Opinie Bewaar

Mijn zoon noemt het gezichtsparels

James Worthy
James Worthy © Agata Nowicka

Natgeregend loop ik de schoonheidsspecialist in de Spuistraat binnen en zeg mijn voornaam. De vrouw knikt en vraagt of ik haar naar boven wil volgen. Ze heeft een lieve stem. Ik luister mijn voicemailberichten nooit af, maar een voicemailbericht van haar zou ik zonder twijfel afspelen en misschien zelfs opslaan.

"Hoe voelt het om schoonheidsspecialist te zijn?" vraag ik, terwijl ik mijn jas aan een klein zwart haakje in de hoek ophang. 

"Nou, ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk. ­Bedoel je dat?"

"Schoonheidsspecialist. Het klinkt zo veelomvattend, maar wat is schoonheid? Wat voor mij schoonheid is, is afstotelijk voor een ander." 

"Zijn dit de twee boosdoeners?" vraagt ze. De vrouw tikt met de vingertoppen van haar wijsvingers op twee plaatsen in mijn gezicht. 

"Dat zijn ze inderdaad, maar om eerlijk te zijn, hebben ze mij nooit kwaad gedaan. Het zijn gewoon onderhuidse bultjes. Toen ik ze kreeg, heb ik ze namen gegeven. Die op mijn linkerwang heet Smith en die rechts van mijn neus zit, heet Jones. In mijn jeugd had je een sketchshow op de BBC. Alas Smith and Jones. Ik moest daar altijd heel hard om lachen. Vandaar."

"Ik ga ze zo weghalen. Het zijn trouwens gewoon ­gerstekorrels."

"Ik vind dat geen mooie benaming."

"En toch zijn het gerstekorrels."

"Mijn zoon noemt het gezichtsparels. Hij denkt dat hij een wens mag doen als hij ze heeft aangeraakt."

"Hoe komt hij daarbij?"

Hij weet dus dat mijn drang naar schoonheid vandaag belangrijker is dan onze vriendschap.

"Dat heb ik hem wijsgemaakt. Probeer het zelf maar eens."

Ze wrijft over Smith en Jones en denkt openlijk na over wat ze moet gaan wensen. Dat is nooit een goed ­teken. Naar wensen hoef je niet te graven. Ze behoren altijd aanwezig te zijn en op de voorste rij in het klas­lokaal te zitten.

Ze pakt een naald en prikt een gaatje in het plafond van Smith. Hij stribbelt tegen. Ik ben blij dat hij tegenstribbelt. Dat het hem ook iets doet. Verdomme, hij hoort bij mijn gezicht. In mijn gezicht. Smith was de ­parel in mijn wang.

"Hij is weg."

"Mag ik hem zien?"

"Ja, straks, eerst nog even Jones weghalen."

Jones stribbelt niet tegen. Hij heeft alles gezien. Jones zag hoe ik niet ingreep. Hoe ik toekeek. Hij weet dus dat mijn drang naar schoonheid vandaag belangrijker is dan onze vriendschap. 

De vrouw vouwt een papieren zakdoek open op mijn borst, en daar liggen ze dan. Mijn gezichtsparels. Ze ­zagen er beduidend beter uit in mijn gezicht. Mijn huid was hun smoking. Nu liggen ze in een grijze papieren zakdoek. Opgebrand en uitgesmeerd.

"Hoe zie ik eruit?" vraag ik.

"Verzorgder. En rustiger."

"Maar ziet mijn gezicht er niet een stuk eenzamer uit? Ik ben twee vrienden kwijtgeraakt. Mag ik trouwens vragen wat je net hebt gewenst? Het was de laatste wens. Ik wil weten wat hun laatste wens was. De laatste wens van mijn jongens."

"Ik heb gewenst dat ze volgend jaar terug­komen. Op precies dezelfde plekken. Gewoon, omdat jouw zoon recht heeft op die wensen."

"Dat is prachtig. Bedankt. Je bent dus echt een specialist in schoonheid."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl