Opinie Bewaar

Moor en vriend Migraine speelden in mijn kop

Theodor Holman
Theodor Holman © Wolff

Het kon niet uitblijven: vriend Migraine kwam op bezoek. Hoofdpijn verdrong verdriet om mijn overleden Moor.

Dat duurde niet lang. Het was de eerste keer in veertien jaar dat ik migraine had en dat ik die verdomde rothond niet om me heen wist, terwijl ik haar af en toe meende te zien. Het sterven gaat altijd abrupt, maar het duurt nog tijden voordat je het beseft.

Daar komt bij dat ik Moor niet wens te vergeten, ik wil me juist alles herinneren. Dan kom je pijn tegen. Pijn is zelfs een voorwaarde, anders kan ik me haar niet herinneren.

Migraine ben ik maar als een vriend gaan zien, omdat hij altijd op momenten komt aanzetten dat hij niet welkom is, maar me door zijn aanwezigheid wil waarschuwen voor iets wat ik te veel doe. Te veel werk, te veel drank, te veel
zorgen, te veel verdriet.

Ik denk dat hij me nu komt vertellen: "Relativeer die dood nou eens!" Heeft hij gelijk? Minder droevig zijn zie ik als verraad. Zo zit mijn geest in ­elkaar. Verdriet is soms een plicht.

Vriend Migraine blijft altijd een dag of drie.

Daarnet belde iemand van het dierencrematorium. Of ik nog afscheid wilde nemen.
Nee, dat had ik al op mijn manier gedaan. (O, nooit meer, nooit meer!)
Of ik dan bij de crematie aanwezig wilde zijn.

Minder droevig zijn, zie ik als verraad; verdriet is soms een plicht

Nee, ook maar niet. De voorstellingen die ik me daarvan maakte en die ongetwijfeld volkomen verkeerd zijn, leek mijn vriend Migraine wel aardig te vinden; hij bonkte nog wat harder tegen mijn hoofd.

Na het telefoongesprek maakte ik meteen een paar honderd euro over omdat ik toch straks ergens de as van Moor wil verstrooien.

Moor en vriend Migraine speelden in mijn kop en waren druk bezig mijn breinbedrading onder stroom te zetten. Tot ik er misselijk van werd.

Wat ben ik toch een slap­janus. Ik kan nergens tegen. Ik zeur altijd en als ik niet zeur, zeurt vriend Migraine. En als ik zeur gaat het er altijd over dat ik anderen vind zeuren.
Ik moet deze zak met botten weer enigszins goed in elkaar weten te zetten, bedacht ik toen ik weer werd gebeld.

Ik zag dat het mijn dochter was en vermoedde mijn kleinzoon te moeten spreken.
Dat verbood vriend Migraine. "Nog niet," zei hij.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. 

Reageren? t.holman@parool.nl