THEODOR HOLMAN

In de leesclub behandelden we Shakespeare. We begonnen met de bekende passage: 'Maar Vogelaar die wist van niets en zweeg, / terwijl achter haar rug een plan gesmeed / werd door haar baas prins Bos die zakendeed / met onderknuppels die op baantjes jaagden.'

''Had ze het kunnen weten?'' vroeg onze Eugenie, ongehuwde moeder van een kind.

''Tuurlijk,'' zei Carla (kleuterjuf), ''hoewel Shakespeare in deze strofe Prins Bos laat zeggen: 'Het wijf is dommer dan een hersenloze ooi!' En Lady Mariëtte: 'Maar waarom hebt gij, prins, haar toen als prooi / Gezeteld in uw kabinet...' En dan prins Bos: 'Leeghoofdigheid typeerde de regering / geen schedel was gevuld met brein / Slechts zog van christ'lijkheid zat in de pan / die rustte op een weke ruggengraat...''

''Maar Shakespeare zet die Vogelaar wel erg lelijk neer, Carla.'' Dat vond Eugenie dus niet. Ze bladerde wat en zei toen: ''Maar hoe interpreteer je dit dan: 'Het kabinet verwerd tot een volière. Het koppeloze kipgekakel werd gekakt tot politiek..''

Carla dacht na. Toen zei Philippa (advocate): ''Shakespeare bedoelt dat hij het kabinet eigenlijk niks vond. Het had zijn hart niet. Of, in zijn eigen woorden: 'De domheid voedt zich met gebabbel / Ik maak een crisis waardoor mijn krediet plots stijgt / dan mieter ik dat wijf eruit...' Wacht, ik heb een idee! 'Ik maak een crisis van krediet / dan ziet men al mijn streken niet...''

''In het stuk komt ook een zanger voor,'' zei Eugenie, ''die potsenmaker die steeds een ander hoedje draagt en Plasterk heet en volgens die Bos ook eigenlijk niets voor elkaar brengt.''

''Maar ja, dat zegt die Bos in dit stuk over die Cramer ook. Hier lees maar: 'Ook Cramer krijtte dikwijls kruidig tranenbloed / Hoe kom ik van haar af, dacht steeds de Prins...' Dat kan ik toch niet anders interpreteren dan als... een motie van wantrouwen, zeg maar...''

De dames knikten. Het werd tijd voor een glaasje rood en een stukje kaas.

''Ik vond het een beetje gruwelijk stuk... Die moord op Vogelaar... En die Hamer en die Ploumen die daar verlekkerd bij staan te kijken... Bah!''

Volgende week behandelen we een stuk van Euripides.