Opinie Bewaar

Ouder worden voor een man is je achterhoofd verachten

Ouder worden voor een man is je achterhoofd verachten
© Agata Nowicka

Mijn kapper staat achter me met een handspiegel waardoor ik in de spiegel die voor me staat mijn achterhoofd kan zien.

Maar ik kijk niet. Mijn ogen zijn gesloten. ­Ouder worden voor een man is je achterhoofd steeds meer gaan verachten.

Ik ben niet bang voor rimpels. Ze zijn welkom. Ik ben niet bang voor grijze haren. Kies maar een mooi plekje uit. Ik ben niet bang voor oorharen. Vorm maar lekker een touwladder voor gedachten die uit mijn hoofd willen ontsnappen. Iedereen is welkom.

Ik zal nooit tegen mijn ouder worden vechten, nee, ik bedrijf liever de liefde met haar in de rimpels onder mijn ogen. En als we klaar zijn trek ik mijn wallen als een dekentje over haar heen.

Je zou bijna kunnen zeggen dat ik niet kan wachten. Ouder worden, het lijkt me heerlijk.

Het terug kunnen kijken op alles. De ambitie die plaatsmaakt voor berusting. En niet meer constant het gevoel hebben dat je iets mist. Iets wat zogenaamd je leven kan veranderen.

Een festival, een boek, een film, een tweet, een dieet of een winterjassentrend. Een vriend of vriendin die wel naar dat festival is gegaan, zegt dat je iets hebt gemist.

Ik wil zo oud worden dat ik alles mis. En dat dat goed voelt. Alles missen. En dat niemand je mist.

Maar het achterhoofd vind ik lastig. Die kruin die ­kannibalistisch blijkt te zijn. De vakantiefoto's waarop de zonnestralen via mijn kale kruin als lasers richting de camera vliegen.

Het begon ooit als een punt, toen werd het een flessendopje, toen werd het een mandarijn, toen een mango en nu...

De vakantiefoto's waarop de zonnestralen via mijn kale kruin als lasers richting de camera vliegen

Mijn kapper staat nog steeds achter me met de spiegel. Ik open mijn ogen en kijk naar het achterhoofd dat in mijn jeugd af leek, maar nu onaf lijkt.

Laatst droomde ik dat ik op een groot dienblad lag. Er lagen nog meer mannen naast me. We waren met z'n twaalven. Het dienblad werd door een zaal gedragen door een reusachtige man met een walrussnor.

En toen zag ik het. Wij mannen waren de hapjes op een feestje voor reuzen. Na een tijdje werd ik van het dienblad afgepakt en nam een reus die naar tabak rook een voorzichtige hap uit mijn achterhoofd. Toen schudde hij met zijn kop en legde me terug op het dienblad.

De kapper staat er nog steeds.

Op de snelweg zie ik soms van die jeeps rijden die op de achterkant een reservewiel hebben gemonteerd. Vaak vraag ik me dan af hoe de achterkant van zo'n jeep eruitziet zonder dat reservewiel en nu weet ik het. Mijn achterhoofd is de achterkant van een jeep zonder reservewiel.

De kapper legt de spiegel weg en smeert wat vettigs in mijn haar. Maar dan pakt hij de spiegel weer. Waar is ­deze man mee bezig?

En dan zie ik haar. Ouderdom. Ze is op haar prachtige kraaienpootjes over mijn glimmende kruin aan het schaatsen.

"Het ziet er weer goed uit. Toch? Ik heb niets gemist?" vraagt de kapper.

"Inderdaad, we hebben niets gemist. We hebben helemaal niets gemist."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl