Opinie Bewaar

Niets zegt 'zó bezet' als een basilicumplantje op een tafel

Thomas Acda
Thomas Acda © Wolff

Ik zit midden in de film van Het Werkteater. Voor wie de film ­Camping uit 1978 kent - ­vakantie! vakantie! vakantie! ­Peter Fabers wanhopige schreeuw naar Olga Zuiderhoek die hem al drie minuten na vertrek tot orenbloedspuiten aan toe boos maakte door te mompelen: "Heb ik het gas nou wel uitgedaan?"

Ik ken het maar al te goed. Mijn moeder die kaartlas en prachtig half verwijtend, half verontschuldigend kon zeggen: "O, hier had je dus rechtsaf gemoeten." Maar mijn vader is een kalme man. Die keek dan alleen maar even opzij. En mijn moeder nog dieper in de kaart.

Maar nu is er stress. Ik moest iemand wegbrengen en ik heb mijn tent op het dak van de auto dus de tent moest ingeklapt, en niet alleen omdat ik best wel wat viaducten verwachtte.

Waar het om gaat is dat ik mijn plek met uitzicht op zee moest verlaten met het vehikel dat hem bezet hield. Wat doe je dan als ervaren kampeerder?

Je laat de kampeerstoeltjes en een tafeltje achter. Ik had er zelfs een basilicumplantje op gezet. Niets zegt zó bezet als een basilicumplantje op een achtergelaten tafel! Zou je denken.

Toen ik eindelijk terug was uit dat van ­rotondes omgeven gat stonden er twee tenten op mijn plek! Broederlijk om mijn tafel en stoelen heen! Basilicumplantje weg!

Ik moest mijn plek met uitzicht op zee verlaten met het vehikel dat hem bezet hield

Dus ik rijd mijn Landrover over dertien haringen in de laatst overgebleven ruimte en stap uit met een drift die Peter Fabers uitbarsting verbleekte tot een liefdesverklaring.

Terwijl ik om de halfingestorte tent heen stamp, komt er een man met een indrukwekkende buik poolshoogte nemen waarom het tentdak ineens boven op zijn boek leg. Boek nog in zijn hand.

Ik zeg: "Zag je niet dat die plek bezet was?"

"Nee."

"Maar er stonden toch een tafeltje en stoeltjes?"

"Ja," zegt ie, met een accent dat niet meer dan een kilometer van mijn stenen huis ­afkomstig kan zijn. Zijn 'nee' had zijn afkomst niet weggegeven. Maar nu is ie los.

"Ja, ik zei ook tegen Mien, ik zeg: 'Mien,' zei ik, 'die ouwe troep hebben de vorigen vast laten staan.' Maar Mien zei: 'Wacht nou maar, misschien zijn ze het vergeten.'"

En daar kwam Mien, als op cue, om de tent heen.

"Hé, hallo! Mien. Wat leuk! We eten pasta pesto. Honger?"

Vijf minuten later zit ik op hun meubilair mijn eigen basilicumplant op te eten terwijl ik moet toegeven dat mijn stoelen er inderdaad heel oud en moe uitzien.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.