Opinie Bewaar

Ouders die soms onderuitgaan, tonen kinderen dat falen mag

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Linda Stulic

Ik ben een kindermishandelaar. Ik slingerde het slap­geschudde kleuterlijf omhoog, smeet het razend weg en op het moment dat zijn hoofdje de muur raakte, spleet de huid open waarna zijn bloed als Rorschachvlekken langs het stucwerk droop.

Oké, dit is niet gebeurd. Toch mishandel ik mijn koters. Ik ben namelijk een onmens dat het waagt wanneer mijn matineuze jongens om zes uur 's morgens als ijzeren ballen in een flipperkast door het huis schieten, ze met een iPad terug hun bedjes in te sturen, terwijl ik schor mompel: 'Vanaf zeven uur is Loket Mama geopend.'

Schandalig natuurlijk. Deze week riep De Telegraaf nog dat beeldschermende kinderen voor galg en rad opgroeien. Dit op voorspraak van de Duitse angstzaaipsychiater Manfred Spitzer, niet bekend om zijn nuance (hij beweerde ooit dat mensen door te veel googelen nooit meer een boek zouden lezen, wat toch ietwat hysterisch is).

Waarom laten we onszelf niet lekker een beetje aanmodderen?

Ik moet er vreselijk van zuchten. Nergens wordt zo normatief over gedaan als over ouderschap. Van Surinaamse rammelmoeders en -vaders tot strafstoeladepten, tot levenslange borstvoeders tot thuisbevalgoeroes tot Beatrijs - 'Een moeder moet het eerste jaar thuis zitten' - Smulders: iedereen doet of ie precies weet hoe het moet. Maar hoe goedbedoeld alle theorieën ook zijn: bij opvoeding staat de praktijk chronisch in de weg.

'Ben je de vader of moeder die je ooit dacht te gaan worden?' Stel deze vraag aan ouders en beschaamd gegniffel is je deel. Want we zouden toch enorm geduldig zijn? Voldoende regels bieden? Weinig snoep geven? Niet transformeren in een onverzorgde figuur vol moedervlekken (lees: spuug) op kruishoogte?

Zouden wij het niet anders doen dan de rest en onszelf nimmer voor onze auto bevinden (zo'n gezinswagen die we ook nooit zouden kopen) met een kind dat in overstrekte houding weigert zich in dat rottige stoeltje te laten proppen waarna we, zelf pissig, proberen die armpjes en beentjes toch in de juiste positie te origamiën zonder dat ze breken? En? Gelukt?

Natuurlijk niet. Van goede voornemens komt geen zak terecht. Het briljante is: dat geeft niet. We rommelen maar wat aan en zolang we dat met de beste intenties doen, we die kinderen genoeg eten en aaien over de bol geven, komt het meestal best in orde.

Het wordt tijd dat de maatschappij dat ook snapt, maar helaas heeft de streberigheid rond kinderen ernstig toegeslagen. Ze moeten op hun achtste al uitblinken in 26 balsporten, ze behoren in de baarmoeder reeds naar ­vioolklanken te luisteren en laatst riep staatssecretaris Dekker weer 'Foei!' omdat te veel vierjarigen een jaartje extra op de kleuterschool blijven.

Wat is er mis met een jaar aanmodderen? En waarom laten we onszelf niet lekker een beetje aanmodderen? Ouders die zichzelf toestaan te mislukken, tonen hun kinderen dat falen niet geeft. Een mooiere les bestaat niet. En het is dé manier om te voorkomen dat ofwel jijzelf ofwel je kind later bij een psycholoog een przewalskipaard in een bloedvlek moet herkennen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Reageren? r.schlikker@parool.nl