Opinie Bewaar

Nu kan ik het niet meer oplossen

Femke van der Laan
Femke van der Laan © Oof Verschuren

Ik werd wakker zodra de eerste lettergreep van 'mama' over haar lippen kwam. Hij werd eruit geperst. Hij kostte kracht. Ze was naar beneden gekomen, naar mijn kamer, naar mijn bed. "MA-ma."

Seconden daarvoor was ze op reis gegaan. Of eigenlijk gevlucht. Uit haar bed, naar haar kamerdeur, via de overloop, de trap af, de gang beneden, mijn slaapkamer. Ze had het maar net gehaald. "MA-ma."

Na dat ene woord kwamen de snikken. Kwam het schokken. Ze was vergeten hoe ze bij me in bed moest komen, dus trok ik haar naar me toe. "Kom maar." Toen wist ze het weer. Haar hoofd op mijn schouder, haar arm over mijn buik, haar been over dat van mij.

Ik hoefde niet te vragen wat er was. Het geluid dat uit haar kwam, herkende ik. Het was het nieuwe verdriet. Het diepe verdriet. Niet de tranen van een kapotte knie of van ruzie met een vriendinnetje of van iemand die haar zin niet krijgt.

Het was ook niet het geluid van langer geleden; van honger of niet kunnen slapen. Het was het geluid van verlies. Het geluid van pijn. Ik hoefde niet te vragen wat er was.

"Ik mis papa." Ik knikte en streek daarmee langs het hoofd dat onder mijn kin geplakt zat.

Er komt ooit een nieuwe normaal. Een nieuwe goed

Het was een eindje na middernacht en ik moest troosten, maar het enige dat ik kon bedenken om te zeggen was dat het goed zou komen. Het komt goed. Dus hield ik mijn mond. Want het komt niet goed. In plaats daarvan streelde ik het geweld in mijn armen.

Tot nu toe was alles altijd goed gekomen. Ik had het allemaal opgelost. Kapotte knieën, ruzies met vriendinnetjes, honger. Het kwam goed. "Kom maar." Nu kan ik het niet meer oplossen. Mijn handen bewogen over een rug waarin de spieren zich samentrokken en ondertussen echoden de ingeslikte woorden in mijn hoofd; het komt goed. Komt goed. Goed.

Het is ook tegen mij gezegd: het komt goed. Als troost. Maar het goed waar het verdriet in mijn armen en ik naar op zoek zijn, komt niet meer terug. Het
wordt niet meer zoals het was. Deze knie geneest niet meer, deze ruzie gaat niet over, deze honger wordt niet gestild. Het wordt niet meer normaal.

"Ik mis hem zo," klinkt het ergens bij mijn oksel. Een volgende 'Het komt goed' blijft hangen achter mijn ­lippen.

Er komt ooit een nieuwe normaal. Een nieuwe goed. Het is vast een kwestie van wachten. Maar een eindje na middernacht is die goed nog onzichtbaar in het donker. Dus aai ik een rug en wordt een arm langzaam zwaarder op mijn buik.

Samengepakt op een helft van het bed wachten we ons de nacht door.

Femke van der Laan (39) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.