Opinie Bewaar

Mijn moeder snapt dondersgoed wat waardevol is

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Linda Stulic

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Mijn moeder weet niets van geld. Als ze in een restaurant de fooi moet uitrekenen, zie ik vaak totale paniek in haar ogen. Meestal geeft ze ruimhartig te veel, want dan weet ze tenminste zeker dat ze goed zit.

Verzekeringen regelt mijn vader en haar tas is voor mij een onbegrijpelijke chaos van mapjes, beursjes en bijeen gefrommelde bankbiljetjes waar plotseling opeens ook een waaier van snel gemaakte notities, weldoordachte zinnetjes of citaten van bijvoorbeeld Dolly Parton ('Storms make trees take deeper roots') uit naar beneden kan dwarrelen. Eén blik daarin zou een boekhouder buikpijn voor een maand bezorgen.

Er werd paniekerig gezocht, mensen renden in en rond het huis

Maar ze redt zich en daar gaat het om. Bovendien vind ik haar totale gebrek aan financieel bewustzijn best charmant. Laatst las ik dat één op de drie erfenissen leidt tot ruzie. Onvoorstelbaar vind ik dat.

Toen mijn moeders vader overleed, moesten mijn moeder en al haar broers en zussen uit dat grote domineesgezin de bezittingen verdelen. Mijn moeder kwam stralend thuis. Met een piepklein, blauw, zwaar verweerd houten klompje. "Van Harry! Dit is het enige wat ik wilde hebben."

Harry, haar broertje. Een jaartje jonger. Ze was een twee-eenheid met hem, ze weken niet van elkaars zijde. Waar Harry was, was Emmeke, waar Emmeke was, was Harry.

Totdat Harry op een slechte dag in de jaren vijftig aan ieders aandacht ontsnapte. Er werd paniekerig ­gezocht, mensen renden in en rond het huis. Daarnaast lag een sloot. Het was koud.

Mijn moeder heeft geen kaas gegeten van geld

Uiteindelijk werd Harry gevonden. Drijvend in het Friese water. Mijn moeders vijfjarige hart verpulverde. Maandenlang weigerde ze nog te praten. Onuitgesproken verdriet belette alle zinnen haar mond te verlaten.

Zonder Harry hoefde het niet. Pas toen een heel geduldige kleuterjuf het meisje met de vlechten op schoot nam en haar eindeloos wiegde, kwamen langzaamaan de woordjes weer. Mijn introverte opa praatte zelfs jaren later nauwelijks nog over het verlies van zijn kind.

Maar na zijn overlijden vonden zijn kinderen in een la van zijn bureau een kinderklompje, samen met een zorgvuldig uitgeknipt krantenbericht over een verdronken jongetje. Zijn zoon.

Toen de erfenis moest worden verdeeld zat mijn moeder, opvallend gedecideerd voor haar doen, in de woonkamer van haar ouders. De grote klok? Het mooie servies? Alle religieuze boeken van haar papa? Iedereen mocht alles hebben. Zij wilde maar één ding mee naar huis: het klompje van Harry.

En zo geschiedde het. In de glazen kast van mijn ­ouders staat het pontificaal te pronken. Een verweerd, oud klompje. Gebutst, als het leven zelf. Want mijn moeder heeft geen kaas gegeten van geld. Ze weet niets van materie. Maar ze snapt dondersgoed wat waardevol is.


r.schlikker@parool.nl