schreeuwde, ze had haar nagels in mijn bovenarmen gezet. En toen, terwijl mijn vuist door de lucht zweefde, kwam het besef. Als ik nu uithaal, breek ik haar neus.

Natuurlijk schaam ik me ervoor. Wat begon als stompzinnig gekibbel, eindigde bijna in een gevecht. We hadden zo lekker liggen zonnen, mijn vader en ik. Even liepen we weg, bij terugkomst lag een Franse madame pontificaal op mijn vaders stoel.

Mijn zoontje stond er bedremmeld bij. Het mens had opa's handdoek en boek aan de kant gesmeten en zijn plek ingenomen. Ik sprak haar aan.

"Nee, deze plek was vrij," riposteerde ze. "Maar mijn zoon zag dat u mijn vaders' spullen van de stoel schoof." Nonchalant haalde ze haar schouders in designerbadpak op. "Ach, kinderen zeggen zoveel."

Natuurlijk werd ik narrig. Het hielp ook niet dat de echtgenoot van de Française plotsklaps brullend naast me stond. Hoe ik het in mijn koeienkop haalde zijn vrouw toe te spreken.

"Chic, hoor. Een man van zeventig van zijn stoel verjagen," bromde ik. "Hij is nota bene jarig." Toen klonk haar stem, scherp als scheermessen op een strand. "Echt? Ik hoop dat ie dóódgaat vandaag."

Wanneer het slechte in je gezicht wordt geslingerd, kan het instinct het overnemen

Ik heb nooit gevochten, los conflicten doorgaans op met een gebbetje, maar na die opmerking vloog ik haar naar de strot en voor ik het wist, hing mijn vuist in de lucht. Vlak voor ik haar raakte, sprong ik geschrokken achteruit.

Dit was ik niet. Slaan is voor de dommen. Toch? Ja. Natuurlijk. Maar soms komt er een moment dat ons reptielenbrein het overneemt, zelfs als je echt niet van geweld houdt.

Zeker een week herinnerden de paarse plekken op mijn bovenarmen me aan de klauwen van de vrouw. En daardoor aan mijn eigen agressie, die me nog veel harder had gegrepen.

Wanneer wordt een mens een beest? Deze week werd bekend dat een man die ervan wordt verdacht drie meisjes van vijf tot tien jaar meermaals te hebben misbruikt, voorlopig vrijkomt om voor zijn vrouw te zorgen.

De kerel zat al negen maanden in voorarrest, volgens de officier van justitie is kans op herhaling groot, toch wandelt hij straks weer door Kerkrade.

Natuurlijk denk ik aan de ouders. Zou ik me inhouden als ik de potentiële bepotelaar van mijn dochter tegenkwam? Ik kan het slechts hopen. Ik ben een keurige mevrouw die vindt dat je kwaad niet met kwaad moet bestrijden. Toch stond ik na een vuige opmerking vuistzwaaiend aan een zwembad.

Nog altijd ben ik opgelucht dat ik op tijd uit het handgemeen stapte en besloot mijn woede te blussen met een drankje aan de bar. Dit ging nergens over. Maar wat als je woede wél ergens over gaat?

Wanneer het slechte in je gezicht wordt geslingerd, kan het instinct het overnemen. Rechters weten dat. Zij moeten ons beschermen.

Niet tegen onszelf, dat is onze eigen verantwoordelijkheid. Wel tegen kerels die mogelijk hun fikken niet van kinderen kunnen houden. Sommige beesten mogen niet los.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.